Op de Grieks-Turkse koffie

De vriendschap die is gegroeid tussen de Griekse en Turkse ministers van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou en Ismail Cem is voor veel Grieken en vooral voor cartoonisten een mikpunt van spot. De rechtse oppositie en ook Papandreou's voorganger Pángalos stellen dat de Grieks-Turkse toenadering slechts neerkomt op Griekse concessies. Maar ook binnen de regeringspartij rees de afgelopen maand veel onrust, toen de Griekse minister op een vergadering met zijn EU-collega's kritiek op het Turkse mensenrechtenbeleid bleek te hebben afgeremd.

Het ging vooral over de nieuwe gevangenissen en de daar gevoerde hongerstakingen, en Papandreou had gewezen op `vooruitgang' aan Turkse zijde. In Turkse kranten werd hij vervolgens, niet voor de eerste keer, uitbundig geprezen (,,Bravo Jorgos''). Maar regeringsgezinde dagbladen in Athene, die doorgaans begrip tonen voor Papandreou's streven Turkije bij Europa aan te sluiten, waarschuwden dat men daarin te ver gaat als men de mensenrechten secundair maakt. Het bezoek dat de voormalige voorzitter van de Turkse mensenrechtenverengiging Akin Birdal aan Athene bracht, deed evenmin goed aan Papandreou's reputatie. Volgens hem viel er `geen enkele vooruitgang' te constateren.

Er mag nog zoveel worden gespot over het `vriendenpaar' Papandreou-Cem, met de nagestreefde toenadering tussen de Griekse en Turkse bevolking gaat het niet slecht. De uitwisseling, een jaar of vijftien geleden nog vrijwel non-existent, heeft ongekende vormen aangenomen. Reeds in de jaren tachtig kwam er een grote toeristische stroom op gang uit Griekenland naar Istanbul, maar deze werd gestuit door een noodlottige autobusbrand, veroorzaakt door een verwarde zwerver.

Sinds vorig jaar is sprake van een tweede golf, maar nu komen Turken die het kunnen betalen op grote schaal tijdens hun feestdagen naar Griekenland, vooral Athene en Rhodos. In de Atheense uitgaanswijk Plaka zingen de Turken dan alle Griekse liederen mee. Omgekeerd hoorde ik tijdens een bezoek aan Istanbul overal Griekse muziek. Er waren met pasen tienduizenden Griekse toeristen en in ten minste één restaurant zag ik dat die naar binnen werden genood met de kreet `Griekse keuken' (terwijl de Turkse keuken beter is, hetgeen ook Grieken erkennen). `Welkom', heet het nu boven de Istanbulse bazaar, in Griekse letters.

Behalve culturele is er ook steeds meer commerciële uitwisseling. Steden in beide landen adopteren elkaar als `broedersteden'. In juni komt de Oecumenische Patriarch van Constantinopel, Bartholomeos, naar het eiland Mytilini (Lesbos), waar een havenplaatsje zich heeft verbonden met het tegenoverliggende aan de Turkse kust. De gekozen prefect van dit eiland, Vounátsos, een ouderwets Turkenhater, die verklaarde dat de patriarch

,,een krijgsgevangene van de Turken'' was en als zodanig niet welkom, maakte zich daarmee bij vrijwel de hele Griekse pers belachelijk.

Sportevenementen tussen beide landen leidden tot voor kort nog wel eens tot incidenten. Deze winter constateerde ik dat de meeste Grieken voor het Turkse Galatasaray waren in de Champions League. Omgekeerd vertoonde de Griekse televisie beelden van een voetbalwedstrijd bij Izmir tussen jeugdelftallen van Griekenland en Nederland, waarbij het Turkse publiek de Griekse jongelui aanvuurde. De beide voetbalbonden willen, aangemoedigd door het ministeriële vriendenpaar, in 2008 samen het Europees voetbalkampioenschap organiseren.

Nog iets anders: bij het laatste Eurovisie songfestival gaven de beide jury's elkaar voor het eerst ruimschoots punten. Veel tv-aandacht was er ook in beide landen voor de twee Turken die een Griekse winkelier in München uit de klauwen van jonge nazi's redden. De verbroedering tussen de twee volken had zich trouwens onder de immigranten in Duitsland al veel eerder ingezet.

In 1974, na de Turkse invasie van Noord-Cyprus, was de woede in Griekenland zo groot dat, praktisch van de ene dag op de andere, de aanduiding `Turkse koffie' veranderde in `Griekse koffie'. Toeristen werden bestraffend toegesproken als zij per ongeluk Turkse koffie bestelden. In het kader van de toenadering verschijnt nu in Ankara een Turkstalig blaadje, Yunanistan (Griekenland), door het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken gesubsidieerd, waarin wordt gepleit voor invoering van de term `Grieks-Turkse koffie'. Dit is vooralsnog in Athene weggelachen. Het is ook wel een hele mond vol. De naam die voor dat blad werd gekozen is overigens opmerkelijk. Nog tien jaar geleden werden zendingen uit Turkije met `Yunanistan' op de envelop – waarin het oude Jonië schuilgaat – vanuit Griekenland als `onbestelbaar' teruggestuurd.