Vrijheidsideologie maakt de samenleving kapot

Door toedoen van VVD en PvdA is in Nederland een samenleving ontstaan waarin de vrijheid van het individu de maat van alle dingen is en de rechtsgemeenschap wordt uitgehold. Dat christenen zich daartegen verzetten, betekent niet dat ze ineens onverdraagzaam zijn geworden, meent Roel Kuiper.

Op de Opiniepagina van 29 mei komt de VVD'er Patrick van Schie opnieuw met verwijten aan het adres van de christelijke partijen. Hekelde Dijkstal de onverdraagzaamheid van christelijke partijen in het euthanasiedebat, Van Schie stelt dat de ,,confessionelen'' de staat stelselmatig hebben gebruikt om burgers te ,,tuchtigen''.

Zelden werd de geschiedenis weer zo ouderwets voor een polemisch karretje gespannen. Volgens Van Schie hebben we het aan de christelijke partijen – sinds het aantreden van het ministerie-Kuyper – te danken dat de winkels op zondag gesloten bleven en andere vrijheden werden ingeperkt. Onzin natuurlijk. Wie de geschiedenis van de vroege twintigste eeuw kent, weet dat de noodzaak van nieuwe wetgeving op sociaal en economisch gebied breed werd ingezien en dat deze wetgeving uitdrukking gaf aan een algemeen gedeelde moraal. De door Van Schie gehekelde arbeidstijdenwet van 1911 regelde de rusttijden en werd door arbeiders en winkeliers als bevrijding ervaren.

Als Van Schie wil winkelen in het verleden zijn er ook andere voorbeelden. Wat te denken van het liberale dwangsysteem van de negentiende eeuw, toen groepen Nederlanders een heenkomen elders op de wereld zochten om de liberale vrijheden hier te lande te ontvluchten? Het heeft weinig zin de appels en peren uit het verleden op deze manier op te dissen. Maar laten de liberalen van vandaag niet vergeten dat ook door confessionelen in Nederland gevochten is voor hun vrijheden. Dat maakt hen tot andere gesprekspartners dan de fundamentalistische karikatuur wil doen geloven.

De huidige discussie tussen paarse partijen en christelijke oppositie gaat over de gewenste inrichting van de samenleving. Menige partij is op dit punt de laatste jaren gaan schuiven, de PvdA en de VVD voorop. De individualisering en de aantasting van wat collectief tot stand was gekomen is door hen gesanctioneerd. Bij de PvdA leidde dit tot ontideologisering, bij de VVD tot herideologisering. De vrijheid van het individu werd nu echt maat van alle dingen. Maar laat Van Schie dit dan ook in zijn analyse betrekken. Dijkstal is Bolkestein niet. En achter Bolkestein zie ik generaties liberalen die met P.L. Oud van mening waren dat je de samenleving het beste kunt inrichten op basis van de Tien Geboden.

Toegegeven, de liberalen hebben het altijd opgenomen voor het individu en wel voor het individu in zijn belang. Deze politiek werd lange tijd gematigd door een christelijk-humanistische denkkader. Deze laatste is weggevallen, ondanks pogingen van Bolkestein. Wat overblijft is een ideologie van het individu, die voor de maximering van zijn welvaart en genot geen belemmering meer moet ondervinden.

Vanuit deze nieuwe ideologie wordt nu de christelijke partijen voor de voeten geworpen dat ze onverdraagzaam zijn en het individu geen ruimte gunnen. Wat heet. In de visie die ik uitdraag is het individu inderdaad niet de maatstaf voor de samenleving. De burgerlijke samenleving is een publieke rechtsgemeenschap, die ons allen bescherming, veiligheid, rechtszekerheid garandeert. Die gedeelde publieke ruimte heeft een bepaalde kwaliteit, aangezien de wetten van de staat waarden tot uitdrukking brengen. Elkaars geld en goed respecteren is er één, maar ook de bescherming van het leven of de collectieve rust van de zondag.

Dit kan geen dwangsysteem heten, want in de niet-statelijke sferen heeft de burger geen last van de overheid, tenzij de publieke rechtsorde wordt geschonden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van fraude in het bedrijf, ontduiking van leerplicht, etc. Vrijheid wordt altijd gekwalificeerd door erkende normen en waarden. Daarover gaat het politieke debat. In een samenleving moet vaststaan binnen welke kaders we een werkelijke garantie hebben dat vrijheid ook echt vrijheid is.

Daar ligt wat mij betreft ook de kern van de problemen met de openstelling van winkels op zondag en de euthanasiewet. Van Schie stelt de vraag wat voor last mensen geven die op zondag willen winkelen. Het is niet moeilijk in te zien dat dit een pover argument is. Handhaving van de zondagsrust dwingt niemand naar de kerk te gaan. Openstelling van winkels dwingt anderen hieraan onvrijwillig mee te doen. Hebben de liberalen er dan geen oog voor dat de kerkganger ook producent, leverancier en winkelier kan zijn en dat deze nu tot een keuze wordt gedwongen die wezenlijk onvrij maakt?

Ook in het geval van de euthanasiewet is iets dergelijks aan de hand. Wat deze wet in ieder geval wilde veiligstellen is de doodswens van het individu. Maar de argumenten hiervoor waren zwak, de beloofde transparantie van de praktijk wordt niet bereikt en de criteria worden al opgerekt nog voordat de inkt van de wet droog is. Kan het de liberalen dan niets schelen dat deze onheldere wet ten koste gaat van een heldere publieke rechtsorde? Van Schie zal zeggen: kan het christenen niets schelen dat mensen lijden? Zeker, en daarom is telkens uitvoerig gewezen op verbetering van zorg en op nieuwe mogelijkheden dit lijden te verzachten.

Maar het is moeilijk praten tegen een vrijheidsideologie die iedere tegenspraak opvat als gebrek aan verdraagzaamheid. Het gaat hier maar niet om deze of gene opinie over deze of gene wet, het gaat om de uitholling van het besef een publieke rechtsgemeenschap te zijn.

Voor die uitholling, die ontbindend doorvreet in de samenleving, houd ik de zich nu breed makende vrijheidsideologie verantwoordelijk. De discussie gaat over de schuivende fundamenten van onze samenleving. Het is vervuiling van het debat te beweren dat christenen die het blijvend opnemen voor publieke rechtsnormen ineens onverdraagzaam zijn geworden.

Roel Kuiper is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.