De `goede paus' is bedekt met een laagje was

Paus Johannes XXIII is na zijn dood in 1963 zorgvuldig gebalsemd. Geen wonder dus dat zijn lichaam nog intact is, zegt de arts die dat destijds deed. Eerder ging het mis bij Pius XII. Hij is ten onrechte gekookt.

,,Ik houd erg veel van paus Johannes, maar het was echt geen wonder dat zijn lichaam na 38 jaar nog zo goed geconserveerd is. Voor mij is het volkomen normaal. Ik wist wat ik deed.''

Gennaro Goglia is nu 78 jaar, maar hij herinnert zich nog als de dag van gisteren dat hij op 3 juni 1963 's avonds door een auto van het Vaticaan werd opgehaald. Johannes XXIII was net overleden, aan maagkanker. De paus moest worden gebalsemd. En dit keer goed, want met Pius XII, zijn voorganger, was het fout gegaan.

,,Pius XII is gekookt,'' zegt Goglia. Hij vertelt dat diens stoffelijk overschot direct na zijn dood in een omgeving van 130 graden was gebracht, onder hoge druk en met alcoholdampen. ,,Maar dat had niet het gewenste effect,'' vertelt Goglia klinisch. ,,Toen zijn stoffelijk overschot drie dagen daarna werd opgebaard in het Vaticaan, stonden daar vier bewakers bij. Iedere tien minuten moesten die worden gewisseld, want er hing, laten we het eufemistisch zeggen, een slechte geur.''

Johannes XXIII, zeer geliefd als paus en een belangrijke vernieuwer binnen de kerk, wilde herhaling voorkomen. Een vertrouwensarts moest voortdurend aan zijn bed te blijven om te controleren wat er gebeurde, en kreeg opdracht om de beste arts te zoeken voor als hij na zijn dood moest worden gebalsemd. Dat werd Goglia. Het is een goede keus gebleken, want toen begin dit jaar het graf van Johannes XXIII werd geopend, verkeerde zijn stoffelijk overschot nog in uitstekende staat. Zondag, precies 38 jaar na zijn sterfdag, is een glazen kist met deze paus na een open-luchtmis naar de Sint Pieter gebracht. Daar staat hij voortaan opgebaard in een zij-kapel.

Het gezicht en de handen zijn bedekt met een laagje was. Voor Goglia, die er niet meer bij betrokken is geweest, was dat een teleurstelling. ,,Dat hadden ze beter kunnen doen. Alleen een beetje schoonmaken met een fysiologische oplossing zou voldoende zijn geweest. Misschien vonden ze dat de huid er te oud uit zag. Maar nu doet het me denken aan Madame Tussaud.''

Goglia, een kleine, gebruinde man, was indertijd professor in de anatomie aan de Katholieke Universiteit van Rome. Daarna is hij histologie gaan doceren, en sinds hij een paar jaar geleden met pensioen is gegaan, besteedt hij veel tijd aan het reproduceren van beroemde schilderijen en iconen.

De nacht van 3 juni 1963 herinnert hij zich als ,,een van de meest intense momenten in mijn leven''. Toen hij werd opgehaald, mocht hij zelfs niet aan zijn vrouw vertellen waar hij heen ging. Goglia werd naar het pauselijke appartement gebracht, maar moest wachten tot de beeldhouwer Giacomo Manzu klaar was met zijn afgietsel voor een bronzen dodenmasker.

Bloed afgetapt heeft Goglia niet. ,,Wat moet je doen met het bloed van een dode paus?'' Hij was ook bang dat het als relikwie verkocht zou worden. Met een naald van een millimeter bracht hij zes liter van een geprepareerde fixerende vloeistof in de aderen, die de achteruitgang van de cellen moest voorkomen. ,,We hadden tien liter, en de resterende vier liter hebben we in de buikholte ingebracht,'' herinnert hij zich. ,,Door de kanker waren daar waarschijnlijk verschillende bloedingen geweest.'' In die vloeistof zaten onder andere ethylalcohol, formaline, sodiumsulfaat en potassiumnitraat.

De hele operatie heeft een uur of zes geduurd, tot vier uur 's nachts. Goglia vertelt dat hij af en toe naar het raam liep om naar de biddende en wachtende mensenmenigte te kijken die zich had verzameld op het Sint Pietersplein.

Het is die ingreep geweest die het tienduizenden gelovigen mogelijk heeft gemaakt om zondag en gisteren eer te bewijzen aan de opgebaarde Johannes XXIII. Hij is maar viereneenhalf jaar aan de macht geweest, van 1958 tot 1963, maar heeft een enorme indruk achtergelaten. Zijn vriendelijkheid en belangstelling voor anderen leverden hem de bijnaam ,,de goede paus'' op. Toen hij werd gekozen, werden er geen grote daden van hem verwacht. Hij was toen al 77. Maar drie maanden na zijn aantreden schreef hij het Tweede Vaticaanse Concilie uit. Dit overleg van kerkbestuurders en theologen uit heel de wereld heeft drie jaar geduurd, van 1962 tot 1965, en heeft de katholieke kerk ingrijpend vernieuwd.

,,Johannes verstond de tekenen van de tijd,'' zegt een man die in de warme mensenmassa in de Sint Pieter langzaam verder schuifelt, in de richting van de glazen kist. ,,Hij heeft de kerk dichter bij de mensen gebracht. Meer dan welke paus ook, ook meer dan deze paus.''

Iets verder staat Silvana, een vrouw uit de Zuid-Italiaanse regio Calabrië. Zij komt Johannes bedanken voor het wonder dat hij heeft verricht. Een gezwel op een eierstok bleek vlak voor de operatie ineens te zijn verdwenen, nadat ze 's ochtends aan Johannes had gedacht. Alles te bewijzen met röntgenfoto's. Johannes XXIII is vorig jaar zalig verklaard, maar voor Silvana is hij nu al een heilige.