Het geld ligt op straat

We sparen weer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bericht dat Nederlanders in de eerste vier maanden van dit jaar 17,5 miljard gulden spaarden, tweemaal zoveel als in heel 2000. Per huishouden komt het extra gespaarde geld neer op een kleine 3000 gulden.

De cijfers zijn te vers om directe oorzaken te verbinden aan het hamstergedrag, maar voorlopig is het trefwoord: angst. Angst om geld uit te geven, en angst om te beleggen. De bestedingen aan duurzame consumptiegoederen liepen in het eerste kwartaal met 3,3 procent terug en de beurskoersen maken een zwakke periode door. En dus hoopt het geld zich op.

Maar wat moet de burger met al dat spaargeld? De inflatie bedroeg over april 4,9 procent, en het mei-cijfer, dat vrijdag wordt gepubliceerd, zou nog wel eens verder kunnen oplopen. Een Postbank-plusrekening (om een willekeurige bank te noemen) geeft 2,5 procent rente. Wie bij die bank 25.000 gulden opzij zet krijgt 3,6 procent. Zelfs rentedragend verliest de bulk van het spaargeld op dit moment dus aan koopkracht.

Eén partij ziet het met een glimlach aan. Dat zijn de banken zelf. Zij gingen in het eerste kwartaal juist gebukt onder een verlies aan provisies voor transacties op de financiële markten, mede omdat de beleggende burger zich terugtrekt. Laat het nu diezelfde burger zijn die zijn bank op dit moment op een andere manier spekt.

Spaargeld is voor banken verreweg de goedkoopste bron van funding. Banken lenen dat geld vervolgens zelf weer uit voor een hogere rente. Aan andere banken bijvoorbeeld, voor rond de 4,5 procent. Aan minister Zalm voor 5,2 procent (tienjaars), aan solide bedrijven (tussen de 6 en 7 procent). Of aan andere burgers natuurlijk. Een doorlopend kredietje van 5000 gulden bij de Postbank doet een effectieve rente van 11,3 procent.

Zo kan de situatie zich voordoen dat in de straat de één vijfduizend gulden over heeft en daar een magere 125 gulden rente voor vangt, terwijl de buren vijfduizend rood staan en 565 gulden kwijt zijn. Tip: maak het samen af op 6,9 procent. Heeft de spaarder een rente van 2 procent boven de inflatie, en de lener is beduidend goedkoper uit.

Voluit bankje spelen voor de hele straat mag natuurlijk niet, hoewel toezichthouder De Nederlandsche Bank vorig jaar slechts welgeteld één instelling betrapte die zich ten onrechte voor bank uitgaf. En als je het microkrediet noemt, naar de aan populariteit winnende praktijk in de ontwikkelingshulp, is het nog politiek correct ook.