`De wetenschap is hier verarmd'

Hoogleraar empirische sociologie Jaap Dronkers gaat in Florence doceren. Hij is teleurgesteld in het beleid én de studenten.

Voor sommige collega's is zijn vertrek misschien een verrassing. Toch hadden ze op de universiteit kunnen weten dat prof. dr. Jaap Dronkers een goede aanbieding uit het buitenland niet zou laten schieten. ,,Ik ga weg. En ze hadden op hun vingers kunnen natellen waarom.''

Dronkers (56), hoogleraar Empirische Sociologie en voorzitter van de afdeling Sociologie en Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, zal per 1 september aan het European University Institute in Florence de leerstoel Stratification and Inequality gaan bezetten. Een mooie post in een mooie stad, maar het was niet alleen het prestigieuze aanbod dat hem bewoog Nederland te verlaten. ,,Het wetenschappelijke klimaat hier in Nederland is verarmd.''

Dronkers verwierf bekendheid toen hij in 1997 hij was toen nog hoogleraar Onderwijskunde een systeem ontwierp om de kwaliteit van scholen te meten. Het resultaat was een ranglijst van scholen, gepubliceerd in Trouw. Op basis van onder meer het gemiddelde eindexamencijfer, berekende hij een `rapportcijfer' voor de scholen. Verder hield hij pleidooien voor een sterkere selectie van studenten.

Dronkers: ,,Minister Hermans heeft ook zijn mond vol van concurrentie en internationalisering. Intussen staan we aan de vooravond van een storm. De beste Nederlandse wetenschappers en studenten zullen binnenkort het land verlaten. Als zij niet al weg zijn.''

Waarom vindt u de wetenschap verarmd?

,,Laat ik een veelzeggend voorbeeld geven. Ik heb op de faculteit een formatieplaats over en ik weet precies welke jongen ik daarvoor wil hebben. Hij zegt alleen: `Ik ga naar Oxford'. En geef hem ongelijk. Doorstroming van goede, ambitieuze jonge wetenschappers is er nauwelijks.''

Dat is maar één voorbeeld.

,,Er is gewoon te weinig geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Door de bezuinigingen van de laatste twintig jaar zijn we al blij dat we de boel draaiende kunnen houden. Ik ga als afdelingsvoorzitter over honderd mensen, maar wie neemt er voor mij de telefoon aan? Wie maakt een kopietje voor mij?

Daarnaast is het ook een mentale kwestie. Er heerst hier een hedonistische sfeer, alles moet leuk en gezellig blijven. Toponderzoek is een moeilijke discipline, die veel tijd en energie vraagt. Dan blijkt dat het bijbaantje voor de student nét even belangrijker is. Het aantal eerstejaars is gigantisch, maar er stroomt weinig door. Voor een college van mij waar je leert wetenschappelijke artikelen te schrijven in internationale bladen, meldt zich gemiddeld één student.''

Toch wil Hermans binnen vijftien jaar alle Nederlandse opleidingen in de wereldtoptien krijgen.

,,Hoe kun je dat doen als we alleen maar lopen af te knijpen? We kunnen absoluut niet concurreren met Engeland of Frankrijk. We staan aan de rand van het wetenschappelijke spectrum en zijn vergelijkbaar met een land als Denemarken. Hoe vaak haalt een Deense onderzoeker nu een Nederlandse krant?''

Hermans stelt juist dat we voorop lopen bij modernisering van het hoger onderwijs. Hij wil net als u meer concurrentie en selectie.

,,In verhouding tot het probleem zijn dat minimale oplossingen. Sinds de jaren tachtig is het universitair onderwijs structureel verarmd, we zijn harder getroffen dan welke sector in het onderwijs ook. Ik moet als hoogleraar zestig procent van de tijd lesgeven, veertig procent houd ik over voor onderzoek. En dáár heb ik al keihard voor moeten knokken.''

Hoe zou het anders kunnen?

,,We moeten kijken naar goede voorbeelden uit het buitenland. In Frankrijk zijn promotie-instituten die niets met de universiteiten te maken hebben. Zoiets is een interessante gedachte om toponderzoek te stimuleren. En dat is nodig ook: de wetenschappers van mijn generatie zijn nog heel honkvast, maar de generaties na ons binden zich niet zo aan Nederland. Die vertrekken vanzelf als hun iets niet bevalt.''