Eeuwige twijfelaar

Het is eind mei 2001 en in een enkel medium verschijnt het berichtje: `Eric Cantona keert terug bij Manchester United'. Het zou wereldnieuws zijn geweest, wanneer Cantona – een paar dagen na zijn 35ste verjaardag – bij Manchester United was teruggekeerd als voetballer. Gewoon om de wereld weer voor even deelgenoot te maken van zijn bijzondere gaven als voetballer. Weer net als vóór 1997, het jaar dat hij plotseling besloot zijn voetballoopbaan te beëindigen, heersen en verdelen op het voetbalveld als Napoleon.

Maar nu is gebleken dat Cantona niet als voetballer terugkeert in Manchester, maar als begeleider/trainer van jonge voetballers, is het bericht nauwelijks het vermelden waard. Dat Cantona terugkeert bij de club waar hij onlangs werd verkozen tot King of Old Trafford, ten nadele van illustere sterren als George Best en Bobby Charlton, is namelijk nauwelijks meer dan een logische ontwikkeling in Cantona's leven. Wat hij ook heeft besloten in zijn leven, bijna altijd keerde hij op zijn schreden terug.

Met voetballen stoppen heeft Cantona regelmatig gedaan. Altijd had hij een reden om zich van het `platvloerse' voetbal af te keren en zich te richten op `zinniger' bezigheden, zoals dichten, filosofie studeren, schilderen, acteren en buiten de samenleving leven. Eric Cantona, die de voetbalwereld heeft opgeschrikt met het publiekelijk beledigen van trainers, medespelers en toeschouwers omdat hij zich in zijn goede naam en eer aangetast voelde, was een twijfelaar. Zo trots en zelfverzekerd als hij zich placht voor te doen, zo onzeker was hij in werkelijkheid schizofreen bijna.

Als jongen van de straat was hij in Marseille uitgegroeid tot een talentvolle, vooral charismatische voetballer. Dat zijn vader in de psychiatrie werkte, zette hem aan het denken – en leidde tot een gezonde twijfel over de mensheid. Autoritaire mensen las hij al vroeg de les. Vandaar ook dat veel voetbaltrainers zijn onpeilbare gedrag niet duldden.

Een enkeling, zoals de zachtmoedige Guy Roux van Auxerre en het empathische beestmens Alex Ferguson van Manchester United, was in staat met Eric le Roi op voet van gelijkheid te werken. Een man als Louis van Gaal zou hij met één citaat uit een psychoanalytische verhandeling van Freud en één strofe uit een gedicht van Rimbaud voorgoed monddood hebben gemaakt. Want wat Cantona in zijn zoektocht naar de zin van het bestaan had geleerd, wist geen enkele representant van de voetbalwereld.

Toen men hem in Frankrijk beu was en niemand nog bereid was hem voor te dragen als speler van het nationale elftal, veroverde hij Engeland. Leeds United en Manchester United werden onder zijn regie kampioen. Tussendoor schopte hij een supporter bijna dood omdat deze hem tijdens een wedstrijd `motherfucker' had toegeschreeuwd. Want hij mocht dan zielsveel van zijn moeder houden, de liefde bedreef hij alleen met zijn vrouw Isabel hoogleraar literatuurgeschiedenis.

Cantona heeft een haat-liefde-verhouding met voetbal. Nadat hij was gestopt met voetbal, leefde hij tussen acteurs en kunstenaars in Barcelona. Maar al gauw zag hij in dat de kunstwereld een wereld is vol onechte mensen. Cantona bleef liever voetballer. Hij werd de held van het strandvoetbal, aan de zijde van zijn broer Joël, en probeerde propaganda te maken voor deze vorm van voetbal om het verziekte veldvoetbal te verdringen. Dat doet hij nog steeds, van de stranden van Rio tot die van Dubai.

Voetbal en Cantona zijn onafscheidelijk. Voetbal drijft Cantona tot wanhoop. Als er geen voetbal meer is, wat dan nog? Hij heeft het via Freud geprobeerd, via Nietzsche, Schopenhauer, Van Gogh, Picasso, Rimbaud en zijn vrouw. Hij weet nog steeds niet waarom voetbal hem gek maakt. Dat is zo fascinerend aan Cantona, hij is een voetballend mens die je aan het denken zet.