VOLENDAM DURFT WEER TE LEVEN

Voetbalclub Volendam hoopt de gemeenschap een feest aan te bieden door via de nacompetitie te promoveren naar de eredivisie. De gevolgen van de ramp in de oudejaarsnacht zijn nog elke dag zichtbaar. ,,Hoewel we veel krediet hebben verspeeld, is ons stadion toch het decor van verbondenheid'', zegt voorzitter Henk Kras.

Op een zonnige middag lijkt Volendam een dorp als alle anderen. De terrassen aan de Dijk zitten vol, vissers lopen fluitend door de haven. Maar het bijna serene straatbeeld is bedriegelijk. ,,Je hoeft maar even over de Dijk te wandelen en je wordt onmiddellijk geconfronteerd met de gevolgen van de brand op oudejaarsnacht'', vertelt Henk Kras, de 46-jarige voorzitter van de betaalde voetbalclub in Volendam, wiens bedrijf tevens als hoofdsponsor is verbonden aan de deelnemer van de nacompetitie.

,,De eerste keer schrik je als je een getekend mens recht in zijn gezicht kijkt. Maar de Volendammers komen deze slachtoffers elke dag tegen, de blijvende herinnering aan hun verwondingen vallen bijna niet meer op. Het bestuur nodigt deze mensen bij de voetbalclub ook gewoon uit in de businessclub, als ze daar de behoefte toe voelen. Sommige toeschouwers hebben daar moeite mee, zij vinden die aanblik van getekende mensen afstotelijk. Maar ook de voetbalclub Volendam draagt verantwoordelijkheid voor de integratie van de slachtoffers in de samenleving. En dat kan alleen door te accepteren dat ze er de rest van hun leven anders uit zullen zien.''

De vriendin van zijn zoon komt er wel weer boven op. De langdurige revalidatie van de pas 15-jarige Maria illustreert het verwerkingsproces van de Volendammers, bij wie de ramp geen seconde uit hun gedachten verdwijnt. Pas twee weken geleden keerde het meisje terug uit het brandwondencentrum in Brussel, waar ze vijf maanden werd verpleegd. ,,Maria heeft het daar heel moeilijk gehad'', zegt Kras. ,,Na vijf maanden kunstmatige voeding heeft ze een klein maagje overgehouden, ze moet langzaam aansterken. Maar ze kan thuis revalideren. Haar longen zijn nog aangetast, ze praat heel zachtjes. Maria is zwaar beschadigd op haar rug en haar linkerbeen. In haar gezicht vallen de verwondingen nog wel mee, dat komt allemaal goed. Ze ziet er niet fraai uit, maar het is niet zo erg als bij andere slachtoffers.''

Zijn 19-jarige zoon Henk week in Brussel niet van haar zijde. ,,Zijn karakter is gevormd door de fysieke problemen die hij zelf als kind heeft gekend'', stelt vader Kras. ,,Henk is diverse keren geopereerd aan zijn heupen, in totaal heeft hij een jaar in het ziekenhuis gelegen. Hij schrok dus niet van die omgeving, toen hij na de brand vijf dagen werd opgenomen in het ziekenhuis in Purmerend. Maar Henk heeft geluk gehad. Hij had alleen een tweedegraads verbranding aan zijn handen. Zodra hij thuis was, ging hij naar Brussel om Maria te steunen. Mijn zoon werkt in mijn bedrijf. Maar ik kon hem tijdelijk onderbrengen bij een Nederlandse collega, vlak voor de grens met België. Elke middag ging hij naar Brussel om bij zijn vriendin te zijn.

,,Dat moet mentaal slopend zijn geweest, want aanvankelijk heeft hij slechts naar een mummie kunnen kijken. Hij kon toen geen contact met haar krijgen. In de eerste drie maanden was zelfs geen bezoek mogelijk. Maria lag in een afgesloten ruimte en door het raam kon je haar zien liggen. Ik ben zelf twee keer op bezoek geweest, vaker mocht niet. Zelfs mijn zoon mocht haar aanvankelijk niet zien. De familie mocht alleen worden vertegenwoordigd door de ouders van Maria, maar zij hebben hun plaats afgestaan aan Henk. De gehele familie heeft op hem gevaren.''

