Alcatel en Lucent moeten fusiegesprek hervatten

Fusies die het in eerste instantie niet halen, kunnen een comeback beleven - met name als de pogingen zijn stukgelopen door toedoen van het management, en niet zozeer door het ontbreken van de juiste marktomstandigheden. Denk maar aan Glaxo en Smithkline. Ondanks een aanvankelijke mislukking zijn deze twee geneesmiddelenconcerns uiteindelijk gefuseerd. Dat zou ook kunnen gebeuren met Alcatel en Lucent. Deze bedrijven moeten weer met elkaar gaan praten.

Hoewel geen van beide producenten van telecommunicatieapparatuur zichzelf op de borst heeft geklopt, lijkt Lucent aan het kortste eind te trekken. Zijn balans is aan flarden en zijn bedrijfsactiviteiten leveren nauwelijks winst op. Daar komt bij dat het bedrijf geen echte baas heeft. Henry Schacht is als topman een noodoplossing. Het is moeilijk in te zien hoe Lucent zich zonder sterk management uit de nesten kan werken.

Dat maakt de eis van Schacht dat hij aan het hoofd moest staan van de gezamenlijke onderneming - de eis waar de deal op stukgelopen is - nog bizarder. Er was veel voor te zeggen om Alcatel en Lucent te laten fuseren. Een kostenbesparing van meer dan 4 miljard dollar is een godsgeschenk in een bedrijfstak die gebukt gaat onder overcapaciteit. Maar alom werd opgemerkt dat dit ook een riskante combinatie zou zijn. Ook in betere tijden is het lastig om twee enorme bedrijven te laten fuseren. In die context zou een in elkaar geflanste managementstructuur een ramp zijn.

Lucent moet de gesprekken heropenen. Deze keer moet het niet aandringen op een gedeeld leiderschap. Het Amerikaanse concern is dat zijn aandeelhouders verschuldigd.