Onzichtbare hand

Uiteraard ben ik het eens met de stelling van Wouter Knapper dat het lezen van Adam Smith' boek (afgekort) The Wealth of Nations in plaats van al die boeken naar aanleiding van dat werk veel tijd bespaart (NRC Handelsblad, 2 juni).

Ik ben het echter niet met hem eens dat Smith' tekst zo eenduidig zou zijn als hij het voorstelt. Integendeel: veel van het soort klassieke werken als dit van Smith zijn juist zo klassiek geworden omdát een ieder in de zeer algemene formuleringen iets van zijn gading kan vinden. Daarom zijn dergelijke teksten (letterlijk) zo `vormend'.

Zo waardeert Knapper bij Smith bijvoorbeeld de afwezigheid van ,,moralistisch gezever'' en ,,betutteling'' en benadrukt hij dat we onder de term economische welvaart ook de kwaliteit van het bestaan moeten verstaan. Ik hoef er maar één enkel citaat van Smith tegenover te zetten om die woorden te relativeren, al noem ik het dan niet moralistisch gezever, maar realisme.

Zie bijvoorbeeld het tekstfragment over de armzalige gemoedstoestand van arbeiders in maatschappijen met een ver doorgevoerde arbeidsdeling: ,,Het lijkt erop dat hij de vaardigheid in zijn specifieke beroep heeft verkregen ten koste van zijn verstandelijke, sociale en echtelijke deugden. Toch is dit in elke ontwikkelde en beschaafde maatschappij de toestand waarin de arme arbeiders noodzakelijk vervallen, tenzij de overheid inspanningen verricht om dit te voorkomen.''

Het is een fragment dat niet alleen Knappers woorden relativeert, het wil ook een bijdrage zijn in het `beschavingsdebat' waarin de rol van de overheid en die van de vrije markt centraal staan.