Europees hof onderzoekt afdeling Raad van State

Het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg gaat onderzoeken of de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Nederlandse Raad van State wel voldoet aan de eis van onafhankelijkheid. Dit blijkt uit een uitspraak die het hof op 3 mei heeft gedaan, en die nu pas is bekendgemaakt.

Het Europese hof besloot tot dit onderzoek in een zaak tegen de aanleg van de Betuweroute. Deze klacht was in Straatsburg aanhangig gemaakt door een groot aantal omwonenden en actiegroepen. Het hof verwierp hun bezwaren dat de aanleg van de spoorlijn in strijd is met hun recht op eigendom en de bescherming van hun persoonlijke levensfeer. Eén onderdeel van de klacht heeft het hof echter aangehouden: de bezwaren van een aantal klagers tegen de positie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die hun klachten eerder had verworpen.

Het knelpunt is dat de Raad van State twee verschillende staatsrechtelijke functies combineert. Ten eerste adviseert de raad, als hoog College van Staat, de regering over in te dienen wetsvoorstellen. Ten tweede is de afdeling Bestuursrechtspraak van de raad de hoogste administratieve rechter, die beslist over geschillen tussen burger en overheid. De vraag is of de administratieve rechters nog voldoende vrij staan tegenover wetten waarover de raad zelf heeft geadviseerd. Deze vraag hangt boven de Raad van State sinds het zogeheten Procola-arrest van het Europese hof uit 1995. Dat had betrekking op de positie van de Luxemburgse Raad van State. In de Procola-zaak werd de band tussen advisering en rechtspraak te nauw bevonden en afgekeurd. In dit geval waren vier van de vijf leden van de afdeling rechtspraak betrokken geweest bij de advisering over de wetgeving die onderwerp van het geschil vormde.

De Nederlandse Raad van State heeft maatregelen genomen om dit soort situaties te voorkomen. Als klagers tijdig laten weten daar prijs op te stellen wordt de kamer die in hun geval rechtspreekt, samengesteld uit staatsraden in buitengewone dienst. Die nemen niet deel aan de advisering over wetsvoorstellen. Een institutionele scheiding van adviserende en rechtsprekende functies vindt de raad echter ,,onnodig en onwenselijk'', aldus het onlangs verschenen jaarverslag 2000. Of deze stelling bestand is tegen kritiek, wordt nu onderzocht door het Europese hof in Straatsburg. Er zijn daar volgens de Leidse hoogleraar mensenrechten Rick Lawson nog enkele andere zaken op komst waarin de positie van de Raad van State ter discussie staat.