Blair vreest de Noord-Ierse anti's

Zoals altijd gaan de Britse parlementsverkiezingen in Noord-Ierland over het vredesproces. En zoals zo vaak, hangt dat aan een zijden draadje als de gematigde protestanten vier wankele zetels verliezen.

Eén Britse peiling suggereert vandaag dat de voorsprong van Tony Blair is geslonken van negentien naar elf punten. Maar zelfs als hij morgen de monsterzege haalt die anderen voorspellen, kan de verkiezingsuitslag in één regio hem een kater bezorgen: Noord-Ierland.

Want het lot van het vredesproces – het enige onderwerp dat er tijdens de campagnes voor de Noord-Ieren echt toe doet – is rechtstreeks gekoppeld aan dat van de Ulster Unionist Party (UUP) van David Trimble, de `premier' van het semi-autonome Noord-Ierse zelfbestuur. En die staat er niet goed voor. Van de achttien Noord-Ierse zetels in het landsparlement van Westminster zijn er tien van Trimble's partij en daarvan wankelen er vier. Als hij er meer dan drie zou verliezen, loopt niet alleen zijn partijleiderschap gevaar, maar ook zijn chefschap van het regiobestuur.

Het verzet tegen het Goede Vrijdag-akkoord, de blauwdruk voor vrede uit 1998, is onder protestanten sterk toegenomen. Ze verwijten Trimble dat hij te lankmoedig is jegens de katholieke regeringspartner Sinn Féin, de `politieke tak' van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA). De IRA houdt zich weliswaar aan een bestand en praat over ontwapening, maar of en hoeveel wapens daadwerkelijk uit roulatie zijn, is onzeker. Gematigd protestantse UUP'ers zouden Trimble donderdag willen straffen door hun stem uit te brengen op de Democratic Unionist Party (DUP) van de fundamentalistische dominee Ian Paisley. Een schot voor de boeg kreeg Trimble vorig jaar al, toen de antis van de DUP de voorheen veilige UUP-zetel van South Antrim in de wacht sleepten bij een tussentijdse verkiezing.

Hoeveel zetels de DUP, die er nu drie in Westminster heeft, nog meer kan binnenhalen is de vraag, maar twee lijkt het minimum: North Belfast en het protestantse middenklassedistrict Strangford, even oostelijker. Ook in het westen dreigt gevaar. Katholieken, de gematigde nationalistische SDLP van vice-premier Seamus Mallon en het republikeinse Sinn Féin, zouden zich meester kunnen maken van één of twee UUP-zetels: West Tyrone en Fermanagh. Daarvoor zijn kleine verschuivingen al genoeg, al waren de katholieken zeker van de overwinning geweest als ze een anti-UUP-pact hadden kunnen sluiten.

Eén element was vooralsnog afwezig: geweld. De Real IRA, verantwoordelijk voor de bom in Omagh (1998) en andere republikeinse splintergroepen die het Goede Vrijdag-akkoord niet erkennen, zijn er ondanks hun voorspellingen niet in geslaagd met een golf aanslagen de campagnes te verstoren, afgezien van drie, relatief kleine bommen in Londen.

In Zuid-Ierland is 7 juni eveneens een belangrijke dag. Als enige van de vijftien lidstaten van de Europese Unie houdt de Ierse republiek een referendum over het verdrag van Nice, waarin de uitbreiding van de EU naar het oosten is geregeld. Regering en oppositie, vakbonden en de kerk zijn allemaal vóór, maar apathie zou de balans naar het nee-kamp kunnen laten doorslaan. De nee-campagne vindt munitie in recente kritiek uit Brussel en Frankfurt op het economisch beleid van Ierland, dat inflatie zou bevorderen. De Ieren, die enorm hebben geprofiteerd van Brussels geld, moeten ook wennen aan het idee dat ze niet langer netto-ontvangers van EU-geld zullen zijn, terwijl ze invloed verliezen en concurrentie zullen krijgen van landen als Polen en Hongarije. De helft van de Ieren zou ja willen stemmen, ruim een kwart is tegen en de rest onbeslist. Bij een Iers nee kan `Nice' niet worden uitgevoerd.