`Die Albanese honden zullen branden!'

Macedonische jongeren trokken gisteren brandstichtend en plunderend door de straten van Bitola, om de dood van drie soldaten uit deze stad te wreken.

,,Ik kan de mensen niet in bedwang houden'', had burgemeester Zlatko Vrškovksi 's ochtends nog gezegd. ,,Ik heb hen in kranten, op televisie en tijdens bijeenkomsten opgeroepen geen brand meer te stichten bij de Albanezen. Wat kan ik verder doen?'' Met lede ogen zag hij de avond dichterbij komen.

De schemer is nog niet gevallen of de vrees van de burgemeester wordt bewaarheid. Om zeven uur verzamelen grote groepen jongeren zich in de hoofdstraat van Bitola, een met stenen geplaveide winkelstraat zonder auto's. Om half acht kan men over de hoofden lopen. Het ruikt dan al naar problemen; jongens lopen hanig langs de terrassen, meisjes groepen giechelend bij elkaar, ouders pakken hun kinderen beet en haasten zich naar huis.

Om acht uur gaat de eerste winkel van een Albanees in brand en in de chaotische twee uur die volgen, kan de brandweer van Bitola het werk niet aan. Als om tien uur de avondklok ingaat, hangt een wolk van as en rook over de stad in het zuiden van Macedonië.

De vernieling, brandstichting en plundering van Albanese bezittingen komt niet als een verrassing. Een maand geleden was het ook raak in de stad; toen trokken Macedonische jongeren ook brandschattend rond. En toen was de aanleiding ook dezelfde; de moord op vier politiemannen uit Bitola en omgeving door Albanese rebellen.

Deze keer gaat het om vijf militairen, van wie er drie afkomstig waren uit Bitola, een stad met 80.000 inwoners (onder wie 8.000 Albanezen). De vijf sneuvelden toen ze dinsdagavond in een hinderlaag van de Albanese extremisten op de berg nabij Tetovo waren gelopen. Zeven andere militairen raakten gewond, een van hen is zelf lid van de Albanese minderheid. Het was een laaghartige aanval, zeggen ze in Bitola, en dat versterkt de woede. De soldaten werden gedood terwijl ze een medisch team begeleidden dat andere neergeschoten soldaten probeerde te redden.

,,Die Albanese honden zullen branden'', schreeuwt een jongen aan de kop van de stoet relschoppers. Gewapend met stukken staal, houten stokken en kettingen gaan ze van straat naar straat. De onderbemande brandweer weet niet waar te beginnen; nauwelijk is ze bij de ene brand gearriveerd of vier straten verderop brandt een ander pand. `Burn, burn', giechelen twee meisjes zenuwachtig. De sfeer is opgetogen.

`Kristallnacht', zo hebben de leider van de Democratische Partij van Albanezen (PDSh) Arben Xhaferi, en de leider van de lokale afdeling, Muarem Nexhipi, de vernielingen genoemd. De verwijzing naar de georganiseerde pogrom is wellicht overdreven, maar de relschoppers willen wel degelijk refereren aan de jodenvervolging in nazi-Duitsland. Zo hebben ze de winkels en de moskee van de Albanezen ondergeklad met hakenkruizen en een davidster.

Opvallend is de afwezigheid van de – overwegend Slavisch-Macedonische – politie. [Vervolg BITOLA: pagina 5]

BITOLA

'Rellen in Bitola zijn beraamd'

Gedurende de twee uur van massawoede laat geen agent zich zien. Plunderaars kunnen ongestoord graaien. Bij de vorige uitbarsting van geweld werd de relschoppers ook geen haar breed in de weg gelegd. ,,Ik heb gedaan wat ik kon'', houdt de burgemeester stug vol. Maar zijn woorden worden door velen in twijfel getrokken.

Muarem Nexhipi, staatssecretaris van Volksgezondheid in de regering van nationale eenheid, tevens leider van de PDSh-afdeling in Bitola, ziet in de afwezigheid van de politie een complot. ,,Deze rellen zijn beraamd. De politie houdt zich met opzet afzijdig.'' Zijn huis staat onder `zware politie-bescherming' maar gaat aan het einde van de avond toch voor een deel in vlammen op.

Heeft de politie de rellen gisteravond niet zien aankomen? Het is onwaarschijnlijk. `s Middags rijden boze taxichauffeurs al toeterend door de stad - een van de gesneuvelde soldaten is de broer van de baas van een taxibedrijf in Bitola. Overal in de straat hokken jongeren bij elkaar. Zelfs enkele groepen zigeuners hebben zich ter dege voorbereid. In het spoor van de menigte trekken ze door de straten, duwen hun kinderen door de gebroken ruiten en laten hen grote witte plastic zakken volladen.