Congo-expositie verdeelt België

Congo werd in 1960 onafhankelijk van België, maar in het Afrika-museum in Tervuren is België's heerschappij over de voormalige Afrikaanse kolonie nog springlevend. Een tijdelijke tentoonstelling moet daar verandering in brengen.

Boris Wastiau is een begenadigd verteller, maar zijn enthousiasme slaat om in afschuw als hij op een van de sculpturen afloopt die her en der in het Museum voor Midden-Afrika staan. Het manshoge brons toont een boosaardige man in luipaardvel die een slapende herder besluipt. Het gaat hier, zo meldt de begeleidende tekst, om een lid van een geheim genootschap dat begin deze eeuw verantwoordelijk werd gehouden voor mysterieuze moorden in Belgisch Congo. ,,Dit kan écht niet meer. Waarschijnlijk ging het om een verzetsbeweging tegen het koloniale bestuur. Deze man staat op het punt een collaborateur om het leven te brengen. Kijk toch hoe hij wordt afgebeeld: als een wrede, primitieve inboorling die je de stuipen op het lijf jaagt.''

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren is een wonderlijk anachronisme. De zalen over Congo's bodemschatten zijn onveranderd gebleven sinds de jaren zeventig; de zaal met Afrikaanse kunst is geheel in de stijl van de jaren tachtig voorzien van houten schrootjes; de vitrine met slavenboeien stamt van net na de oorlog. Maar alles is doortrokken van dezelfde koloniale sfeer. De boodschap is duidelijk: België trok naar de Congo, verrichtte er heldhaftige daden en bracht de negers beschaving. Ruim een eeuw nadat koning Leopold II – tot 1908 de persoonlijke eigenaar van Congo – opdracht gaf tot de bouw van het museum, is het een symbool geworden van België's onvermogen het eigen koloniale verleden onder ogen te zien.

Een speciale tentoonstelling op de zolder van het monumentale gebouw probeert daar verandering in te brengen. Of dat gaat lukken is, drie weken voordat de expositie eindigt, nog zeer de vraag. Toch is het voor het eerst dat het Afrika-museum zichzelf ter discussie stelt en daarmee, al gebeurt dat impliciet, België's rol in Congo. De tentoonstelling, ExitCongoMuseum, is een schuldbekentenis zonder precedent die onder bezoekers tot uiteenlopende reacties losmaakt. ,,Graag een nieuwe conservator!'', schrijft een Franstalig echtpaar in het gastenboek. ,,Prachtig, het stemt echt tot nadenken'', meldt een ander. Conservator Boris Wastiau, antropoloog, leest de reacties geregeld na. ,,Bijna alle negatieve reacties komen van Belgen, die vinden het maar niks.''

Ter gelegenheid van de eeuwwisseling zocht de toenmalige directeur Wastiau aan om 125 topstukken uit de permanente collectie maskers en beelden te exposeren. De tentoonstelling moest de opmaat vormen voor een volledige herinrichting van het Afrika-museum. Wastiau, die de koloniale visie van het museum een ,,absolute horreur'' vindt: ,,Ik wilde dat alleen doen als ik kritisch mocht zijn. Het museum pretendeert een objectief beeld van Congo te geven, maar het is volledig imaginair. Het museum heeft zijn eigen Congo uitgevonden. Het verband tussen de voorwerpen en hun geschiedenis, de context, is overal verdwenen.'' De directeur ging akkoord; Wastiau kon zijn gang gaan. Op een bovenverdieping, met een klein budget.

Wastiau heeft de meesterwerken van hun voetstuk gehaald. Hij behandelt ze als objets trouvés. ExitCongoMuseum laat zien hoe de stukken in België terechtgekomen zijn. Belgische militairen namen ze mee als trofee, ijverige zendelingen namen ze in beslag, handelaren zagen er een goedbelegde boterham in. De tentoonstelling begint met een houten graftombe, het oudste, uit 1886 daterende stuk. ,,Een dode zonder inhoud'', zegt Wastiau. Hij wilde ,,de monoloog van het museum over het koloniale erfgoed doorbreken''.

Wastiau nodigde de Congolese kunstenaar Toma Muteba Luntumbue uit als gastconservator voor het hedendaagse deel van de tentoonstelling. Luntumbue nodigde op zijn beurt zeven andere kunstenaars uit en zette onder het etiket `Uitverkoop' een winkelwagentje boordevol met goedkope Afrikaanse maskers neer. Op het wagentje is nu ook `Niet aanraken' geplakt, nadat verschillende bezoekers met een masker onder de arm bij de uitgang kwamen afrekenen. In de hoek staat een ouderwetse vitrine waarin een aantal topstukken slordig opeengestouwd lijken. Vier voorwerpen die Luntumbue erin had gezet, zijn er door de directie ,,om veiligheidsredenen'' uitgehaald. De directie vreesde voor de stukken; Luntumbue probeerde juist iets over die benadering te zeggen.

Wastiau en Luntumbue hebben met de expositie een gevoelige snaar geraakt. Er waren wel meer meningsverschillen. Aan het einde van de rondgang had een `historisch tribunaal' moeten komen, maar dat werd niet toegestaan. Het Afrika-museum kampt met geldproblemen en is de afgelopen jaren meermalen van directeur gewisseld. De directeur die Wastiau in huis haalde, was de eerste die het aandurfde om het museum aan een kritische blik te onderwerpen. Maar nu het einde van de tentoonstelling in zicht komt, lijkt ook het debat over België's verouderde monument van de koloniale tijd weer stil komen te liggen. Plannen voor renovatie laten op zich wachten. Niemand weet eigenlijk hoe het verder moet.

Uit het welkomstwoord in de entree blijkt de paradox. Boven wordt uitgelegd hoe de topstukken, ontheemd, in België zijn gekomen; beneden staat te lezen dat alle etnografische voorwerpen ,,werden ingezameld door wetenschappelijke zendingen, verkregen als schenkingen, of gekocht. Geen enkel stuk werd in beslag genomen of gestolen en van al onze stukken is de oorsprong en wervingswijze bekend''. Wastiau:,,Ik geloof dat het niet onaangenaam hoeft te zijn om ons culturele erfgoed opnieuw te evalueren, maar lang niet iedereen is het met me eens.''

ExitCongoMuseum tot 24 juni in Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Tervuren, België. Internet: http://exitcongomuseum.africamuseum.be/