Eerste Kamer 1

Op zichzelf goed, om het functioneren van de Eerste Kamer tegen het licht te houden; het trekken van onontkoombare conclusies kan niet lang meer worden ontlopen en er moet heel veel veranderen (Magazine, 2 juni).

In ons staatsbestel echter moet `de politiek' zelf zich uitspreken over eigen functie en functioneren en daarin blijkt een wel heel zwak punt van onze democratie te zijn gelegen; indien de voorzitter van de Tweede Kamer werkelijk zou hebben bedoeld te zeggen hetgeen uit haar mond is opgetekend, dan geeft zij daarmee nog eens de perversiteit van de situatie aan.

Er is over dit onderwerp oneindig veel diepzinnigers bedacht en opgeschreven dan Gerard van Westerloo heeft gedaan. Er deugt niets van de aantijging dat de Eerste Kamer veel te weinig slechte wetsontwerpen afkeurt, alsof aan de Tweede Kamer het recht zou toekomen zulk slecht werk af te leveren en dan ook nog te roepen dat nadere toetsing onnodig of zelfs onterecht zou zijn.

Is er werkelijk iemand die zou willen bewerkstelligen dat er geregeld wetsontwerpen worden afgekeurd omdat ze ,,wetstechnisch niet deugen''? De mening van Thorbecke over de Eerste Kamer kan niet zomaar worden losgeweekt uit de tijd (1848) en uit de verhoudingen, de inzichten en de prioriteiten die toen golden en nu niet.

Laten de senatoren aanstonds aan de slag gaan om een nieuwe, inspirerende en verdedigbare visie op de plaats, de functie en de inrichting van de Staat der Nederlanden te ontwikkelen. `De politiek' is niet veel ongeloofwaardiger dan veel andere instituten in Nederland, maar het kan beslist geen kwaad om alles te doen wat nodig is om in de pas te blijven en redelijke prestaties te leveren.