`De wereld weet dat wij gelijk hebben'

In Ramallah is het vandaag rustig. Arafats oproep tot een staakt-het-vuren wordt opgevolgd. Maar niet van harte.

Verschroeide barricades en uitgebrande bussen, overal stenen en op de muren hakenkruisen – alle elementen voor een nieuw treffen bij het City Inn kruispunt op de gemeentegrens van Ramallah zijn aanwezig, op één na: er komen geen mensen meer. Sinds het uitbreken van de Palestijnse opstand in september voltrok zich hier acht maanden lang hetzelfde tafereel: rond het middaguur stelden zich aan de ene kant Israëlische legerjeeps op, en aan de andere Palestijnse demonstranten.

Maar nu is het onwerkelijk stil bij City Inn, een direct gevolg van het staakt-het-vuren dat Arafat afgelopen zaterdag afkondigde. Ook in het centrum is wat veranderd: waar de voorbijganger tot een paar dagen geleden door Arafats Fatah-beweging op het hart werd gedrukt dat `het opnemen van de wapens tegen de Israëlische bezetter' een plicht is en dat `wij met een steen in de ene hand en een geweer in de andere ons land bevrijden', hangt nu nog een enkel doek: `De eenheid van de nationale organisaties en vakbonden is onze weg naar nationale eenheid'.

Met andere woorden: de tijd is gekomen om als één man te gaan staan achter Arafat en achter diens staakt-het-vuren. Gisteren gebeurde dat althans ten dele toen de fundamentalistische terreurbeweging Hamas beloofde voorlopig af te zien van zelfmoordaanslagen, naar eigen zeggen ,,om Sharon te verbijsteren''. De meeste aanwezigen in koffiehuis Brazilië moeten het nog zien. ,,Arafat is een jood'', zegt de werkloze afgestudeerde Shukri, ,,daarom houdt hij geheim wie zijn ouders zijn. Zolang hij maar geld en vliegreisjes en schouderklopjes van de Amerikanen krijgt, doet Arafat alles voor de joden.''

Een Israëlische straaljager scheert over, in de verte klinken schoten en het geluid van laaghangende helikopters. Het gesprek in koffiehuis Brazilië komt op een opiniepeiling, gehouden net voor de aanslag in Tel Aviv, waaruit bleek dat 70 procent van de Palestijnen voorstander is van zelfmoordaanslagen als onderdeel van de onafhankelijkheidstrijd. ,,Natuurlijk zouden wij liever geen Israëlische burgers doden'', zegt de 40-jarige Marwan. ,,Maar wat moeten we anders?''

De om Marwan heen zittende oudere heren in witte jurken, kefiya-sjaal en colbertje, knikken. Ook zij zeggen gemengde gevoelens te hebben over de zelfmoordaanslag in Tel Aviv. ,,Wij hebben geen raketten, geen straaljagers, geen helikopters'', vervolgt Marwan, ,,we hebben niet eens een leger.'' Hij aait zijn zoontje over zijn bol. Nu de scholen zijn gesloten, sleept hij zoals veel Palestijnse ouders zijn kinderen overal mee naar toe; dit zijn geen tijden om ze vrij buiten te laten spelen. ,,Zolang Israël ons bezet houdt, hebben onze kinderen geen rust'', zegt Marwan. ,,Nou, dan geven wij de Israëliërs ook geen rust. En de enige manier daarvoor zijn martelaaroperaties,'' zegt hij, de Palestijnse term voor zelfmoordaanslagen gebruikend.

,,Wij zouden in vijf minuten vrede kunnen hebben'', mengt Abdel Hakim zich in het gesprek. ,,Israël trekt zich terug uit de bezette gebieden en chalas, einde oefening. Maar Israël wil én vrede, én veiligheid, én joodse nederzettingen. Dat kan niet. En iedereen in de wereld weet dat. Kijk maar naar de resoluties van de VN, het internationaal recht...''

De afgelopen jaren bakte Abdul Hakim hamburgers in de Checkers, een McDonaldskloon in het centrum van Ramallah. Daarvoor was hij taxichauffeur in New York. ,,Ze vragen daar altijd waar je vandaan komt'', vertelt hij. ,,Als ik dan zei: `Ik ben Palestijn', dan grepen ze mijn hand en zeiden ze: `Wij steunen je'. Vooral de mensen uit Noord-Ierland, want zij weten wat wij doormaken. Iedereen in de wereld weet dat wij gelijk hebben, maar niemand kan het zeggen omdat de joden de Amerikaanse media en politiek controleren.''

Abdel Hakim zucht: ,,Weet je, de Palestijnen zijn de Vietnamezen van deze tijd.''