Agressie

Op de avond van een zomerse lentedag pruts ik in mijn tuintje aan de vaart. Ik pluk een enkel geel blaadje uit de klimop, ik schoffel wat onkruid en voel mij tevreden.

Helaas! Daar betreedt mijn buurman aan de overkant van het water zijn gazon, gewapend met een maaimachine. Een hartverscheurend lawaai breekt los.

Al na vijf minuten heeft mijn tevredenheid plaatsgemaakt voor haat. Wat denkt hij wel? Dat hij zich zoiets kan permitteren zonder aankondiging vooraf, zonder overleg met de buurt? Dit is een aanslag op Gods vrije natuur. Dit is een vorm van agressie.

Als hij zich het zweet van zijn voorhoofd wist, ziet hij mij staan met mijn schoffel. Stralend steekt hij een arm omhoog, een gebaar als `Wat zijn we lekker bezig hè.'

Ik zwaai terug en ga naar binnen. Het is zo'n aardige man.