Klagen over de senaat als Haagse mantra

Zaterdag noemde Tweede-Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven het werk van de Eerste Kamer `absoluut overbodig'. De senaat heeft wel erger woelingen doorstaan.

,,De instituties van de democratie zijn kwetsbaar'', sprak Frits Korthals Altes, voorzitter van de Eerste Kamer, dit weekeinde afkeurend in de richting van zijn collega van de Tweede Kamer, Jeltje van Nieuwenhoven. Haar uitspraken, zaterdag in deze krant, dat de Eerste Kamer `absoluut overbodig' is, waren bij hem duidelijk niet in goede aarde gevallen.

Verder bleef het grotendeels stil rond de uitspraken van Van Nieuwenhoven. Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) kon desgevraagd nog verwijzen naar een nota van zijn voorganger Peper. Daarin wordt geopperd het werk van de Eerste Kamer meer zin te geven door deze het recht te geven onwelgevallige wetsontwerpen terug te zenden naar de Tweede Kamer, inplaats van deze alleen maar te kunnen verwerpen, zoals nu. Die nota, moet De Vries gedacht hebben, kan geen kwaad, want er is voor een dergelijke hervorming geen schijn van een politieke meerderheid.

Klagen over de zinloosheid van de Eerste Kamer is een van de bekendste mantra's in de Haagse politiek: een herhaalde constatering die niet tot enig waarneembaar resultaat leidt. Ook de senatoren zelf zijn er sterk in. De Boer (GroenLinks) oogstte bijvoorbeeld vorig jaar veel succes door zijn beurt in de Algemene Beschouwingen aan te grijpen voor een geslaagde satire op het Kamerwerk zelf: van papier voorgedragen suffe verhalen ten overstaan van ministers die de tijd doden met het tekenen van routine-stukken. Lachsalvo's schalden door de eerbiedwaardige vergaderzaal, alvorens het leven zijn loop hernam. Ook in het artikel van zaterdag in deze krant lieten veel senatoren zich veel negatieve opmerkingen ontvallen. Met enige regelmaat behandelt het Convent van senioren van de Eerste Kamer (het overleg van fractievoorzitters) voorstellen ter verlevendiging – die over het algemeen een roemloze dood sterven.

De Eerste Kamer, onder koning Willem I (1813-1840) opgericht als een bolwerk des konings, heeft al veel woelingen moeiteloos doorstaan: de revolutiejaren 1848 en 1917, en zelfs de geest van de jaren 1960. In 1983 is ten aanzien van dit wetgevend orgaan, waarvan de leden worden verkozen door de leden van de Provinciale Staten, nog een grondwetswijziging doorgevoerd. Vóór '83 placht iedere drie jaar de helft van de leden van de Eerste Kamer te worden verkozen, tegenwoordig wordt elke vier jaar de hele Eerste Kamer vervangen.

Deze wijziging heeft ten gevolge dat het college de actuele politieke krachtsverhoudingen in Nederland meer volgt. En dat is dan ook meteen een bron van onvrede in de Haagse politiek.

Want dat de Eerste Kamer een suffige indruk maakt en geen duidelijk aanwijsbare functie vervult is misschien waar. Maar ècht bedenkelijk wordt het, in de ogen van Haagse politici, pas wanneer de Eerste Kamer wèl een politieke rol wil gaan spelen. Ook Van Nieuwenhoven duidt hierop, met haar verwijt dat de Eerste Kamer morrelt aan politieke akkoorden.

Het recente verleden biedt hiervan vreselijke voorbeelden. De Zeeuwse senator Adri Kaland (CDA) speelde jarenlang de rol van nagel aan de doodskist van het kabinet Lubbers III ('89-'94), en trok strijdlustig op tegen tal van punten van het kabinetsbeleid. De fracties van de Tweede Kamer, placht Kaland te verkondigen, zijn maar `stemvee', die door een regeerakkoord zijn gebonden.

Ook het huidige kabinet Kok II deed met activisme in de Eerste Kamer nare ervaringen op, toen VVD-senator Wiegel in 1999 geheel alleen de D66 zo dierbare referendumwet deed sneuvelen - hetgeen leidde tot een kortstondige kabinetscrisis.

Wiegel is inmiddels uit de Eerste Kamer vertrokken en een dezer dagen behandelt de senaat een nieuwe referendumwet, die weinig met het blote oog waarneembare veranderingen ten opzichte van de oude bevat. Dit is, in de visie van Haagse politici die er toe doen, dan ook zeker geen juist moment om de senatoren eens flink tegen zich in het harnas te jagen.