ONNEEMBARE VESTING OP DE VELUWE

Voetbal op de Wageningse Berg zal niet meer voorkomen. Zaterdag voelden voetballers die ooit Wageningen vertegenwoordigden, het prachtige grasveld voor de laatste maal onder hun voeten. Ze vloekten en huilden, omringd door mensen die eens naar de Berg trokken, al was het maar om Charley van de Weerd, Epi Drost en Gerdo Hazelhekke te zien scoren.

De weg omhoog naar het hoogst gelegen voetbalstadion van Nederland was zwaar. Maar de fietstocht naar de Wageningse Berg was op zondagmiddag altijd de moeite waard. `Koning voetbal', de voetbalmars die uit de luidsprekers schalde en zich over de vlaktes rondom de Berg verspreidde, maakte de pedaaltred lichter. Wanneer de voetballers van Wageningen in hun groenwitte shirts en hun tegenstanders om half drie het veld betraden, waren de inspanningen vergeten.

Van heinde en verre, zelfs van de overkant van de Rijn met het Lexkesveer, trokken de voetballiefhebbers naar de Berg. Vooral in de jaren vijftig en zestig, toen Charley van de Weerd de aanval van Wageningen leidde, stond het zwart van de mensen. Ze zagen hoe `Charley' bijna in zijn eentje de oostelijke aartsrivaal Vitesse vermorzelde, hoe hij Ajax met Rinus Michels (`hij kon goed koppen, maar verder kon hij er geen reet van', aldus Van de Weerd) kapot speelde met solo's en doelpunten. Vaders namen hun zonen mee om Van de Weerd te zien schitteren, om de Wageningse `gentleman' met het harde schot, de fraaie solo's en het magistrale inzicht te bewonderen.

Zaterdag was Charley weer op de Wageningse Berg. Al 79 jaar, maar zijn tred herinnerde aan mooie tijden, aan de tijden dat de bondscoaches de `Pelé van het oosten' niet opstelden omdat hun voorkeur diende uit te gaan naar randstedelijke talenten. Als laatste in de rij voetballers die Wageningen een naam hebben bezorgd, meldde hij zich op het nog altijd prachtige, maar zelden bespeelde veld. Na Jan Oosterhuis, Gerdo Hazelhekke en Ton van de Weerd liet hij zich nog een keer toejuichen door al die mensen die Wageningen tot het faillissement van 1992 hardnekkig hebben gesteund. `Charley' zwaaide met zijn hand, zoals hij vroeger zwaaide als hij een van zijn talrijke doelpunten had gemaakt. Een rilling ging over de tribune.

Zonder Charley, die in de jaren vijftig aanbiedingen van Inter Milaan en West Ham United afsloeg omdat hij niet weg kon uit Wageningen, was het afscheid van de Berg zaterdag niet compleet geweest. Enkelen ontbraken. Zoals Epi Drost, de dribbelaar par excellence en latere international die op 16-jarige leeftijd zijn debuut maakte, en in 1995 overleed. En dokter Ab Wit, de Wageningse huisarts die als voorzitter van Wageningen de nu nog bestaande nacompetitie bedacht. Hij was op vakantie. En Fritz Korbach, de trainer die met Wageningen in de eredivisie excelleerde. Hij had belangrijker bezigheden, evenals Frans Körver, Nol de Ruiter en Willem van Hanegem, representanten van het opportunisme van de voetbalgemeenschap.

Het was maar goed dat Piet Schrijvers er ook niet was. Deze oud-doelman van Ajax en Oranje was zo overtuigd van zijn trainerskwaliteiten dat hij in de jaren tachtig besloot dat de auto's van de spelers op het parkeerterrein alle met de neus dezelfde kant op moesten staan. Want zelfs de auto's moesten positief zijn. Velen menen dat Schrijvers ,,de club kapot heeft gemaakt'. Schrijvers vond zich te professioneel voor Wageningen. ,,Dommer hebben we een trainer niet meegemaakt'', zei zaterdag tijdens de reünie een oud-speler.

In de negen jaar sinds Wageningen in 1992 wegens hoog opgelopen schulden en geen enkele hoop op een financieel draagvlak was opgedoekt als betaald voetbal-organisatie, is er nauwelijks meer gevoetbald op de Wageningse Berg. Toch bleef de gemeente het speelveld onderhouden, zodat af en toe het altijd gehate Vitesse met zijn jeugd of een plaatselijke amateurclub zich kon laven aan de geneugten die de Wageningse Berg als voetballocatie schonk. Al die jaren probeerden dromerige liefhebbers vergeefs een FC Wageningen te stichten en het leven op de Berg nieuw leven in te blazen. Tussendoor waren er nota bene plannen voor een kunstijsbaan.

