Onbegrijpelijk jatwerk bij Dood Paard

De tragedie over de aan de rots vastgetekende held Prometheus staat in de literatuur bekend als de `Oude Tragedie'. Er is geen sprake van drama. Stilstand lijkt voor toneelschrijver Aeschylos, die de trilogie tussen 467 en 458 voor Christus schreef, het belangrijkste. Prometheus stal het vuur uit de hemel en bracht het naar de mensen. Voor deze daad van overmoed wordt hij zwaar gestraft: de wrede Zeus ketent hem vast aan een rots. Een adelaar pikt elke dag zijn lever weg, die 's nachts weer aangroeit. Prometheus droeg zijn straf met trots.

De Duitse toneelauteur Heiner Müller maakte een bewerking van Prometheus, zoals al eerder gedaan was door romantici als Shelley en Goethe. Voor het gezelschap Dood Paard schreef Oscar van Woensel een bewerking die Aeschylos' idee van drama-als-stilstand nog enkele malen overtreft. De vier spelers staan, zitten of liggen in een U-vormig decor, opgebouwd uit stoelen, banken en nog eens stoelen. Dat toneelbeeld is bekend van Discordia. Over de vloer ligt een affiche voor ijsje-eten: `Chocolat chaud' staat erop. Een meisje geniet met rode lippen van een Magnum. Beweging of drama ontbreken. De geketende Prometheus zit ontspannen op een kleine verhoging, de stoelen verbeelden het berglandschap.

Dood Paard zoekt een stijl die sterk tegen antitoneel aanleunt. De toeschouwer telt niet. De acteurs spreken en dat doen ze lang niet even verstaanbaar. Van Woensel gelooft niet in een aanvaardbaar Nederlands, hij heeft van de tekst een onverklaarbaar en vaak onbegrijpelijk taalbouwsel gewrocht, waarin Frans, Duits, Engels, Italiaans en potjeslatijn elkaar afwisselen. Zo zegt het koor: ,,Tu Prometheus – the rebel de idealist/ Geketend out of sight de tout le monde? Ja neue Stuurmänner stehen on roer now/ Neue Götter die tutti per zichzelf wollen.'

Ik kan niet anders besluiten dat Tom Lanoye's fameuze Shakespeare-bewerking Ten Oorlog Van Woensels voorbeeld is geweest. Die stijl in Prometheus is jatwerk. Bij Lanoye diende die verbrokkeling van taal en de scherpgeslepen mixture van Engels en Nederlands een doel: de wereld, alles, ging te gronde. Het eindpunt was bereikt, zelfs taal bood geen houvast. Bij Dood Paard is het een loze vorm, want het bezit geen kracht. Hele passages gaan teloor in een ongearticuleerd gestamel dat je hoort als de buren van driehoog ruzie hebben.

Waar hebben de jongens en dat ene meisje het over? Soms is een zinswending, als per toeval, verrassend. Het is of de spelers vooral uit drenzende onwil daar staan. Schuchtere blikken gaan de zaal in, eentje draait met zijn ogen van links naar rechts en terug alsof hij een pingpongwedstrijd volgt. Het meisje tuurt naar haar tenen. Dood Paard wil de triomf van het onbegrijpelijke. Dat is een nutteloze ambitie. Deze Prometheus is een grauwe, tergende woordenstroom.

Voorstelling: Prometheus door Dood Paard. Tekst: Oscar van Woensel en Heiner Müller. Met: Kuno Bakker, Manja Topper, Gillis Biesheuvel en Iwan Van Vlierberghe. Gezien: 1/6 Theater Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 13/10; www.doodpaard.nl.