Driebergen verergerde kwestie huisvesting Roma

De crisis rond de huisvesting van Roma-families in Driebergen, juli vorig jaar, was mede het gevolg van een gebrekkige regie bij de overheid, onduidelijkheid over bevoegdheden en wantrouwen tussen wethouders en gemeenteraad.

Dat schrijft de onderzoekscommissie van de gemeente Driebergen-Rijsenburg in een onderzoeksrapport over de affaire dat vandaag is openbaar gemaakt. De affaire leidde tot het aftreden van het volledige college van burgemeester en wethouders, dat besloten had de gespannen situatie rond het woonwagenkamp op te lossen door vijf Roma-families 600.000 gulden te betalen indien ze uit Driebergen zouden vertrekken. Pas na vele omzwervingen en na ingrijpen van de Commissaris der Koningin konden de families in de gemeente Utrecht neerstrijken.

Volgens de onderzoekscommissie had het gemeentebestuur en het Woonwagenschap nauwelijks grip op de situatie. Het besluitvormingsproces werd ,,in hoge mate'' bepaald door de machtstrijd tussen de Roma-families en de ,,familie B.'' die al jaren in het kamp woonde en gesteund werd door de buurtbewoners. De commissie verbaast zich er over dat geen van de partijen op de hoogte leek te zijn dat het Woonwagenschap, een openbaar lichaam van vijf deelnemende gemeenten in de regio, wettelijke bevoegdheden heeft om orde op zaken te stellen.

De gemeente raakte de regie kwijt door het woonwagenkamp uit te besteden aan het commerciële adviesbureau Broekhuizen en Wit. Volgens de commissie lieten het college en haar ambtenaren zich ,,door het externe bureau - en soms zelfs door de door dit bureau ingeschakelde jurist - leiden, in plaats van richting te geven aan de werkzaamheden van dit bureau''.

Het uiteindelijke besluit om de Roma-families een vertrekpremie te geven is door het college genomen, bewust zonder overleg met de gemeenteraad. Volgens de onderzoekscommissie, samengesteld uit alle gemeenteraadsfracties onder leiding van een onafhankelijke voorzitter, lag hier een onuitgesproken onderling wantrouwen aan ten grondslag. Dat was al eerder ontstaan. Het college vreesde dat zonder ingrijpen slachtoffers zouden vallen.