Zitten

De lezer zal zich gisteren misschien hebben afgevraagd: wat had jij op Tweede Pinksterdag op de meubelboulevard Villa Arena in de Bijlmer te zoeken?

Niets, om eerlijk te zijn. Althans, als koper. Ik heb nooit de behoefte gehad in een dergelijke omgeving mijn spullen te kopen. Mijn meubeltjes heb ik altijd bijeengegraaid bij eerlijke (meestal) timmerlieden die op mijn vage verzoek iets in elkaar wilden zetten, en bij eerlijke (meestal) antiekhandelaren.

Wat me bij gigantische meubelhallen als de Villa Arena vooral intrigeert, is de vraag: waarom willen al die mensen erheen? De meesten, vermoed ik, gaan niet om te kopen maar om te kijken. Naar de meubels, maar ook naar elkaar. Vroeger had je de gewone boulevard, of het plein of de dijk, waarop je elkaar 's zondags kon inspecteren. Daar zijn we een beetje op uitgekeken. We nemen liever de auto naar de grote stad. Zie je nog eens iemand anders. Dat is het succes van de koopstad Amsterdam op zondag.

Villa Arena heeft bovendien het voordeel dat je de illusie kunt koesteren in de grote stad te zijn geweest, hoewel je niet verder bent gekomen dan een moderne buitenwijk.

Maar er gaan ook wel degelijk kopers naar Villa Arena. Ik heb ze in alle soorten en samenstellingen gezien. Wat domineerde was het matriarchale gezin. Moeder overlegt druk met de meubelverkoper, vader zit onderuitgezakt te boeren van onderdrukte verveling en de kids proberen lacherig de protserige fauteuils uit. De meubelverkoper maakt bemoedigende vorderingen, vooral omdat hij een leuk contactje legt met de jongste, die nog bij moeder aan de hand loopt. ,,Ik mag er graag naar kijken'', glundert hij tegen moeder, ,,ik heb er zelf ook vier.'' Misschien is hij in zijn vrije tijd ook nog kinderverkrachter, maar dat zegt hij er niet bij.

Kopen in zo'n megahal heeft het voordeel dat je in korte tijd een tour d'horizon kunt maken. Je wilt een nieuw bed? Je raadpleegt de plattegrond en je raast in hoog tempo langs Oase Slaapkamer Speciaalzaken, Droomdomein (`Uw nachtrust. Ons vak.') en Slaapkamercentrum. Ideaal toch?

Helaas, dergelijke hallen maken mij in opzienbarend korte tijd tot een somber, geprikkeld en onaangenaam mens. De atmosfeer begint als een loden mantel op me te drukken. Overal zijn te veel mensen en in elke winkel hangt diezelfde lauwe ziekenhuiswarmte.

Er is één woord dat zich steeds meer aan me opdringt: verzadiging. We hebben al te veel, maar we willen nog meer. Vóór de hal vreten we ons kapot bij de Febo, in de hal kopen we de relaxfauteuil van zes mille waarin we alles zo goed mogelijk kunnen laten verteren. Eten & zitten, daar draait het om.

Zelf heb ik nog even de stoel van Cumelus (Duits merk) geprobeerd. Perfecte stoel. Je kon het aantal elektrische vibraties per ledemaat variëren, en bij de stand `Expressions' werd zowel je linker- als je rechternier fors opgeschud. Toen dacht ik: nu maar de échte elektrische stoel.