Sjostakovitsj' De spelers pas nu in Nederland

Wie denkt dat gokken niet meer is dan een kostbaar uitje, komt in De spelers (1942) van Sjostakovitsj bedrogen uit. In De spelers is kaarten een halszaak, spieken een kunst en sjoemelen een statussymbool. Uiteindelijk wordt de grootste bedrieger door medebedriegers bedrogen, maar zover komt het bij Sjostakovitsj niet. Uit angst voor een mislukking kapte hij zijn opera De spelers – gebaseerd op het gelijknamige werk van Gogol – al na één akte af. Het onvoltooide resultaat moest tot zaterdag wachten op een Nederlandse première in de operaserie van de Matinee op de Vrije Zaterdag. Opmerkelijk genoeg dirigeert Valery Gergjev in september meteen ook de tweede Nederlandse uitvoering in het aan Sjostakovitsj' oorlogssymfonieën gewijde Gergjev-festival.

De spelers is zeker niet Sjostakovitsj sterkste muziekdramatische werk, maar de manier waarop een onheilspellende sfeer wordt geschetst met krijsend koper en paukgeroffel is zonder meer effectief. Dirigent Nikolaj Aleksejev, die inviel voor een zieke Eri Klas, benaderde Sjostakovitsj' eenakter op een beheerste, directe wijze en oogstte verzorgd spel bij het zo zijn bestaansrecht onderstrepende Radio Symfonie Orkest.

Een van de voornaamste muzikale troeven in De spelers vormt de karikaturale tekening van de groep bonkige kerels die samen de hoofdrol delen. Tenor Michail Agafonov gaf met veel dramatisch reliëf invulling aan de rol van beroepsgokker Icharjov, en Andrej Antonov (bas) was een theatraal minder uitgesproken, fraai zingende Aleksej/ Sjvochnev. Opmerkelijk was ook de hebzuchtaria van kamerdienaar Gavrioesjka, die, knorrend begeleid door tuba en balalaika, met rauw doorleefde stem gestalte kreeg in bas Dmitri Kanjevski.

Net als Sjostakovitsj, maakte ook Sergej Prokofjev in zijn overdonderende eenakter Maddalena gretig gebruik van de tuba, die hier het begin van het einde van de handeling aankondigt. Muzikaal lijkt Maddalena meer op Richard Strauss dan op de latere Prokofjev, maar aan de eigenheid en de dramatische kracht van het werk doet dat niets af.

In de strijd om de titel van grootste feeks in de operageschiedenis is de titelheldin van Prokofjevs eerste `volwassen' opera een serieuze kandidate. Getrouwd met de één verleidt Maddalena de ander: ,,Ik heb nooit trouw beloofd, en die parels krijg je ook niet terug!'' Als alles uitkomt, zorgt ze dat beide heren elkaar vermoorden en schreeuwt dan pas moord en brand.

Prokofjev liet zich door het loodzware gegeven inspireren tot een briljante, gecondenseerde mini-opera. De steeds heftiger dramatiek van de handeling vindt muzikaal zijn weerslag in een cumulatief hysterischer wordende orkestratie die van spookachtige strijkers via tuba en pauken (dreigend onheil) en grote trom (aanstormend onheil) uitmondt in klinkende bekkenslagen (de dood).

Maddalena staat of valt met een overtuigende interprete voor de titelrol, die hier met koel klokkend triomftimbre werd gezongen door sopraan Jelena Zelenskaja. Dat tenor Vadim Zapletsjni en bariton Igor Tarasov daarbij wat vaal afstaken, maakte de zegetocht van deze ultieme Russische femme fatale alleen maar overtuigender.

Concert: Radio Symfonie Orkest/Nederlands Concert Koor o.l.v. Nikolaj Aleksejev. Sjostakovitsj, De spelers; Prokofjev, Maddalena (concertante uitvoeringen). M.m.v. Michail Agafonov (tenor), Andrei Antonov (bas), Igor Tarasov (bariton), Vladimir Zapletsjni (tenor) en Jelena Zelenskaja (sopraan). Gehoord: 2/6 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 23/6, 19 uur.