Rotzooi

Van alle zakelijke relaties die mensen met elkaar kunnen onderhouden hoort die met de werkster tot de meest precaire. Er bestaat niet eens een goede terminologie voor de betrokkenen. `Werkster' klinkt zelfstandiger dan `hulp in de huishouding', maar hoe noem je de werkgever van de werkster? De chef? De bazin? De mevrouw? Zelf spreken werksters altijd over `werkhuizen' en in die werkhuizen wonen voornamen, want dat wil de hedendaagse etiquette. De werkverschaffer, mits niet al te bejaard, en de werknemer in particuliere huishoudens gaan informeel met elkaar om, maar lopen spitsroeden.

De werkster vormt een oplossing voor de traditioneel feministische klacht over eenzijdige huishoudelijke inspanningen. Mensen denken het probleem op te lossen door het uit te besteden en af te kopen, maar de narigheid wordt alleen maar verlegd. De kern van het ongenoegen bestaat uit een aan haat grenzende minachting voor degene die te beroerd is om z'n eigen rotzooi op te ruimen. Wie een werkster aanneemt zuivert z'n eigen primaire relatie (een echtgenoot in de meeste gevallen) van die minachting en haat, maar in de verhouding met de werkster blijven die gevoelens onverminderd van kracht, zij het dan in omgekeerde richting.

Op het oog lijkt er sprake van een rationele arbeidsovereenkomst tussen twee volwassen mensen, van wie de een de ander tegen een uurtarief van ƒ15,- à ƒ20,- schoonmaakwerkzaamheden laat verrichten. Wat kan misgaan met zo'n simpele opzet? Eigenlijk alles. Om te beginnen is bijna niemand van de opdrachtgevers tevreden over de kwaliteit van de werkzaamheden. Iedereen, vrouw of man, samenwonend of alleenstaand, denkt in z'n hart dat hij zelf z'n eigen huis beter had schoongemaakt dan de werkster (m/v) die is ingehuurd. Dat klopt. Men legt altijd hogere standaarden aan voor z'n eigen badkamer dan voor die van een ander. Hoevelen grijpen niet, als de werkster het pand heeft verlaten, snel een borstel om de wasbak net dat extraatje te geven, zodat hij echt schoon is en niet alleen maar naar schoonmaakmiddel ruikt. Als er bezoekers komen, zal de wc toch eigenhandig schoongemaakt moeten worden, want die wekelijkse aaibeurt is niet voldoende.

Een goede opdrachtgever weet dat hij aan een aantal voorwaarden moet voldoen om het de werkster naar de zin te maken. Een opgeruimd huis bijvoorbeeld. Wie de werkster eerst het overal rondslingerende vuile wasgoed van de grond laat oprapen, voordat zij de stofzuiger ter hand kan nemen, betoont zich van het ongevoelige, uitbuitende soort. De werkster hoort zich niet door een heer-Bommel-afwas met aangebrande pannen heen te werken, voordat zij het keukenblok kan schoonmaken. Zij hoort geen papieren en kranten te moeten verzamelen en ook geen speelgoedonderdelen in elkaar te zetten, niet in de laatste plaats omdat de bewoners zo hun spullen kwijtraken. Anderzijds moeten deze zich niet ergeren als elke week weer de foto's schuin worden neergezet in plaats van recht en de kussens in een al te symmetrische slagorde op de bank liggen.

Goede werkafspraken bij aangaan van het dienstverband zouden toekomstige ergernissen moeten voorkomen. Helaas is het zo gênant om in details te moeten treden. De zaken moet schoon zijn, welzeker! Maar je gaat iemand toch niet uitleggen hoe die een badkamervloer moet schrobben? Dan lijkt het wel alsof je de werkster als een zwakbegaafde beschouwt.

Als werksters echt goed en efficiënt zijn, dan zijn ze snel weer weg, want met die kwaliteiten kunnen ze elders evenveel geld verdienen, met meer perspectief op vooruitgang. Met een middelmatig, kan-er-mee-door-niveau kun je jaren vooruit, maar op een gegeven moment is de relatie te persoonlijk geworden. Na tien jaar kan de opdrachtgever niet meer opeens gaan klagen over koffiepauzes van drie kwartier, stofrollen achter de gordijnen of vetafzetting aan de afzuigkap. En ontslagaanzegging durft-ie ook niet, want hoe kom je aan iemand anders?

De werkster is zich van geen kwaad bewust, maar haar teruglopende prestaties worden ingegeven door haat en minachting voor degene die te beroerd is zijn eigen rotzooi op te ruimen. Ook als diegene oud en afhankelijk is. Elk schoonmaakdienstverband raakt op den duur vergiftigd.