Jospin tracht misrekening te neutraliseren

De Franse premier Lionel Jospin heeft zichzelf in de nesten gewerkt met een eerdere ontkenning van zijn trotskistische verleden.

,,Onbegrijpelijk'' noemt dagblad Le Monde de systematische ontkenning tot gisteren toe door premier Lionel Jospin van zijn lidmaatschap van een trotskistische groepering in de jaren zestig. Onbegrijpelijk is het.

Niet datgene wat hij ontkend heeft, is nu, zoals te voorzien was, steen des aanstoots geworden, maar de ontkenning zelf. Die hult de premier en de gedoodverfde presidentskandidaat van links van het ene moment op het andere in een geur van onbetrouwbaarheid. Juist voor een kandidaat die van betrouwbaarheid en schone handen zijn handelsmerk heeft gemaakt, kan dat dodelijk zijn.

Rechts zal er alles aan doen – en is daar ook prompt mee begonnen – om het woord ,,leugen'' en Lionel Jospin tot een hechte tweeëenheid te smeden. De premier zal de komende tijd alle zeilen moeten bijzetten om die pogingen te neutraliseren. Vooralsnog zijn die niet al te geslaagd. Hij moest het lidmaatschap onder druk opbiechten en deed dat boveniden op een halfhartige manier, zoals het dagblad Libération opmerkte. Hij beperkt zijn ,,betrekkingen met een van de trotskistische groeperingen'' tot de jaren zestig, terwijl die volgens Le Monde althans op het persoonlijke vlak hebben voortgeduurd tot 1987, toen Jospin al volop carrière had gemaakt in de Socialistische Partij.

Nog onbegrijpelijker, zo niet dom zijn Jospins ontkenningen in het licht van de tijd waarin hij lid was van de Organisation Communiste Internationaliste (OCI). Zeker, de groepering kenmerkte zich door een obscure cellenstructuur en stelde zich ten doel, ten behoeve van de arbeidersklasse, de staat te ondermijnen – kenmerken die de huidige tweede man van de Republiek om begrijpelijke reden liever niet benadrukt zag. Maar als enige in het linkse veld van destijds, en om die reden ook een paria, was de OCI fel antistalinistisch, al vanaf het begin van de jaren vijftig zelfs. Die luciditeit, met hand en tand verdedigd op het hoogtepunt van de Koude Oorlog en ten koste van excommunicatie en verkettering door mede-links, is eerder reden tot trots dan tot schaamte. Vrijwillige verwijzingen naar zijn politieke verleden hadden de premier eerder tot eer kunnen strekken dan schaden.

Onbegrijpelijk is ook Jospins kennelijke gebrek aan inzicht in de Franse ziel. Zeker voor iemand van zijn generatie is jeugdig politiek en liefst links engagement een aanbeveling, zo niet een must. De uitzonderlijk gepolariseerde tijdgeest van de jaren zestig heeft in Frankrijk mythische dimensies. Die status is terug te voeren op de Franse Revolutie, het moment van de grootste glorie van een land dat zich als de bakermat van de mensenrechten beschouwt. Revolutionaire (jeugd-)sympathieën zijn in die zin een romantische kwaliteit, voor links, maar ook voor rechts, dat oude waarden en de nationale geschiedenis naar zijn aard hoog in het vaandel draagt.

Waar het nu voor Jospin op aankomt is beheersing van de dynamiek waartoe een op zichzelf vrij onnozele misrekening de aanzet heeft gegeven. De overeenkomsten met de Lewinsky-affaire, waarin ook de ontkenning en niet zozeer wat ontkend werd de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton in grote moeilijkheden bracht, springen in het oog. De eerste, spontane tekenen, dat Jospin het gevaar dat hem bedreigt onderkent, zijn er. Hij heeft afstand genomen van zijn ultra-linkse verleden, maar hij heeft tegelijkertijd de toch al onder druk staande verhouding met de communistische partij, coalitiepartner in zijn regering, niet verder willen belasten door te stellen dat de PC ,,destijds niet was wat ze nu is''. Ook heeft hij niet nagelaten te wijzen op zijn prestaties van de afgelopen vier jaar, waarin Frankrijk de economische motor van Europa is geworden. ,,Dat is wat vandaag belangrijk is.''

Mogelijk blijft, dat Jospin een (nog) niet onthulde reden had voor zijn ontkenningen. Als die reden bestaat is het gevaar dat die alsnog boven water komt nu groter dan ooit.