De sideman

,,Korea is een beetje een rare plaats om een popster te zijn, maar dat is wat ik was op mijn zestiende. Vanwege mijn vaders werk waren we naar Azië verhuisd en daar begon ik te spelen in een bandje. Toen we hitnummers in het Koreaans gingen zingen, was het succes enorm. Ik had mijn eigen chauffeur, kleermakers, een legertje brede bodyguards. Anderhalf jaar lang stond ik zeven avonden per week voor een zaal vol gillende meisjes. Op een gegeven moment ontwaakte ik uit die surrealistische droom en was ik volledig afgebrand. Gelukkig ontmoette ik toen een paar oudere muzikanten die me de weg wezen naar de jazz.''

Gitarist Dean Brown verruilde niet alleen de popmuziek voor de jazz. Hij gaf ook zijn Koreaanse rockster-status op voor een bestaan als sideman. Na zijn opleiding aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, waar hij de schoolbanken deelde met collega-gitaristen Mike Stern en Bill Frisell, vervulde hij een ondersteunende rol in de bands van onder andere The Brecker Brothers, Billy Cobham, David Sanborn en Tiger Okoshi. Na twee decennia dienstbaarheid verscheen onlangs eindelijk zijn eerste album als bandleider, Here.

,,Ik was al jaren klaar om een eigen plaat te maken, thuis ligt een stapel muziek van wel een meter hoog. Keer op keer vertelden mannen van de platenmaatschappijen me dat ze mijn muziek te gek vonden maar dat die niet paste in hun strategie. Binnen de Amerikaanse jazz-industrie bestaan maar twee kampen: dat van de serieuze, akoestische jazz en dat van de commerciële smooth jazz. Ik houd van beide muzieksoorten, maar pas zelf niet in die hokjes. Ik moest dus twintig jaar wachten totdat een Europees label me vroeg een cd te maken.''

,,Als er iets is dat je leert van een bestaan als sideman, dan is het bescheidenheid. Ik kan gewoon gitaar spelen en niet aan mezelf denken, enkel muziek in mijn hoofd hebben. Hoe ik eruit kom op plaat is nooit iets waar ik me druk om maak. De belangrijkste vraag die door mijn hoofd speelt als ik in iemands band speel is `hoe kan ik de frontman het beste laten klinken?' Het voortdurend onderdrukken van je ego hoort bij het bestaan als sideman. Het gevaar is natuurlijk dat je uiteindelijk karakterloos wordt. Maar ik denk dat je je eigen stem ook kan ontwikkelen via de muziek van anderen. Ook ik word per slot van rekening ingehuurd vanwege mijn geluid.''

,,Soms heb je van die sessies waar je gewoon voelt dat de noten niet op de juiste plaats staan. Het is niet mijn taak daar kritiek op te leveren maar frustrerend is het wel. Het mooie aan Here is dat ik controle over alles had: de muziek die ik zelf heb geschreven, de keuze van muzikanten, de volgorde van de nummers. Dan merk je meteen hoe zwaar het is, een band leiden. De hoeveelheid werk die je alleen al moet verzetten om die mensen samen in een studio te krijgen! We hebben uiteindelijk vier sessies gedaan in twee maanden. En dan nog hebben sommige mensen hun bijdrage per bandje over de post gestuurd.''

,,De nummers op Here heb ik specifiek geschreven voor bepaalde muzikanten, vaak de mensen die mij jarenlang hebben ingehuurd als begeleider. Zo is Gemini helemaal toegespitst op het vloeiende basspel van Marcus Miller en is Billy Groove Interlude bedoeld als podium voor Billy Cobhams funky drums. Ik geef mijn sidemen de ruimte om als zichzelf te klinken, een beetje de houding die ikzelf ook prefereer als iemand mij inhuurt. Als leider houd ik mezelf solistisch op de achtergrond. Ik wil de onderliggende rode draad zijn, niet de spectaculaire showman die zich voortdurend op de voorgrond dringt. Dat neemt niet weg dat het me leuk lijkt om op een volgend album met bijvoorbeeld een trio of kwartet te spelen en dan alle registers open te trekken. Maar goed, misschien moet ik wel weer twintig jaar wachten voor ik een aanbod krijg voor nòg een cd.''

Dean Brown: Here (ESC Records, ESC/EFA 03673-2) Distr. Universal.