Rapport-Wijffels berust op een dwaling

Het rapport-Wijffels over de toekomst van de veehouderij gaat ten onrechte geheel voorbij aan het feit dat landen buiten de Europese Unie ons vlees veel goedkoper kunnen leveren, ook met ecologisch verantwoorde productiemethoden, vinden Jacob Kol en Bart Kuijpers.

Op on-Nederlandse wijze kritiseert het rapport-Wijffels de intensieve veehouderij: amoreel jegens dieren, ziektegevoelig, niet gericht op voedselveiligheid, milieuvervuilend en landschapbedervend. Toch blijft de intensieve veehouderij in de plannen van Wijffels c.s. voortbestaan, maar wel onder strakkere regels. Veel verwacht het rapport van de duurzame veehouderij, waarin de genoemde problemen niet meer voorkomen. De kwaliteit van het vlees zal sterk verbeteren – daar is kennelijk aanleiding toe – en dus moet het vlees duurder worden. De consument dient dit in te zien en zal meer moeten betalen, overgehaald door een betere ,,vermarkting''.

Het rapport onderstreept de sterke positie van de veehouderij op de internationale markt: ,,het feit dat tweederde van haar productie geëxporteerd wordt is daarvoor het bewijs.'' Maar het rapport verzwijgt dat die export voor het allergrootste deel (70-90 procent afhankelijk van het soort vlees) bestemd is voor de EU-markt, een markt die met torenhoge tarieven wordt afgeschermd voor werkelijk concurrerende invoer vanuit landen buiten Europa, zoals Australië en in Latijns Amerika. Buiten Europa is onze huidige veehouderij dan ook verre van concurrerend; wat niet in Europa kan worden verkocht, heeft exportsubsidies nodig om buiten Europa te worden afgezet of gedumpt. Onze grondprijzen en lonen zijn veel te hoog voor een concurrerende veehouderij in wereldwijd perspectief. En dit geldt in nog sterkere mate voor de duurzame veeteelt, waarbij meer land en arbeid worden gebruikt.

De waarheid, die het rapport-Wijffels verzwijgt, is, dat landen buiten de EU ons vlees veel goedkoper kunnen leveren, óók met ecologisch verantwoorde productiemethoden. De consument hoeft dan ook helemaal niet op kosten te worden gejaagd om hier een duurzame veeteeltsector op poten te zetten.

Rundvlees uit Argentinië is nu bij Albert Heijn te krijgen, maar het is erg duur; dit komt door de genoemde enorme tarieven rond de EU-markt. Verdwijnen die en wordt deze markt echt toegankelijk voor concurrerende invoer, dan kan de prijs met zeker de helft dalen – zowel voor traditionele als voor biologische producten. Openstelling van de EU-markt is dan ook een eerste vereiste om een werkelijk concurrerende landbouw in Nederland en de EU over te houden. Het zou tevens de 300 miljard gulden grotendeels uitsparen die thans per jaar aan landbouwsteun worden weggesmeten. Voor een veel geringer bedrag kunnen dan een paar EU-controleurs worden aangesteld die nagaan of de producerende ontwikkelingslanden aan onze eisen voor het ecokeurmerk voldoen. Dat zij dit kunnen, kunt u ook nu al zien op de labels van uw ecoproducten met landen van herkomst als China, Kenia en Thailand.

Alleen al wegens de enorme voordelen zou de EU de steunverlening aan de landbouw moeten beëindigen. Maar in ieder geval zal de toetreding van landen uit Oost-Europa, waar grondprijzen en lonen veel lager zijn dan hier, in deze richting werken. En in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) worden de ontwikkelingslanden steeds mondiger: zij zullen zich niet openstellen voor hoogwaardige Europese producten, zoals telecom, als de EU zich voor hun landbouwproducten blijft afsluiten.

Aan deze aspecten – toetreding Oost-Europa en druk van de WTO – besteedt het rapport-Wijffels precies nul regels. Het leidt daarmee op een dood spoor voor de duurzame veehouderij, net zo als het traditionele landbouwbeleid de intensieve veehouderij in een uitzichtloze situatie heeft gedreven. Het rapport-Wijffels komt daarmee gevaarlijk dicht in de buurt van bewuste misleiding.

Toch omarmt minister Brinkhorst het rapport: het geeft hem in ieder geval een handvat met polderconsensus om althans de intensieve veehouderij te verkleinen. Brinkhorst heeft daarbij wel degelijk oog voor de wereldwijde aspecten; en anders wordt hij er wel aan herinnerd door minister Herfkens, die het EU-landbouwsteunbeleid ,,schandalig'' noemt omdat het zoveel kansen ontneemt aan ontwikkelingslanden.

Met open Europese grenzen heeft de consument een echte keuze: goedkoop traditioneel of biologisch geproduceerd vlees van buiten Europa òf peperduur – maar niet beter – vlees van eigen grond.

Prof.dr. Jacob Kol en drs. Bart Kuijpers zijn verbonden aan de economische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.