Is de gids er nog?

Ja, het is waar. Er zijn vleermuizen die bloed drinken. ,,En ze heten nog vampier ook'', zegt gids Dick van Leeuwen grijnzend. ,,Maar die komen hier in Wassenaar niet voor, hoor.''

In het nog niet stikdonkere maar toch behoorlijk donkere duin, lopen we over een smal pad voorbij boerderij Meijendel. Vlak na Van Leeuwens vampierverhaal vliegt plotseling iets zwarts recht op mijn hoofd af, en schiet in een andere richting ervandoor. ,,Zag je hem?'' vraagt de gids enigszins overbodig.

Het zoeken naar vleermuizen is niet moeilijk, zo had Van Leeuwen, al 32 jaar in dienst van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland, me van tevoren verteld. Er zitten er nogal wat in de duinen. Het gaat goed met de vleermuis. In de jaren '50 en '60 was er achteruitgang vooral door het gebruik van insecticiden maar sinds het midden van de jaren '80 nemen ze weer in aantal toe. Dankzij het verbod op de giftigste insecticiden, maar ook dankzij beschermingsmaatregelen. Zo zijn in de duinen bij Meijdendel de bunkers uit de Tweede Wereldoorlog bestemd voor vleermuizen in hun winterslaap. ,,Een keer in de twee weken worden alle bunkers nagelopen'', vertelt Van Leeuwen, ,,Ze worden vaak opengebroken. Door zwervers, maar ook door anderen. Bunkers oefenen een raar soort aantrekkingskracht uit. We controleren zo streng omdat een vleermuis absoluut geen bezoek verdraagt. Een kleine temperatuurstijging kan al dodelijk zijn.

Maar liefst vijf soorten (en maten) zitten er nu in de duinen, van de dwergvleermuis (3,5 tot 5,5 cm, spanwijdte 18-22 cm), via de rosse dwergvleermuis, de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis, tot de watervleermuis (4-5,5 cm; spanwijdte 22-26 cm). In de zomer zie je vooral de dwerg- en de watervleermuis. Die hebben hun broedkolonies in holle bomen en spouwen op Wassenaarse landgoederen, en komen als het donker is in het duin insecten fourageren. Vooral op muggen jagen ze, maar andere insecten lusten ze ook. In een uur of twee moet het jagen gebeurd zijn. Hard werken dus, want ze eten honderden insecten per dag, die ze al vliegend met de vleugels naar hun bek klappen, en daar allemaal bewaren.

,,Als je een beetje weet hoe een vleermuis in elkaar zit, kun je aardig inschatten welke routes ze nemen'', voegt Van Leeuwen onder het lopen eraan toe. ,,Ze liggen min of meer vast. Vleermuizen vliegen op echopeiling, als ze daarmee dwars door een bos zouden vliegen, zouden ze gek worden van alle signalen. Ze volgen daarom wegen en bosranden, de linten in het landschap. En hoewel ze behoorlijke afstanden kunnen afleggen, gaan ze niet verder dan strikt noodzakelijk is. Dus bij de eerste plas is het vaak het drukst, en bij de verste het stilst.''

Maar het is nogal fris deze avond en daar houden vleermuizen niet van. Echt druk wordt het dus niet op de linten die wij bewandelen. ,,Garanderen kun je niets'', ontmoedigt Van Leeuwen me vrolijk. ,,Eigenlijk moeten ze op insectenjacht om hun jongen te voeden. Vleermuizen krijgen maar één jong, maar het eten voor die kleine kunnen ze bijna niet aangesleept krijgen. Toch kan het net zo goed zijn dat ze het nog even uitstellen. Soms loop je twee uur door de duinen, zonder één vleermuis te zien.''

Echt onoverkomelijk is dat niet: de gidsen weten zoveel over het duingebied tussen Wassenaar en Katwijk, dat een avondlijke tocht ook zonder vliegende zoogdieren al leuk is. Daar komt bij dat je op zo'n vleermuizenavond ongestraft de bordjes verboden toegang mag passeren. En dan kom je in een prachtig gebied, uitgestrekt en afwisselend en met vossen, reeën, en talloze vogels. Het is ook spannend, zo in het halfdonker. Je ziet nog net de plassen en rietkragen (,,Dat moet een karekiet zijn'') en onderscheidt vaag de bomen en struiken. Maar je hoort van alles. Er knabbelt iets in het gras, er valt iets uit een boom, en dan ineens zingt een nachtegaal. Een nachtegaal!

Met behulp van een batdetector, een apparaat dat de piepen die vleermuizen uitzenden, opvangt en omzet in voor mensen hoorbaar geluid, horen we bovendien bij elke vleermuis een signaal. Van Leeuwen herkent meteen welk muziekje van welke vleermuis is. Tuut-de-tuut-de-tuut-tuut-tuut, net morse. ,,Dit is een watervleermuis'', vertelt hij. ,,Hoor je dat die veel hoger klinkt dan de dwergvleermuis? Ze hebben allemaal hun eigen frequentie.'' Het vleermuizenspotten heeft dankzij de batdetector een enorme vlucht genomen. Honderden mensen hebben er een. Toch is niet iedereen voor het vleermuizelen geboren. ,,Bij elke vleermuizenexcursie vraagt er wel iemand angstig ,,is de gids er nog?'' zegt Van Leeuwen. ,,Maar dat is misschien ook wel de charme: eng heeft ook wel iets avontuurlijks.''

Het Duinwaterbedrijf Zuid Holland organiseert op 15/6, 22/6 en 31/8 vleermuizenavonden. Behalve een gids, gaan er drie batdetectors en wat schijnwerpers mee. Van tevoren aanmelden bij het Bezoekerscentrum Meijendel,

Tel 070-5117276.

Vertrek 22u30 terug 00u30; 31/8 21u30, resp. 23u30.

Kosten pp ƒ5.