Iets te kiezen in 2002

Zeven vette jaren hebben paarse kabinetten kunnen surfen op golven van economische voorspoed. De krachtige groei van het nationale inkomen zorgde voor rijkelijk stromende belastingbaten. Tegelijkertijd was dankzij de uitbundige banengroei minder geld nodig voor uitkeringen aan werklozen. Het tekort op de begroting sloeg om in een overschot. Vermoedelijk keert het tij in de volgende kabinetsperiode. De conjunctuurbeweging dicteert dat na goede jaren eens mindere tijden aanbreken. Los daarvan raakt het arbeidsreservoir van Nederland uitgeput. Door de `ontgroening' van de bevolking melden zich minder jongeren op de arbeidsmarkt; de stijging van de arbeidsdeelname onder vrouwen zwakt af en een groot deel van de instromers uit verre landen is voorlopig niet inzetbaar bij de productie.

Terwijl het aantal werkenden minder snel toeneemt, zal het getal van de uitkeringontvangers fors oplopen. De sluipende vergrijzing van de bevolking zet door: de komende vier jaar komen er 140.000 AOW-gerechtigden bij. Bij ongewijzigd beleid neemt het aantal arbeidsongeschikt-verklaarden met 65.000 toe. Snelle uitvoering van de voorstellen van de commissie-Donner zal die trend niet keren. Gerekend over de periode tot pensionering bedraagt het verschil tussen WAO en WW/Bijstand bij het Donner-plan vele honderdduizenden guldens. Tegen die prikkel zijn de keuringsinstanties niet opgewassen. Een gematigde economische groei doet verder het aantal werklozen met 110.000 stijgen. Het legioen uitkeringontvangers wast dus aan met 300.000 personen. Staat daar geen toename tegenover van ten minste 450.000 arbeidsplaatsen, dan zal de verhouding tussen inactieven en economisch actieven verslechteren. In 1994, toen paars ging regeren, moesten iedere honderd werkenden nog 78 uitkeringontvangers onderhouden, dit jaar niet meer dan 65. Dat verhoudingscijfer dreigt in de komende kabinetsperiode weer te verslechteren.

Een en ander valt af te leiden uit een boekhoudkundige verkenning van de overheidsfinanciën die is opgesteld door het Centraal Planbureau. Zij is bedoeld om politieke partijen een indruk te geven van hun financiële armslag bij het opstellen van de programma's voor de Kamerverkiezingen in mei volgend jaar. Het document telt amper tien bladzijden tekst, maar de inhoud bedreigt de levenskansen van een derde paars kabinet. Het Planbureau geeft aan dat partijen die aan de voorzichtige kant willen blijven, voor de periode 2003-2006 op niet meer dan 2 procent economische groei per jaar mogen rekenen. Bij ongewijzigde voortzetting van het beleid heeft het volgende kabinet dan 3,2 miljard euro (zeven miljard gulden) beschikbaar voor extra uitgaven, lastenverlichting of vermindering van de staatsschuld. Die 3,2 miljard euro is niet meer dan een druppel op de plaat die gloeit van politieke wensen om meer uit te geven. De lastenverlichting van de afgelopen jaren smaakt eveneens naar meer. En dan is er de wens van alle partijen om de staatsschuld te verminderen. Gezien de komende vergrijzing is straks veel collectief geld nodig voor AOW-uitkeringen en de verpleging van grote groepen bejaarden. Door nu schuld af te lossen is de uitgespaarde rente straks beschikbaar voor het basispensioen en de gezondheidszorg. Om de schuld voldoende snel te kunnen aflossen moet de begroting een jaarlijks overschot tonen ter grootte van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Bij zijn cijferexercitie heeft het Planbureau het huidige begrotingsoverschot van 1,1 procent van het bbp echter constant gehouden. Partijen die op den duur van de staatsschuld af willen, hebben de volle 3,2 miljard euro nodig om het gewenste begrotingsoverschot te bereiken. Partijen die korte metten willen maken met de staatsschuld hebben een probleem. Wanneer de gehele berekende begrotingsruimte nodig is voor extra schuldaflossing, zijn nieuwe uitgaven alleen mogelijk door te bezuinigen op de huidige uitgaven, of door de belastingen te verhogen. In dit geval moeten politici woekeren binnen uiterst smalle budgettaire marges. Het laat zich voorspellen dat zij hun toevlucht zullen nemen tot boterzachte bezuinigingen, zoals taakstellende efficiencykortingen. Tevens zullen zij hogere belastingopbrengsten inboeken als vrucht van fraudebestrijding. Dit schept ruimte voor hogere uitgaven zonder dat de tarieven omhoog hoeven. Hoe geduldig papier ook is, dergelijke maatregelen leveren al met al teleurstellend weinig op.

Links zal waarschijnlijk water in de wijn doen bij de aflossing van de schuld. Generaties die na 2010 met pensioen gaan zijn het slachtoffer. In plaats daarvan verdient het aanbeveling de stelregel `oud voor nieuw' toe te passen: bestaande posten schrappen om ruimte voor nieuwe uitgaven vrij te maken. Daarnaast lijkt belastingverzwaring onvermijdelijk, wil links zijn ambities waarmaken. Voor rechts is die optie slecht verteerbaar. Dat wordt de centrale vraag in de verkiezingscampagne: welke extra belastingoffers willen burgers brengen voor collectieve voorzieningen? Rechts (geen lastenverzwaring) en links (hogere uitgaven) stoten daarbij op elkaar. Die botsing schept helderheid voor de kiezers en verkleint de kans op voortzetting van de paarse coalitie.

Gerectificeerd

Column Flip de Kam

De column van Flip de Kam Iets te kiezen in 2002 (in de krant van donderdag 7 juni, pagina 14) bevatte twee fouten. Het Planbureau gaat voor de komende kabinetsperiode uit van een economische groei van 2,25 (niet: 2) procent per jaar. Het begrotingsoverschot om de staatsschuld weg te werken moet 1,75 (niet: 1) procent van het bbp bedragen.