NIEUWE PARTIJEN ZIJN HOOGUIT STOORZENDER, VERDER IS HET EEN ALLEGAARTJE, MAAR RECHTS IS NOG RUIMTE

Zelden belangrijk voor de macht, soms cruciaal voor de machtsverdeling.

Dat is, ruw samengevat, de betekenis van nieuwe politieke partijen (échte nieuwe, geen fusiepartijen) die sinds de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn opgericht. De macht is altijd keurig uitgeruild in het moesjawara van sociaal-democraten, christen-democraten en conservatief-liberalen. Soms, heel soms, weten nieuwe partijen zich in deze closed shop binnen te vechten. Het enige recente voorbeeld van gewicht is het nu 35-jarige D66, dat inmiddels in vijf naoorlogse kabinetten heeft meegeregeerd, met sterk wisselend profijt.

Een rechtstreekse bedreiging voor het establishment zijn nieuwe partijen tot dusver niet geweest. Maar lastig, zelfs ontwrichtend, kunnen ze wel zijn. Het CDA bijvoorbeeld zal met zwaar gemoed terugdenken aan de dubbele electorale nederlaag uit 1994. Niet alleen tuimelde de partij van 54 naar 34 zetels, ook verspeelde het CDA zijn positie als grootste fractie in de Kamer. Zonder massaal stemmenverlies aan twee nieuwe ouderenpartijen (samen zeven zetels) zou het CDA nog wel de grootste Kamerfractie zijn gebleven die – ondanks megaverlies – de leiding had gekregen bij de kabinetsformatie van '94. De paarse koerswending in de Nederlandse politiek zou dan beduidend minder eenvoudig af te dwingen zijn geweest.

Een vergelijkbaar scenario laat zich bedenken voor de PvdA, in het zicht van mogelijke leiderschapswisseling, komende nazomer, in het licht van de nieuwe landelijke partij Leefbaar Nederland die komende zondag in Hilversum wordt opgericht. Mocht Wim Kok besluiten het PvdA-leiderschap over te dragen aan Ad Melkert, dan valt er sowieso een verlies aan `premierbonus' ter grootte van een zetel of vijf weg te werken. Daarbij komt dat Leefbaar Nederland nog eens enkele zetels extra bij het PvdA-electoraat zou kunnen wegzuigen. Waarmee voor de PvdA het reële gevaar bestaat dat ze juist hierdoor kan worden afgehouden van haar positie als grootste partij en daarmee van haar leidende positie in het politieke krachtenveld. Met dank aan ex-PvdA-prominent J. Nagel te Hilversum, die zich in dat geval impliciet medeverantwoordelijk mag rekenen voor een `historische' doorbraak van de VVD als grootste partij.

Of Leefbaar Nederland als nieuwe partij zal aanslaan, valt nog onmogelijk te voorspellen, maar een rol als mogelijke stoorzender in de bestaande politieke verhoudingen is wel al voor Nagel c.s. weggelegd. Dat op zichzelf is opmerkelijk, want nieuwe partijen weten zelden het parlementaire leven wezenlijk te beïnvloeden. En als deze partijen al tot het Binnenhof weten door te dringen, zijn ze meestal na één of twee verkiezingen alweer verdwenen (CP, CD), of ze vervullen een bescheiden getuigende rol in de oppositiebanken (SP).

Wie de lijst van alle bij de Kiesraad geregistreerde landelijke partijen overziet, krijgt ook niet de indruk dat de gevestigde partijen veel te duchten hebben van `druk van buitenaf'. Het aantal nieuwlichters ligt ergens rondom de twintig, met daarnaast nog een ongeveer even grote groep die wat ongericht op internet rondzwerft.

