Vlieghuis zegt topzwemmen vaarwel

Na lang wikken en wegen besloot Kirsten Vlieghuis, vijf jaar geleden winnares van twee bronzen medailles bij de Olympische Spelen van Atlanta, het topzwem- men de rug toe te keren.

Op de vraag of ze wellicht te lief en te aardig is om topsport te bedrijven, volgt een kort maar gepast zwijgen. Zelfkennis kan Kirsten Vlieghuis niet worden ontzegd. Dus wat zegt de Twentse stayer als de vraag bezonken is? ,,Ik ben niet hard genoeg. Al is het niet meer zo erg als voorheen. Maar het is goed zo. Ik kan en ik wil mijn karakter niet veranderen.''

Het nieuws hing al een tijdje in de lucht. Maar de hoofdpersoon zelf wachtte tot zondag, de tweede dag van de Nederlandse kampioenschappen langebaan (50 meter) in Eindhoven, om haar afscheid wereldkundig te maken. Niemand die, afgezien van stichtingsvoorzitter Cees-Rein van den Hoogenband (,,Ik weet officieel van niets''), vreemd opkeek van die mededeling. Het was immers een teken aan de wand dat Vlieghuis (25) zich weken geleden al afmeldde voor de onderdelen die tot voor kort nog te boek stonden als haar lievelingsnummers: de 400 en 800 meter vrije slag.

Een dag later kost het haar weinig moeite om haar besluit toe te lichten. Ziek is Vlieghuis, gisteren winnares van de B-finale 100 m vrije slag, niet van het zwemmen, maar: ,,Mijn motivatie is niet meer wat die is geweest en wat die zou moeten zijn. Dat gevoel van: aantikken, naar de klok kijken en jezelf verbazen over de tijd die op het bord staat. Dát gevoel ben ik al een tijd lang kwijt.''

Vlieghuis, bijna tien jaar lang vaste keus in de nationale ploeg, stond vijf jaar geleden aan de basis van de omslag in het Nederlandse zwemmen. Met haar twee bronzen medailles (400 en 800 meter vrije slag) voorzag de schuchtere Twentse het aan lager wal geraakte zwemmen tijdens de Olympische Spelen van Atlanta van nieuw elan. Het onverwachte succes had een aanstekelijke werking: Vlieghuis leverde het overtuigende bewijs dat de bij PSV zo zorgvuldig gecultiveerde mix van bluf en creativiteit, én de flexibele op maat gesneden aanpak van de Nederlandse zwembond, een verfrissende en heilzame uitwerking had op de nationale zwemtop.

Na het afscheid van pionier Marcel Wouda (29), Nederlands eerste wereldkampioen en zwemprofessional, is Vlieghuis de tweede gezichtsbepalende zwemmer die het voor gezien houdt. Olympisch kampioenen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn, beiden lid van de commerciële Philips-ploeg, houden de eer hoog, maar daarachter blijft het – op een enkele uitzondering (Joris Keizer, Klaas-Erik Zwering) na – behelpen. Zo bewezen de afgelopen drie dagen in Eindhoven, waar de jeugd het vooralsnog liet afweten in de jacht op de WK-limieten.

Voor Vlieghuis gold hetzelfde. Twee maand geleden, terug van een trainingskamp op Corfu en na overleg met haar ouders in Borne, hakte Vlieghuis de knoop door. Financiële onzekerheid gaf haar de beslissende duw in de rug. ,,NOC*NSF eist een plaats bij de beste acht voor het behoud van mijn A-status. Maar de garantie dat ik straks in Japan aan die eis voldoe, kan ik niet geven. Met alle gevolgen van dien.''

Want Kirsten Vlieghuis is Kirsten Vlieghuis niet meer, zoals zondag onder meer bleek met een teleurstellende tijd op de 200 meter vrije slag. ,,Zowel mentaal als fysiek ben ik niet meer die zwemster die ik een paar jaar geleden was, zo eerlijk moet ik zijn. Toen kon je me het water ingooien en zwom ik tijden waar ik zelf van stond te kijken. Nu heb ik de afgelopen maanden meer gedaan in de aanloop naar `Atlanta', maar blijft de beloning uit.''

Lang – volgens velen veel te lang – worstelde Vlieghuis met de naweeën van de opsplitsing van het Eindhovense zwembolwerk PSV. Ze voelde zich verraden toen trainer Jacco Verhaeren haar ,,op een maandagavond in december plotseling te kennen gaf dat hij niet meer met me verder wilde''. Voor Vlieghuis was, mede door een enigszins teleurstellend seizoen (tiende en elfde in Sydney), geen plaats in de profploeg.

Daarmee lag het verstandshuwelijk in duigen. Vlieghuis: ,,Jacco was de reden dat ik zeven jaar geleden naar Eindhoven ben verhuisd. Dat uitgerekend hij me liet vallen, deed pijn. Ik heb het daar heel lang moeilijk mee gehad en nog steeds word ik er niet vrolijk van als ik zie hoe zij een paar banen verderop bezig zijn.''

Verhaerens opvolger, oud-assistent Eric Landa, moest rond de jaarwisseling praten als Brugman om zijn ontgoochelde pupil weer op te laden. ,,Eric treft geen blaam'', weet Vlieghuis. ,,Die heeft gedaan wat hij kon. Het ligt aan mij. Ik heb geen zin meer.''

Landa voelt zich weliswaar niet belazerd, maar: ,,Ik heb wel een wrange smaak in mijn mond. De laatste maanden heb ik veel tijd en energie in haar gestoken, in de hoop Kirsten weer terug te krijgen op haar oude niveau. Nu blijkt dat het allemaal voor niets is geweest. Dat ze stopt, begrijp ik. Maar waar ik moeite mee heb, is het tijdstip: tijdens de NK, minder dan zeven weken voor de WK, in mijn ogen het podium waarop een topzwemster afscheid zou moeten nemen.''

Verhaeren daarentegen heeft begrip voor de beslissing, maar wenst niet langer stil te staan bij de breuk. ,,Dat is verleden tijd. Een topsporter moet zich over zulke zaken heen kunnen zetten. Is dat niet zo, dan moet-ie stoppen. Ik voel me niet verantwoordelijk voor haar afscheid. Zwemmen begint en eindigt niet bij mij. Kirsten heeft, als ze zou willen tenminste, bij PSV bovendien nog altijd de best denkbare trainingsfaciliteiten tot haar beschikking.''

Maar topzwemmen kan Vlieghuis gestolen worden. ,,Ik ga terug naar Twente en een baan zoeken in de kinderopvang of zo. Of het de juiste beslissing is, weet ik niet. Ik volg mijn gevoel.''