Eten

Op weg naar het centraal station van Amsterdam passeerde ik een antiquariaat dat in zijn etalage pronkte met de roman Asbestemming van A.F.Th. van der Heijden. Het boek stond opengeslagen overeind, zodat de opdracht van de schrijver aan het begin goed leesbaar was: ,,Voor Marina, erg laat maar niet te laat om trouw te belonen.'' Gedagtekend: 28-4-'95.

Ik vroeg me af of nog veel schrijvers tamelijk intieme opdrachten in hun boeken zullen durven zetten, als het risico bestaat dat de antiquaar er al vijf jaar later goede zaken mee kan doen. Het belonen van trouw wordt op deze manier een hachelijke bezigheid.

Zo bereikte ik piekerend de nieuwe meubelboulevard Villa Arena in de Bijlmer, want daar was het me op deze bewolkte Tweede Pinksterdag vooral om begonnen. Maar alvorens deze veelbesproken meubelboulevard te kunnen betreden, moest ik om een ander gebouwtje heenlopen. En dat ging niet zomaar, want er viel daar veel te zien.

Het was een soort loods die op het voetpad tussen de Pathé-bioscoop en het Ajax-stadion stond. In deze loods hadden zich twee eetbedrijven gevestigd: de Febo en Bart's Bakerstreet. Het was kwart voor drie in de middag en het zag er zwart van de mensen. Bij de Febo kon je frites en warme snacks krijgen, bij Bart's Bakerstreet belegde broodjes. Er was geen doorkomen aan. De klanten verdrongen elkaar in vier, vijf rijen voor de toonbank.

,,Wie kan ik helpen? Wie kan ik helpen?'' gilden de Febo-meisjes achter hun toonbank, maar het was onbegonnen werk. Iedereen wilde geholpen worden, en wel nú. Was het naakte honger die de menigte dreef? Dat leek niet aannemelijk, want de mensen zagen er weldoorvoed uit. Lekkere trek misschien? Maar dat begrip viel weer nauwelijks te verenigen met de verbetenheid waarmee men zich op de troggen stortte.

Jonge huisvaders persten zich in triomf een weg door de menigte als ze enkele bakjes met frites hadden weten te bemachtigen – terug naar moeder de vrouw die met haar bloedjes buiten het strijdgewoel stond te wachten. Een vrouw stond voorover gebogen over de kinderwagen haar kindje uit een potje te voeren, tegelijkertijd in de frikadel in haar andere hand happend. Even verderop wurmde zich een man in zijn auto die over zijn schouder een zuurstoffles droeg, waaruit akelige slangetjes in zijn neus verdwenen. Niettemin zag hij kans op hetzelfde moment een vette, drolgelijke Febo-kroket in zijn mond te proppen.

Er werd weinig gesproken. Alleen het malen van de kaken was hoorbaar, plus de namen van de etenswaren. Kaassoufflé! Rundvleeskroket! Kipburger! Speciaaltje! Febo milkshake (`American Style')!

Vraatzucht werkt aanstekelijk – dat is het hele commerciële geheim van die business. Zou ik ook zo'n heerlijk smerig sateetje proberen? Maar het gedrang schrikte me af, en ik liep door naar de meubelboulevard. Het eerste wat me daar opviel: de onafzienbaar lange rijen voor de koffie- en ijszaakjes.