Hoewel ook de familie Kras een beroep kan doen op de hulpverleners in Volendam, zegt Henk Kras daar geen behoefte aan te hebben. ,,Voor mij is praten over de ramp en de gevolgen daarvan de beste therapie.'' Op oudejaarsnacht werd Kras om kwart voor één gebeld door een vriend met de mededeling dat hij zijn zoon moest ophalen in het dorp. Zelfs bij aankomst realiseerde Kras zich nog niet hoe ernstig de situatie was, want hij had geen enkele sirene gehoord. ,,Ik haalde mijn zoon op. Hij zat met brandwonden in de kamer'', herinnert Kras zich als de dag van gisteren. `Ga naar de Dijk en zoek Maria', zei hij.''

De brandweermannen voor café 't Hemeltje vertelden Kras dat een catastrofe had plaatsgevonden. Op de Dijk trof Kras een chaos aan. ,,Bij de tientallen slachtoffers kon niet meteen kon worden vastgesteld hoe ernstig hun brandwonden waren. De mensen die het hardste schreeuwden werden het eerst geholpen, terwijl de zwijgende patiënten er juist het ergste aan toe waren. Bij hen waren de zenuwen doorgebrand, dat beseften de hulpverleners niet meteen.'' De vriendin van zijn zoon was al ergens in een etablissement binnengebracht, waarna ze naar het AMC in Amsterdam werd afgevoerd. ,,Maar dat hoorden wij pas de volgende ochtend'', zegt Kras. ,,Van daaruit is Maria overgebracht naar het militair hospitaal in Brussel.''

Zoon Henk werd verpleegd in Purmerend. Kras sr. roemt de opvang in dat ziekenhuis. ,,Of het nu een KNO-arts was, een verloskundige of een orthopeed; iedereen stond klaar om noodhulp te verlenen aan al die zwaargewonde kinderen. Het was een krankzinnige situatie. Vrienden van mij brachten hun kinderen naar binnen, van iedereen kreeg je brokjes informatie. Maar de volle omvang van de ramp realiseerde ik me pas later.''

In het overwegend katholieke Volendam werd ook de geloofsbeleving van Kras op de proef gesteld. Toch stroomden de kerken vol voor de herdenkingsdiensten, hoewel de religie nauwelijks troost bood bij de nagedachtenis aan de dertien doden. ,,Het geloof is ongrijpbaar'', filosofeert Kras. ,,Ik kan me goed voorstellen dat ouders van verongelukte kinderen niet kunnen accepteren dat de Heer dit toegelaten heeft. Ik heb er ook geen antwoord op. Het is ook onmogelijk je te verplaatsen in de ouders die hun kind verloren hebben. De vriendin van mijn zoon is er nog, elke dag kan zij een beetje beter worden. Zij deelt het optimisme van de andere slachtoffers, die het buigen van een verbrande pink als een overwinning vieren. Over een jaar zijn ze wellicht ook toonbaar in hun gezicht. Maar de ouders van de dodelijke slachtoffers kunnen zich nergens op richten.

,,In cultureel centrum De Ark in Volendam is een aula ingericht ter nagedachtenis aan de dertien overleden kinderen. Daar hangen foto's, brieven, faxen en andere tekenen van medeleven van hun vrienden en vriendinnen. Als je daar binnenkomt, word je heel klein. Het blijft een pijnlijke confrontatie tussen de Volendammers, die hun kinderen zijn verloren, en de overlevenden. De nabestaanden kijken naar de gewonden en denken: `je ziet er niet uit, maar je bent er nog wel'. Veel Volendammers zijn daarom in conflict geraakt met hun geloof, daar heb ik ook respect voor. Maar het spreekwoord is niet voor niets: `In nood leert men bidden'. De kerken hebben de eerste weken na de ramp stampvol gezeten. terwijl je in dit dorp niemand meer kunt vinden die pastoor of priester wil worden.''

