Soekarno's geest waart nog rond in Indonesië

Vandaag 100 jaar geleden werd Soekarno geboren. Hij is al 30 jaar dood, maar zo'n krachtige persoonlijkheid sterft alleen lijfelijk.

Hij kwam ter wereld bij het eerste ochtendgloren van 6 juni 1901, op de drempel van een nieuwe eeuw. Tegen de Amerikaanse Cindy Adams, die zijn autobiografie optekende, vertelde Soekarno dit verhaal: ,,Ik was nog maar een paar jaar oud, toen moeder me haar zegen gaf. Ze was opgestaan voor het krieken van de dag, zat stil op de veranda voor ons huis en wachtte geduldig op de zon. Ik kwam dichterbij, ze nam me op schoot en zei: kijk eens, zoontje, de dag begint. Luister wat je moeder zegt. Jij bent voorbestemd om een groot man te worden, een leider van ons volk, omdat ik je het leven schonk om half zes in de ochtend. Zoon, je bent een kind van de dageraad.''

Zijn ouders, een Javaanse onderwijzer en diens Balinese echtgenote, noemden hem eerst Koesno en later, naar een personage uit het wajang-epos Mahabharata, Soekarno. Moeder kreeg gelijk. Haar zoon drukte een onuitwisbaar stempel op zijn land, zijn volk en zijn tijd, de twintigste eeuw, die toch al druk bevolkt is door reuzen en demonen. Ook na aftrek van de mythevorming, die tijdens zijn leven begon en die hij zelf schaamteloos voedde in zijn autobiografie, blijft hij, hoewel hij klein van stuk was, uittorenen boven zijn tijd- en landgenoten.

Ir. Soekarno (1901-1970), een van de grondleggers en tevens de eerste president van de Republiek Indonesië, was een man van uitzonderlijk formaat. Alles aan hem barst uit de voegen van de middelmaat: zijn energie, intelligentie en persoonlijke magnetisme; zijn ijdelheid, wispelturigheid en libido – hij huwde liefst negen vrouwen – zijn idealisme en Wille zur Macht, en ook zijn uiteindelijke mislukking als leider. De reacties die hij opriep bij anderen waren – en zijn – al even extreem: van aan dweepzucht grenzende bewondering tot uitgesproken weerzin. Tegen Cindy Adams zei hij, zonder een spoor van valse bescheidenheid: ,,Er is geen mens in de moderne tijd die zoveel gevoelens pro en contra oproept als Soekarno. Ik ben vervloekt als een bandiet en verheerlijkt als een god.''

Een zo krachtige persoonlijkheid sterft alleen lijfelijk en de geest van Soekarno waart nog steeds rond in Indonesië. De controverse rond zijn persoon is een eeuw na zijn geboorte nog niet uitgewoed, al zijn de scherpste kantjes er van af. Dat hij de Nederlands-Indische regering in de jaren dertig smeekte hem vrij te laten uit zijn politieke gevangenschap, dat hij honderdduizenden landgenoten als dwangarbeider ter beschikking stelde aan de Japanse bezetter, in 1959-'60 bij decreet de grondwetgevende vergadering en het parlement ontbond en aldus het landsbestuur een fatale, autoritaire wending gaf, dat alles wil Indonesië niet meer weten of heeft het Bung (kameraad) Karno vergeven.

De bewondering voor de man die het Nederlandse koloniale gezag trotseerde, samen met Mohammad Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uitriep, uit 13.000 eilanden een eenheidsstaat en uit honderden talen en culturen een natie smeedde, overheerst. Ook na 32 jaar Nieuwe Orde, het autoritaire bewind van generaal b.d. Soeharto. Die schoof Soekarno aan het eind van de jaren zestig aan de kant, veroordeelde hem tot huisarrest en negeerde zijn laatste wil, begraven te worden in zijn geliefde Bogor (West-Java). De generaal gunde zijn voorganger geen bedevaartsoord zo dicht bij de hoofdstad Jakarta. [Vervolg INDONESIË: pagina 5]

INDONESIË

Nadelen Soekarno vergeten

[Vervolg van pagina 1] Soekarno werd na zijn dood, 21 juni 1970, bijgezet naast zijn moeder, in Blitar (Java), waar hij was geboren.

Zelfs de bikkelharde Soeharto bleef beducht voor Soekarno en schuwde de paleizen waar deze als president gewoond had. De generaal deed er alles aan om de herinnering uit te wissen aan de man die hij had afgezet, maar hij kreeg de geest van Bung Karno er niet onder. Er groeide een nieuwe generatie op, voor wie de naam Soekarno, ondanks het taboe, een revolutionaire klank hield en dat maakte hem alleen maar aantrekkelijker voor jongeren die het paternalisme van de Nieuwe Orde beu waren. Oudere Indonesiërs vergaten allengs dat er onder Soekarno's presidentschap honger was geleden en onthielden vooral diens retorische dialogen met de massa op het Vrijheidsplein. Soekarno overleefde in de collectieve herinnering als een man van het volk en niet als de autocraat die hij in zijn nadagen werd. Zijn beeltenis verscheen op minibusjes en keukentjes op wielen, de ambulante negotie van de kleine man, en er ontstond een levendige handel in cassettes met zijn opzwepende redevoeringen.

Uiteindelijk deed Soeharto concessies aan de volkswil. In de jaren tachtig werd Soekarno bijgezet in de galerij der nationale helden, het internationale vliegveld van Jakarta kreeg de naam van beide vaders des vaderlands, Soekarno-Hatta, en het aanvankelijk simpele graf in Blitar werd gerenoveerd. De tombe trekt sinds begin deze maand 25.000 bezoekers per dag.

De rollen zijn intussen omgedraaid. Soeharto leeft, drie jaar na zijn val en na een reeks beroertes, teruggetrokken in de familiewoning in de villawijk Menteng. Als de crisis rond president Wahid is geluwd, zal ongetwijfeld opnieuw de roep opklinken om zijn berechting. Wahid, bewonderaar van Soekarno, gaf, de Javaanse gewoonte getrouw, een vrijzinnige draai aan zijn genealogie en beweert dat zij beiden afstammen van de sultans van Demak, de eerste moslimvorsten op Java. In januari doopte hij het sportcomplex in de wijk Senayan, een prestigeproject uit Soekarno's tijd, om tot Bung Karno Stadion.

Daar begon vanmiddag de nationale viering van Soekarno's honderdste geboortedag, gevolgd door een groot volksfeest dat tot vanavond laat voortduurt. De plechtigheid werd bijgewoond door Wahid en zijn vice-president, Megawati Soekarnoputri, de oudste dochter van de grote Bung. Nu Wahid op zijn beurt wordt bedreigd met afzetting, gloort voor de Soekarno's een nieuwe dageraad.