`Stalen slang' gaat weer kronkelen

De oude spoorweg van Massawa naar Asmara wordt uit de mottenballen gehaald – tezamen met het gepensioneerde personeel. Een economisch symbool van het zelfstandige en zelfbewuste Eritrea.

Een bijna antieke stoomlocomotief heeft voor hem geen geheimen. De 75-jarige Abraha Ikor zit in de werkplaats van de Eritrese spoorwegen in Asmara te sleutelen aan de stoomketel van een roodzwarte locomotief uit 1929. In 1936 begon Abraha als reparateur bij het spoor.

Abraha's huidige arbeid is niet voor een museumproject. Integendeel, hij werkt aan de wederopstanding van de Eritrese spoorwegen, de oude treinen gaan weer rijden als weleer. In 1994 werd Abraha samen met driehonderd andere stokoude spoorarbeiders uit pensionering teruggeroepen om de met spinnenwebben bedekte stoomlocomotieven nieuw leven in te blazen.

Abraha strompelt in zijn vodden naar het wachthuisje van de stationschef. Uit zijn rechterschoen steken drie tenen, zijn gulp is met een veiligheidsspeld gedicht. Het tientallen jaren geleden in ongerede geraakte station heeft een schoonmaakbeurt gehad. Het gebouwtje van de stationschef is netjes aangeveegd, alleen decennia oude vogelpoep bleek niet meer van de muren te krabben. ,,Vertegenwoordigers van de Wereldbank kwamen onlangs naar ons project kijken'', vertelt Abraha. ,,Ze reageerden verbaasd en zeiden: `Goh, jullie zijn wel erg oud'. Wij kaatsten terug: `Wacht maar, we hebben nog genoeg sperma voor vele maagden'.''

De door Italiaanse kolonisten aangelegde spoorweg van de havens in Massawa naar de hoofdstad Asmara is een wonder van ingenieurschap. Een huzarenstukje. Bij de aanleg van het 140 kilometer lange spoor, de 65 bruggen en viaducten en de 36 tunnels door massieve rotsbergen kwamen tientallen Italianen om het leven. Van de zandvlaktes rond het extreem hete Massawa slingert het uitgehakte pad zich over ravijnen en langs afgronden de koele hooglanden in. Ergens halverwege gaat het steil over een afstand van vijftig kilometer 2.500 meter naar boven. Hoe verachtelijk de kolonisten in Afrikaanse ogen ook waren, ze hebben enkele ingenieuze infrastructurele projecten uitgevoerd in het ruwe berglandschap van de Hoorn van Afrika.

Op 24 november 1887 nam de aanleg van de spoorweg een aanvang en in 1911 had de Serpente d'accaciaio ('stalen slang') Asmara bereikt. In 1935 begonnen de Italianen op dezelfde route tevens een kabelbaan te bouwen. Een jaar later begon Abraha zijn baan bij het spoor en repareerde zijn eerste stoomketel. Hij verdiende anderhalve lire per dag, zijn Italiaanse collega's acht lire.

,,De Italianen moesten we altijd baas noemen terwijl zij ons met onze voornamen aanspraken'', herinnert Abraha zich. ,,Zij dronken in de bar, wij moesten buiten blijven. Zij mochten de locomotief besturen, Eritreeërs schepten de kolen.''

Met een groene seinvlag slaat hij een horde vliegen weg. Viva Duci diende hij de Italianen te groeten toen Rome fascistisch werd. Nee, van de Italianen moest Abraha weinig hebben. Met vreugde zag hij hen in 1941 vertrekken. De volgende bezetters, de Britten, ontmantelden enkele trajecten van het spoor en toen zij tien jaar later vertrokken en de Ethiopiërs Eritrea innamen, werd de kabelbaan afgebroken. Maar het overgrote deel van de spoorlijn was nog intact.

De vernietiging begon in 1975. De oorlog tussen het Ethiopische leger en strijders van het Eritrese Volksbevrijdingsfront (EPLF) had een hoogtepunt bereikt. De rebellen vielen regelmatig treinen aan. Toen in 1974 Abraha met pensioen ging omdat de Ethiopiërs de spoorweg sloten, rukten regeringssoldaten en rebellen de bielzen van het spoor om hun loopgraven te verstevigen.

Er lag geen meter spoor meer, toen in 1994 de regering van het onafhankelijk geworden Eritrea de herbouw tot een nationale prioriteit verklaarde. Buitenlandse bedrijven deden offertes met prijskaartjes van honderden miljoenen guldens om de spoorlijn te herstellen. Maar Eritrea wil op eigen krachten vertrouwen en weigert bijvoorbeeld leningen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF).

Het project kost Eritrea nu slechts een paar miljoen gulden. De plaatselijke bevolking werd ingeschakeld om de duizenden bielzen en stukken spoor terug te vinden. De oude locomotieven hadden de tand des tijds doorstaan. Het probleem was expertise. ,,Niemand in Italië weet nog iets van stoomlocomotieven, dus haalde de regering ons uit de mottenballen'', lacht Abraha schamper. ,,Ik heb er acht weer aan de gang gekregen.''

De oude machines tuffen inmiddels weer over de spoorlijn. Ze vervoeren boeren met hun producten naar de markten en een handjevol buitenlandse toeristen. Binnen een jaar of twee zal het eindstation Asmara zijn bereikt. Het geluid van een stoomfluit maakt Abraha gelukkig. ,,De spoorwegen zijn nu een Eritrees symbool, niet van de koloniale tijd. Want ze zijn van ons, door onszelf aangelegd.''