De `wedstrijd van verbondenheid' in februari bewees dat ook de voetbalclub troost kon bieden, terwijl Volendam door diverse schandalen in de afgelopen jaren veel krediet had verspeeld. ,,Er heerste een sfeer in het dorp van `sloop dat stadion en bouw huizen op die grond', omdat de club al zoveel gemeenschapsgeld had gekost'', ontdekte Kras, toen hij in november 1999 als lid van de Raad van Commissarissen de eerste reddingsactie ontwierp voor de club. In februari 2000 vormde Kras een nieuw bestuur. ,,Toch bleek tijdens de benefietwedstrijd juist ons stadion het decor voor verbondenheid. Talrijke vrijwilligers meldden zich spontaan aan, het was hartverwarmend. Opnieuw bleek hoe homogeen de gemeenschap in Volendam is.''

Dat beeld strookt niet met de realiteit op de Dijk, waar alcohol- en drugsgebruik door de jeugd regelmatig tot ontsporingen leiden. Massaal keren Volendamse jongeren in de leeftijd tussen veertien en zestien jaar de sport de rug toe. ,,Die traditie zal moeilijk te doorbreken zijn'', mijmert Kras. ,,De Volendammer is gewend vanaf zijn veertiende te werken om vervolgens in het weekeinde lol te maken, bij mij ging het niet anders. Het is de voornaamste uitdaging voor de sportclubs in Volendam om de uitval van de jeugd boven de zestien jaar in de toekomst te beperken.

,,Maar het blijft moeilijk om de Volendammer van zijn vaste rituelen af te krijgen. Daarom waren wij dit seizoen de enige club in de eerste divisie die het oude contract met SBS negeerde door op zondag te voetballen, want je krijgt een Volendammer zaterdagavond niet naar het stadion. We hebben het twee jaar geprobeerd, maar het bleek geen succes. Zondag naar de kerk en dan naar het voetballen, dat is het levensritme in dit dorp.''

Toch komt het Volendamse publiek niet in groten getale naar het voetbal. Kras: ,,Ik had eerlijk gezegd meer toeschouwers verwacht na de winterstop. Maar door de naweeën van de ramp en onze mindere prestaties viel het bezoekersaantal tegen. Toch verwacht ik een spontaan volksfeest in het dorp als we zouden promoveren. Ik merk wel dat bij de jonge supporters tussen de zestien en twintig jaar een sterke band is gegroeid met Volendam. In de eerste weken na de ramp zal het voetbal een uitlaatklep voor hun emoties zijn geweest. Maar de nuchtere Volendammer moet eerst overtuigd zijn dat het zinvol is om naar het stadion te gaan. Daarvoor heeft zich bij deze club de afgelopen jaren teveel ellende afgespeeld.''

In Enschede werd de bekerwinst van FC Twente aangegrepen voor een intense zelfreiniging van de plaatselijke bevolking, een jaar na de ramp kon de gemeenschap eindelijk weer iets vieren. In Volendam lijken de wonden nog te vers. ,,Het is heel onwezenlijk'', zegt Kras. ,,Elke dag loop ik langs café 't Hemeltje, maar er is niks meer te zien. In Enschede is een complete wijk weggevaagd, in Volendam heeft een inferno achter gesloten deuren plaatsgevonden. De voorbijganger staart naar de schotten voor het café en denkt dat daar achter de brand heeft plaatsgevonden. Dat is dus niet zo. Op sommige plekken in het café zou je nu nog achter de bar kunnen zitten, dat maakt het zo luguber.

,,Ik weet niet of we het café moeten slopen, daarmee haal je het verleden niet weg. De gemeenteraad heeft besloten dit jaar geen kermis in Volendam te houden, het zou nog te vroeg zijn voor een feest. Maar de slachtoffers zijn niet gehoord. Wellicht willen zij wel naar de kermis, ook zij hebben behoefte aan ontspanning. Toch merk ik dat de Volendammers langzaam uit hun schulp kruipen. In mijn kerk werd onlangs de geboortedag van een van de dodelijke slachtoffers herdacht, zelfs de geestelijken hadden het daar moeilijk mee. Maar in dezelfde mis vierde een echtpaar de zilveren bruiloft. Na die viering lieten twee stellen hun kind dopen. Volendam durft weer te leven.''