De fundamentalistische flanken van de politieke partijen i.o. zijn dun bezet. Te linkerzijde bevindt zich weinig meer dan de Groenen en de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN). De Groenen beginnen zo'n beetje leeg te lopen, nadat een spraakmakend deel daarvan jongstleden Valentijnsdag is overgelopen naar GroenLinks. Aan landelijke verkiezingen zullen de Groenen volgend jaar niet meer deelnemen. En bij de NCPN (thuisbasis: Oost-Groningen) is het ouderwets scheurmakend gezellig, met vijf weggelopen leden die afgelopen najaar weer een nieuwe splinter hebben opgericht.

Te rechterzijde is de burgerdeugd van zelforganisatie al evenmin sterk ontwikkeld. Xenofobe partijen als de Centrum-democraten en Nederlandse Blok, ooit drukbesproken groeperingen, sudderen zo'n beetje in de marge. Ze hebben gezelschap gekregen van de uiterst vernieuwingsgezinde Bonapartistische Partij Nederland, die het hele parlementaire stelsel overboord wil kieperen en wil vervangen door staatkundige inzichten die zekere Franse keizer twee eeuwen geleden heeft ontwikkeld. Het spreekt voor zichzelf dat onze geliefde Oranje-familie, wier aanstaande schoondochter door de Bonapartisten wordt afgeschilderd als een `Argentijns junta-delletje', het in zo'n staatsbestel moet ontgelden.

Nee, zie dan de voorheen zo geruchtmakend aanwezige partijen van ouderen in onze samenleving. Ze doen sterk denken aan de talloze joodse bevrijdingsfronten uit Monty Python's filmklassieker Life of Brian. In het Nederland van de 21ste eeuw heten ze: Ouderenunie, Nieuw Solidair Ouderen Verbond, JOOP (= Jongere Onafhankelijke Ouderen Partij), Algemene Senioren Partij, enzovoorts.

Paul Lucardie, onderzoeker bij het Nederlandse Documentatiecentrum Politieke Partijen in Groningen, heeft in de afgelopen jaren studie gemaakt naar `nieuwkomers' op de kiezersmarkt. Het heeft hem, zegt hij, gebracht tot ,,een theorietje''. De centrale vraagstelling hierin luidt: wanneer kan een nieuwe partij succesvol zijn? We onderscheiden: interne en externe factoren. Voor de nieuwe partij zelf geldt dat deze moet voldoen aan `de vijf p's'. Het betreft, aldus de Lucardie-these: Personeel (voldoende activisten, verspreid over het hele land), Projecten (enkele aansprekende issues), Persoonlijk Leiderschap, Poen en Publiciteit. Daarnaast geldt dat nieuwe partijen het tij ook mee moeten hebben. Daarbij valt te denken aan geblunder met issues door gevestigde partijen (zie het CDA, de AOW en de ouderenpartijen in '94). Ruimte ontstaat ook als partijen opschuiven in het politieke spectrum, bijvoorbeeld dankzij de middenkoers van de PvdA onder Kok, die te linkerzijde is benut door de SP. Ten slotte is er nog zoiets algemeens als ,,de tijdgeest'', onder het motto `Het kan anders, het moet anders' (Leefbaar Nederland).

Als Paul Lucardie, louter in termen van politieke marketing geredeneerd, een enigszins kansrijke nieuwe partij zou moeten bedenken, dan zou die ,,in ieder geval rechts van de VVD'' staan. ,,Voor iets lekker populistisch moet nog wel plek zijn in de Kamer.'' Leefbaar Nederland, dus? Lucardie: ,,Nee, eenmalig kunnen ze misschien wel iets klaarmaken, maar inhoudelijk is hun gedachtegoed nog te veel een rommeltje om een blijvende positie te kunnen innemen. Het is een beetje lokale onvrede, een beetje PvdA-zuur, een beetje D66, een beetje politieke zwervers. Dat is te weinig om echt door te breken tussen de gevestigde partijen.''

De Tweede Kamer vergadert deze week over de jaarverslagen waarin de ministeries verantwoording afleggen. Een overzicht van alle bij de Kiesraad geregistreerde partijen, plus hyperlinks naar websites van een groot aantal partijen, is te vinden op www.nrc.nl/denhaag.