Vrije stroom niet goedkoper

In Europa is afgesproken dat de energiemarkt helemaal vrij en marktgeoriënteerd wordt en dus kan de consument na 2003 (uiterlijk 2004) zijn eigen stroomaanbieder kiezen. Hoe gaan de nutsbedrijven concurreren?

Met de liberalisering van de energiemarkt komt een einde aan het jarenlange monopolie dat nutsbedrijven in Nederland hadden. Elk bedrijf was in de eigen regio heer en meester over het netwerk. Na de privatisering van de bedrijven is het nu tijd om de gehele markt vrij te geven. De stroombedrijven moesten daarvoor wel het beheer van de infrastructuur onderbrengen in aparte bedrijven. Deze zogenoemde netbeheerders zorgen voor de levering van de elektriciteit aan huis en staan onder streng toezicht van de overheid die meestal ook aandeelhouder is.

De leveringsbedrijven raken door het liberaliseren van de markt hun monopolie kwijt. Als eerste werd de markt voor grootverbruikers (meer dan 2 megawatt) in 1999 vrijgegeven. ,,Het blijkt dat daar toch aardige besparingen zijn te halen'', zegt Peter Stor, directeur van het bedrijf Independent Power Supply dat bedrijven adviezen geeft voor een goedkopere stroomvoorziening. ,,Zo geeft het ene energiebedrijf bijvoorbeeld 10 procent korting, terwijl een ander schermt met 25 procent. Maar het kan best zo zijn dat je met de 10 procent korting goedkoper uit bent omdat deze voor de totale energierekening geldt.''

Stor: ,,In de meeste gevallen beginnen we bij een bedrijf met een zogenoemde nulmeting door de rekening te controleren. We zijn al van alles tegengekomen. Van verkeerd ingetypte bedragen tot aan verkeerd gemeten verbruik. Daar is vaak al de eerste besparing te halen. Daarna gaan we op zoek naar het goedkoopste energiebedrijf en bekijken we of het zin heeft om een warmtekrachtinstallatie te plaatsen. Dat is voor veel bedrijven toch behoorlijk lucratief. Een dergelijke installatie draagt bij aan de CO2 reductie en levert dus meteen een besparing op in de milieubelasting die op stroom rust.''

Voor particulieren blijven, ook wanneer de gehele markt is vrijgegeven, dergelijke oplossingen voorlopig onrendabel. ,,Zelfs wanneer je bijvoorbeeld met de gehele straat besluit om een warmtekrachtinstallatie aan te schaffen, is het moeilijk om het geheel rendabel te krijgen. Afgezien van het feit of het allemaal mag en kan, zijn de investeringen gewoon te hoog, vooral omdat je een belangrijk deel van de infrastructuur moet aanpassen'', zegt Stor.

Een betere manier om de energierekening naar beneden te brengen, is het laten installeren van een dubbele energiemeter. Alle energiebedrijven hanteren dubbeltarieven. In de daluren (meestal 's avonds en 's nachts) is de prijs van een kilowattuur (kWh) elektriciteit de helft goedkoper. Veel huishoudens hebben echter óf geen meter óf geen dubbele meting aangevraagd bij hun energiebedrijf, terwijl de kosten toch binnen een paar jaar zijn terugverdiend.

Een gemiddeld huishouden in Nederland betaalt jaarlijks aan elektriciteit zevenhonderd à achthonderd gulden voor een verbruik van ruim 3.500 kWh. Een flinke koelkast neemt daarvan ongeveer 350 kWh per jaar voor zijn rekening en kost bij een enkele tariefmeting ongeveer zeventig gulden per jaar aan elektriciteit. Met een dubbele meter kost dezelfde koelkast rond de vijfenvijftig gulden. Voor het totale huishouden levert een dubbele meting meestal een besparing op van rond de honderd gulden per jaar.

Verder is het zinvol om bij het eigen energiebedrijf te informeren naar interessante subsidies op energiebesparende maatregelen. Zo kunnen klanten van de Remu bij de gemeente Utrecht subsidie aanvragen voor het installeren van vier zonnepanelen. Zonder subsidie zouden deze ruim vierduizend gulden kosten. ,,Maar nu nog slechts 1.248 gulden'' zegt Verheijen. ,,Je moet het leuk vinden om te doen, maar op deze manier is het ook nog eens rendabel en heb je de installatie in ongeveer tien jaar terugverdiend.''