De accommodatie onder de watertoren bleef al die tijd intact. Het grasveld bleef prachtig, maar de hoofdtribune, de staantribune aan de overzijde en de andere tribunes raakten in verval en werden overwoekerd door onkruid. Omdat Wageningen en omgeving maar bezig bleef de dood van FC Wageningen te verwerken, besloten Arjen Molenaar en Rien Bor een reconstructie in boekvorm van de historische club te maken. Zaterdag werd tussen de regenbuien door het boek De onneembare Vesting gepresenteerd en overhandigd aan oude coryfeeën. Terwijl oude en bijna-oude sterren van Wageningen, Vitesse, NEC en De Graafschap zich op het nog altijd mooie gras uitleefden, werden ouder geworden mannen en vrouwen op de bouwvallige tribunes sentimenteel.

Tranen vloeiden na afloop van het mini-toernooi, vloeken weerklonken onder de hoofdtribune omdat zoveel romantiek verloren was gegaan, bier vloeide in grote hoeveelheden in het spelershome onder de vervallen hoofdtribune. En terwijl de legendarische spits en womanizer Rob McDonald de spelers opriep zich nog een keer naar buiten te begeven om de fans van toen te begroeten, de andere legendarische spits Gerdo Hazelhekke zich tegenover zijn jeugdvriend en oud-international Dick Schoenaker opwond over de eens gemiste kans tegen PSV, de nog oudere legendarische Ton van de Weerd zijn gal spuwde over de manier waarop hij vorig jaar als scout door het `kille en onmenselijke' Ajax was behandeld, vertrok Charley van de Weerd heimelijk, terug naar zijn flatje.

Sinds 1911 is er op de sportterreinen van de Wageningse Berg gevoetbald. Allerlei sportclubs mochten gebruikmaken van de accommodatie die behoorde aan hotel de Wageningsche Berg, met fenomenaal uitzicht op de Rijn en de Betuwe. Van atletiekclub en korfbalclubs tot voetbalclubs. In augustus 1954 besloot een commissie van Wageningse wijze mannen van het altijd in oostelijke kringen gevreesde Wageningen rond Charley van de Weerd een semiprofclub te maken. De spelers kregen tweemaal in de week vijf gulden per trainingsavond, verder 12,50 gulden voor elke gewonnen uitwedstrijd, tien gulden voor elke gewonnen thuiswedstrijd en voor elk gelijkspel in een uitwedstrijd, 7,50 gulden voor een gelijkspel in een thuiswedstrijd en voor een verloren uitwedstrijd, en vijf gulden voor elke verloren thuiswedstrijd. De reserves kregen voor elke uitwedstrijd vijf gulden en voor elke thuiswedstrijd 2,50 gulden.

Van de Weerd had echter een paar maanden eerder al een contract getekend bij De Graafschap. Hij kreeg er spijt van: Doetinchem was toch te ver van huis. Hij spande een gerechtelijke procedure aan, maar moest toch voor de club uit Doetinchem blijven spelen. Maar niet lang. Na bijna een jaar vol chagrijn liet De Graafschap hem terugkeren naar Wageningen. Charley was het liefst in de buurt van de Berg. Zoals de meesten. Gerdo Hazelhekke negeerde fraaie contracten bij PSV, Ajax en Feyenoord, omdat hij op en rond de Veluwe wilde blijven spelen. Rob McDonald, de spits uit Newcastle, deed Leeuwarden, Wageningen, Tilburg, Eindhoven, Lissabon, Groningen, Veendam, Doetinchem en nu (als trainer van Ajax Cape Town) Kaapstad aan, maar zodra hij de Berg ziet en ruikt, is hij weer een kind van Wageningen.

De Berg, wat blijft er staan? De tribune zal instorten, dat is zeker. Maar de locatie? Volgens wethouder en voetballiefhebber Blankestijn wordt het terrein misschien wel gebruikt als een pretpark voor kinderen. Misschien wordt het een natuurgebied, met al die prachtige bossen eromheen. Amateurvoetbalclubs willen er niet spelen. Vreemd. Een van de mooiste locaties om voetbal te bedrijven, is niet meer in trek. ,,Ik wou dat voetbal nog leuk was en er geen donderkoppen als Davids en Van Gaal in meespeelden'', zei Tonnie van de Weerd, de oud-cafébaas, oud-trainer en scout van Heerenveen. ,Het voetbal is naar de klote'', zei zijn neef Charley van de Weerd voordat hij terugging naar zijn flatje. ,,Hier'', en hij wees naar buiten, ,,hadden voetballers nog plezier.''