Het mirakel van El Niño en de armoede van Ayaví

Verkiezingen zijn zelfs in het Andes-gebergte een evenement. De Quechua-indianen praten weer eens bij en vertellen wat de nieuwe president van Peru te wachten staat.

Sinds het mirakel met het Kindje Jezus is er niet zo veel ophef gemaakt in Ayaví als afgelopen weekeinde. Eerst was er zaterdag de voetbalwedstrijd tegen erfvijand Ecuador, met 2-1 gewonnen door de `apen' (monos), zoals de Peruanen hun noorderburen noemen. Daardoor is Peru uitgeschakeld voor het WK voetbal. Zondag mochten de ongeveer 500 stemgerechtigden voor hun district een nieuwe president kiezen: Alejandro Toledo of Alan García.

Zelfs hier in het Andesgebergte zijn de verkiezingen een evenement. Het geeft de mensen van Ayaví, merendeels Quechua-indianen die ver van elkaar verspreid in de bergen zitten, de gelegenheid elkaar weer eens te zien. Aan het eind van de middag staat de hoofdstraat vol met groepjes mensen, vrouwen met kleurige omslagdoeken op de rug, breedgerande rieten hoeden en vlecht, mannen met cowboyhoeden. Het dorp ligt op 3.800 meter, en bestaat uit vier straten, geplakt tegen de top van de berg El Niño Bucuio – ofwel het Kind van de Bron. De raamloze huizen zijn opgetrokken uit lemen blokken. Vee scharrelt los rond over straat. Telefoon is er niet. Wel elektriciteit. Hoewel Ayaví niet meer is dan een gat aan het einde van de wereld, is het toch anders dan vergelijkbare oorden. En dat komt door El Niño, het Kindje Jezus.

Gonzalo Cabrero Rios (32), een zwierige onderwijzer, vertelt de legende van El Niño van Ayaví. In het huisje van Hilario Quispe, stenenmaker en timmerman, luistert een klein gezelschap zaterdagavond mee. Gonzalo vertelt het verhaal van het herderinnetje uit de tijd dat Peru nog een Spaanse kolonie was – voor 1824 – en hier één boerderij stond. Het herderinnetje was een onbekend kind tegengekomen. Niemand wist waar dat jongetje vandaan kwam. Maar het herderinnetje `had het gezien' – `aya vi' in het Spaans. Het jongetje was het kindje Jezus en sindsdien is er volgens Gonzalo een reeks mirakelen gebeurd in Ayaví. ,,Zo was er eens een man die onschuldig gevangen zat op een eiland voor de kust van Lima. Hij bad tot Jezus en zag toen een kind in een militair uniform dat zijn celdeur opende en zei `volg mij'. Hij liep het kind achterna. Samen liepen ze over de zee naar de wal. En toen vroeg de bevrijde gevangene: `Wie ben jij?' De jongen antwoordde: `Ga naar Ayaví en je zult mij vinden'. De man reisde naar Ayaví, bad voor het beeld van El Niño en stak een kaars aan. Die kaars heeft een week gebrand.''

Ayaví is nu een bedevaartsoord, besluit Gonzalo, maar verdient daar niets aan. Andres Payuhua Huaman (33) onderbreekt de onderwijzer. Payuhua is gobernador, een soort inspecteur die het lokaal bestuur controleert. Het echte probleem van de armoede van Ayaví is het water, zegt Payuhua. 90 procent van de dorpelingen verdient niet meer dan 200 soles (130 gulden) per maand, de helft van het minimumloon. Gonzalo, aanhanger van Toledo, knikt en zegt de andere 10 procent van de mensen in Ayaví het land bezit waar het water vloeit. ,,Grond die geld opbrengt, maar die mensen die wonen niet meer in Ayaví'', zegt de gobernador bitter. ,,Ze wonen in Lima en laten anderen op hun land werken.''

Zowel Toledo als García heeft van alles beloofd, zegt Payuhua, een boerenleenbank, goedkope kunstmest, onderwijs en gezondheidszorg. ,,Maar de kern is de verdeling van het water via een rechtvaardig irrigatiesysteem, zegt Payuhua. ,,Elke burgemeester belooft voordat hij gekozen wordt dat hij het probleem van de irrigatie zal aanpakken, maar elke burgemeester verzandt in andere projecten die minder moeilijk liggen.''

Daarom heeft Ayaví wel verharde straten, een basketveld en een splinternieuw dorpsplein met monument. De scheve situatie zorgt voor onderhuidse spanningen, zegt Payuhua. ,,Dat is precies de voedingsbodem geweest voor Sendero Luminoso.'' Dat is de guerrillabeweging `Lichtend Pad' die begin jaren '80 zijn verwoestende terreurcampagne startte om het systeem in Peru omver te werpen, waarbij 30.000 mensen de dood vonden. Nog steeds zijn verzetshaarden van Sendero actief. Payuhua noemt het begrijpelijk, gezien de tegenstelling op het platteland. ,,Als er geen verbetering komt, krijgen terreurorganisaties als Sendero Luminoso weer veel meer steun van de bevolking. Toledeo zal daarmee rekening moeten houden.''