De hoop dat de energierekening daalt door het vrijgeven van de markt lijkt ongegrond. De prijs van stoom is grofweg opgebouwd uit drie elementen, waarvan de werkelijke stroomprijs, die al een van de laagste in Europa is, slechts een klein onderdeel uitmaakt. Per kilowattuur kost de geleverde stroom ongeveer 20 cent. Uit een onderzoek naar de energieprijzen van de Consumentenbond blijkt dat het verschil in prijs vooral wordt bepaald door het gebruik van het stroomnetwerk, het deel van de energiemarkt dat dus nog niet wordt vrijgegeven. Daarbovenop komt dan nog de `ecotaks' (officieel de Regulerende Energie Belasting, REB).

Maar als de leveringsbedrijven niet op prijs kunnen concurreren, hoe dan wel? ,,Dat is inderdaad moeilijk'', erkent Bernard Verheijen van de afdeling marketing en communicatie van de Remu, het energiebedrijf in de regio Utrecht. ,,De kwaliteit van de stroom is van elke leverancier eigenlijk hetzelfde. Elektronen blijven gewoon elektronen. Maar je kunt klanten natuurlijk wel laten kiezen welke stroom ze willen. Wil je bruinkoolstroom of wil je kernstroom?''

,,Je moet het zoeken in extra diensten'', vult Fransce Verdeuzeldonk, woordvoerster van de Nuon aan. ,,Als energiebedrijf zoek je dus andere manieren om je te onderscheiden. Wij doen dat vooral door het aanbieden van financiële diensten, leaseplannen en dergelijke. Maar dat heeft natuurlijk niet zoveel met elektriciteit te maken.''

,,Als energiebedrijf lever je kilowatturen aan de klant. Maar deze wil eigenlijk warmte en licht. Je kan dus zeggen als bedrijf dat je daarvoor zorgt door je service aanzienlijk uit te breiden'', aldus Verheijen.

Welke diensten en producten de stroombedrijven gaan leveren wordt langzaam duidelijk rond de levering van de milieuvriendelijke stroom. Als opmaat voor het vrijkomen van de gehele energiemarkt kunnen particulieren vanaf 1 juli van dit jaar een eigen leverancier van milieuvriendelijke stroom kiezen. Vandaar dat de bedrijven zijn begonnen met het werven van klanten buiten hun eigen gebied.

De verschillen tussen de bedrijven blijken minimaal te zijn. De belangrijkste keus die een klant kan maken, is die waar de stroom vandaan komt. Alle energiebedrijven hebben een keus gemaakt uit verschillende manieren om elektriciteit op te wekken.

Zo heeft de één wel `biomassa stroom' (de gassen die vrijkomen bij het verbranden van biologisch afval kunnen weer worden omgezet in warmte voor het opwekken van elektriciteit) in het pakket zitten, terwijl een ander nutsbedrijf zich vooral met het opwekken van stroom uit windenergie of zonnepanelen bezighoudt.

Alle andere verschillen hebben helemaal niets met stroom zelf te maken. Zo kunnen de klanten van Eneco bijvoorbeeld Airmiles sparen bij de aanschaf van milieuvriendelijke stroom. In de meeste gevallen is de groene stroom een paar tientjes (30 tot 40 gulden) duurder dan regulier opgewekte stroom.

Die hogere prijs is Greenpeace overigens een doorn in het oog. ,,Het is dan ook helemaal niet nodig. En dat blijkt ook wel omdat vijf energiebedrijven in staat blijken te zijn zonder extra kosten milieuvriendelijke stroom te leveren. Vandaar dat wij een actie zijn gestart waarbij wij de overschrijving naar milieuvriendelijke stroom regelen. Zonder dat je meer betaalt'', zegt Femke Bartels, campagneleider bij Greenpeace. Milieustroom tegen dezelfde prijs is verkrijgbaar bij Cogas, Delta, Essent, Nutsbedrijven Regio Eindhoven (NRE) en de Rendo.