Machtsverschuiving geeft Democraten voorrang in Senaat

De Democraten hebben sinds gisteren de meerderheid in de Senaat. De politieke aardverschuiving is meer dan een prestigekwestie.

De grootste partij bepaalt de agenda.

Een aardverschuiving in Washington. De Democraten zijn sinds gisteren de grootste groep in de Amerikaanse Senaat. Het vertrek van de Republikeinse senator Jeffords uit zijn partij was de aanleiding tot de verschuiving van de machtsbalans. Jeffords gaat verder als `onafhankelijke', de Republikeinen hebben voortaan 49 zetels, maar de Democraten hebben nog steeds vijftig zetels in de Senaat.

Het zijn van de grootste fractie is veel meer dan een kwestie van statistiek of prestige. In de Senaat is de voorman van de grootste partij Senate Majority Leader, de verkeersleider en regisseur van de gewichtigste helft van het Congres. De grootste partij levert bovendien de voorzitters van de belangrijke commissies die de zaken voorkoken. Daarmee bepaalt de grootste partij de agenda.

De Democraten kunnen voortaan onderwerpen die hun aan het hart gaan voorrang geven, en daarvoor hoorzittingen uitschrijven met de getuigen die zij kiezen. De verkiezingsbeloftes van president Bush bepalen niet langer de wetgevende activiteit van de Senaat. De stemverhoudingen zijn niet gewijzigd, Jeffords blijft een gematigd man die regelmatig met de Republikeinen zal meestemmen. Maar de Democraten kunnen na een conservatieve revolutie van ruim zes jaar nu in de aanval.

President Bush heeft niet voor niets zijn topprioriteit, belastingverlaging, met de grootste spoed laten agenderen. De Republikeinen vreesden al voor de meerderheid, waarover zij beschikten dankzij de stem die vice-president Cheney uit hoofde van zijn functie in de Senaat mag uitbrengen. Ironisch genoeg was niet het weglopen van Jeffords hun grootste zorg, maar de gezondheid van de 98-jarige senator Strom Thurmond uit South Carolina.

De `Strom Watch' blijft actueel, maar heeft zijn acute belang verloren, tenzij de Democraten op hun beurt iemand verliezen. De meest gerede kandidaat, de van dubieuze verkiezingsfinanciering verdachte senator Torricelli (New Jersey) wordt bij eventueel vervroegd aftreden vervangen door een andere Democraat.

Achteraf is de manier waarop men Jeffords, de senator uit het gematigd vooruitstrevende Vermont, heeft laten lopen een stommiteit van de eerste orde, constateert Norm Ornstein, vooraanstaand politiek waarnemer, verbonden aan het Republikeins georiënteerde American Enterprise Institute. Hij schreef al tien dagen voor de dramatische overstap dat het Witte Huis en de leiding van de Republikeinen in de Senaat Jeffords zouden kwijtraken als zij doorgingen hem te treiteren wegens zijn onafhankelijke gedrag. ,,Nieuwe regeringen lijden altijd aan een zekere overmoed. Wie het Witte Huis betreedt voelt zich oppermachtig. Voor Bush en de zijnen kwam Jeffords beslissing als een verrassing, voor wie beter had opgelet niet.''

Nu de Democraten de Meerderheid in de Senaat vormen kunnen allerlei onderwerpen terugkomen waar de Republikeinen weinig belangstelling voor hadden. ,,De macht verbonden aan het zijn van de meerderheid is zeer, zeer groot'', zegt Ornstein. ,,De president zal vaker in de verdediging zijn. De Republikeinen zullen met een filibuster [het door eindeloos vertragen doodpraten van een voorstel] dreigen om de Democratische agenda te blokkeren. Maar dat is niet aantrekkelijk: je wilt liever zelf met populaire initiatieven komen.''

Volgens Ornstein strijden binnen het Witte Huis nog twee types reactie op de aardverschuiving om de voorrang. De eerste redenering is: we hebben onze belastingverlaging binnen, laten we snel de tweede prioriteit, een onderwijswet, er door slepen en op de winkel passen tot beter tijden. De tweede school wil de strijd aanbinden. Zolang dat gaat op basis van de stevig conservatieve ideeën uit Bush' programma zal dat leiden tot confrontatie. Misschien kan het ook door compromissen te sluiten met Democraten en resultaten te bereiken die ergens in het politieke centrum uitkomen met het risico van vervreemding van de christelijk-rechtse achterban.

In werkelijkheid zijn de marges zo klein dat niemand echt de baas kan spelen. ,,President Bush had dat tot nu toe niet door'', observeerde een overigens zeer verzoenend sprekende Majority Leader Tom Daschle gisteren. Hij zegt oplossingen te willen zoeken waar een meerderheid uit beide partijen mee kan leven. Hoe het ook zij, uitspraken van een aantal nieuwe Democratische commissievoorzitters maken het mogelijk een indruk te krijgen van wat er toch gaat veranderen.

Het buitenlands beleid zal uit de Senaat een impuls krijgen die minder isolationistisch is. Joe Biden, die het voorzitterschap van de commissie buitenland van Jesse Helms overneemt, is meer in Amerikaanse betrokkenheid bij de Balkan geïntersseerd. Rusland en China zullen minder agressief worden benaderd. Castro hoeft minder op het hoofd te worden gehamerd. De periode van werkeloos turen naar het Midden-Oosten-conflict leek toch al over zijn hoogtepunt; men zal een onvermijdelijke, actieve Amerikaanse rol aanvaarden.

Op defensie-gebied zal senator Carl Levin, die het voorzitterschap overneemt van John Warner, deskundig tegenspel geven bij het Bush-plan een ruimteschild te bouwen. Het ABM-verdrag zal minder bruusk terzijde worden geschoven. De aangenomen belastingverlagingen maken nieuw geld voor defensie sowieso moeilijk te vinden.

Op sociaal terrein zullen de Democraten alles doen het minimum loon te verhogen en patiënten het recht te geven hun verzekeringsmaatschappij aan te spreken op tekortschietende dienstverlening. Edward Kennedy, neemt de desbetreffende commissie over en heeft zijn tanden al laten zien.

De juridische commissie, die benoemingen voor federale en vooral Supreme Court-rechters moet goedkeuren, zal kandidaten `buiten de politieke hoofdstroom', zoals Daschle gisteren waarschuwde, niet snel aanvaarden. Volgens sommige waarnemers heeft Bush al een aantal fundamentalistisch conservatieve kandidaten laten vallen.

Op milieu-gebied hebben de Democraten ook al hun vlag uitgestoken. Daschle belooft geen olieboringen in Alaska, een van de meest prominente voorstellen uit het met fanfare gebrachte energieplan van vice-president Cheney. Slechte reacties op zijn `Kyoto is dood'-beleid hadden Bush toch al ertoe gebracht in een groen jack campagne te voeren in Californië en Florida. De Democraten zullen hem in de Senaat aan die natuurvriendelijke uitspraken herinneren.