Versnelling van stijging CAO-lonen

De lonen in de tot nu toe afgesloten CAO's stijgen dit jaar met 4,1 procent. Deze stijging is 0,8 procentpunt hoger dan vorig jaar, toen de CAO-lonen met 3,3 procent stegen.

Dat blijkt uit een nog niet openbaar gemaakt rapport van de Arbeidsinspectie. De stijging van de CAO-lonen is politiek beladen, omdat de vrees bestaat dat die via een loonprijsspiraal de inflatie aanwakkert.

De Arbeidsinspectie baseert haar cijfers over dit jaar op 60

CAO's die tussen 1 januari en 10 mei van dit jaar werden afgesloten. Deze CAO's zijn van toepassing op 3 miljoen werknemers, 65 procent van alle werknemers die onder een CAO vallen.

De grootste loonstijging boekte dit jaar de collectieve sector met 4,8 procent, tegen 4 procent in de marktsector. Zo kregen de 125.000 medewerkers in de thuiszorg dit jaar een loonsverhoging van 7,5 procent en stegen de CAO-lonen in de welzijnssector met 5,25 procent.

In de marktsector scoorde de timmerindustrie het hoogst, met een CAO-loonstijging van meer dan 5,5 procent. De meubelindustrie scoorde het laagst met een loonstijging die niet boven de 2 procent uitkwam, gevolgd door KLM-grondpersoneel en Vroom & Dreesman met een stijging van maximaal 2,5 procent.

Vorig jaar boekte de collectieve sector een stijging van 3,2 procent, minder dan de marktsector, waar de CAO-lonen in 2000 met 3,3 procent stegen. In de zorgsector echter, stegen de lonen vorig jaar met 3,5 procent. Dat de collectieve sector als geheel toch lager scoorde dan de marktsector, was te wijten aan de overheidssector. Daar stegen de lonen met 3,0 procent.

In bijna alle 146 onderzochte CAO's die in 2000 werden afgesloten, zijn afspraken gemaakt over scholing. Meestal betreft het scholing die is gericht op de functie van de werknemer, en krijgt de werknemer daarvoor betaald verlof. Steeds vaker omvat de CAO een persoonlijk ontwikkelingsplan.

De afspraken over uittreding laten over 2000 een toenemende verschuiving zien van een VUT-regeling naar een pre-pensioenregeling. Dat geeft een geleidelijke verhoging van de uittredingsleeftijd met ongeveer een jaar, en een verlaging van de uitkering van gemiddeld 78,9 procent naar 72,1 procent van het loon.

LONEN: pagina 17