Chatten kan zonder tolk

Communicatie gaat voor 85 procent via spraak. Maar op internet is het gehoor niet nodig. Alleen jammer als er staat dat je moet opbellen voor nadere informatie.

HET EERSTE CONTACT gaat via internet. Een e-mailtje: ,,Hoe laat zullen we elkaar ontmoeten, en waar?'' Het is een makkelijke manier voor een dove en een horende om zonder problemen en op een relatief gelijkwaardige basis te communiceren. In het dagelijks leven gaat 85 procent van de communicatie via spraak. Met internet is dat niet nodig. Er is ook geen tolk of teksttelefoon nodig om de link tussen Nederlands en gebarentaal te maken.

Pascal Ursinus, vanaf zijn achtste doof, is bij uitstek geschikt om te praten over het effect van internet op de dovenwereld. Ursinus deed een opleiding communicatiesystemen, waarin hij de interactie tussen mens en machine bestudeerde. Hij begon al in 1996 met een nieuwsbrief voor doven (www.doof.nl). Afgelopen maart werd hij door het ministerie van Volksgezondheid benoemd tot een van de vier `ambassadeurs' van het project Drempels Weg, dat de virtuele drempels voor gehandicapten op internet moet verkleinen. Ursinus werkt bij ITC-dienstverlener Inter Access.

In de dovenwereld is zijn ambasssadeurschap niet door iedereen met gejuich ontvangen. Belangrijkste reden daarvoor is dat de drempels op het web voor doven kleiner zijn dan voor bijvoorbeeld blinden en motorisch gehandicapten en de noodzaak voor extra hulp dus niet zo groot is. Bovendien zien doven zichzelf eerder als een minderheid, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Friezen en Turken, dan als gehandicapten. ,,Maar als je niet meedoet, blijf je een onzichtbare groep'', zo redeneert Ursinus.

Aanvankelijk waren doven trouwens ook niet erg enthousiast over het medium internet, vertelt Ursinus. ,,In het begin was internet vooral in het Engels, wat het voor doven niet toegankelijk maakte. Nederlands is al moeilijk genoeg. Maar langzaamaan zagen ze wel in dat internet een medium is dat de zelfredzaamheid van doven helpt vergroten.''

Die mogelijkheden werden ook door anderen gezien. In Den Haag begon KNO-arts Berend Glazenburg in 1995 met een project om auditief gehandicapten een baan te laten vinden via internet. Vooral de IT-branche, waar een groot deel van de communicatie via e-mail gaat en de dove dus gelijkwaardig is aan iedere andere werknemer, bood goede perspectieven. De arts zag internet als een ,,totale revolutie'' voor de dovenwereld, omdat ,,je niet meer het risico loopt verkeerd te worden begrepen''. Glazenburg: ,,Achter het beeldscherm is niets te merken van doofheid.''

Glazenburg stak ook collega Jan de Laat, audioloog van het Leids Universitair Medisch Centrum, aan met het internetvirus. Ook hij zag mogelijkheden om het medium geschikt te maken voor doven en slechthorenden en hen via internet uit hun ,,sociaal isolement'' te halen. De Laat: ,,Via internet werd het mogelijk voor doven om elkaar te vinden. Dat niet alleen: via het web kunnen doven, slechthorenden en bijvoorbeeld commerciële instanties, audiologen, KNO-artsen en de overheid met elkaar in contact komen.''

Glazenburg en De Laat begonnen de portal Oorakel (www.oorakel.nl), waarin inmiddels alle grote organisaties op het gebied van het gehoor samenwerken. De overzichtspagina biedt nieuws, een vraagbaak over hoorproblemen, een discussieplatform en een uitgebreide linklijst. Wellicht nog belangrijker is dat door Oorakel de verschillende groepen zich hebben kunnen verenigen, en een sterke lobbygroep zijn geworden. Het medium is door de snelheid dan ook uitermate geschikt om saamhorigheid te kweken, bijvoorbeeld toen KPN Telecom in april de teksttelefoonbemiddelingsdienst wilde afschaffen. Via een e-mailactie, begonnen door doof.nl, kon dat worden voorkomen.

Ondanks alle voordelen laat de toegankelijkheid van internet voor doven nog heel wat te wensen over, stelt automatiseerder Ursinus. Wat te denken van de pizzakoerier die het mogelijk maakt om online een maaltijd te bestellen, maar waar het toch nog nodig is de bestelling telefonisch te bevestigen. Of de vacature die eindigt met een telefoonnummer voor meer informatie. Via het project Drempels Weg hoopt Ursinus de mogelijkheid te krijgen om webontwerpers op die `kleine' dingen te wijzen. Ook zou internet op andere terreinen ingeschakeld kunnen worden: bijvoorbeeld door vertragingsberichten van de NS niet alleen te laten omroepen, maar ze ook via mobiel internet aan doven en slechthorenden kenbaar te maken.

Een toepassing die al binnen handbereik ligt, is de koppeling van de teksttelefoon aan internet. Ursinus vertelt enthousiast over een Amerikaans project waarbij een toepassing op internet het apparaat teksttelefoon vervangt. ,,Stel je ziet op het web een leuk restaurant. Je opent een nieuw scherm. Je kopieert en plakt het telefoonnummer daarin, en vervolgens wordt het restaurant automatisch gebeld. Je typt je vraag in, het restaurant geeft antwoord.'' Op dezelfde manier zouden ook doven en horenden op een makkelijke manier gesprekken met elkaar kunnen voeren. De allernieuwste ontwikkeling in dit kader is beeldtelefonie via internet, waarmee het gezicht van degene met wie je aan het chatten bent via webcam in beeld gebracht wordt, zodat je – met lipbeeld – nog beter verstaanbaar bent.