Studenten vrezen schuld

Rood staan, oké. Maar een lening afsluiten? Nee, liever niet. Studenten lenen pas als ze geen andere oplossing meer zien, ook al zijn de voorwaarden van de IB Groep nog zo aantrekkelijk.

`Af en toe rood staan vind ik niet erg, maar een lening afsluiten staat me tegen. Dat heb ik nog nooit gedaan. Het is net zoiets als kopen op afbetaling. Dat doe ik ook niet.'

Tot nu toe heeft Noortje Verhart, studente ontwikkelingssociologie in Wageningen, kunnen studeren zonder een cent te lenen. Ze krijgt net als elke andere student een basisbeurs. Omdat haar ouders meebetalen aan haar studie en zij zelf af en toe een baan heeft als student-assistent, kan ze zich prima redden. Binnenkort krijgt ze echter geen basisbeurs meer, want die wordt maar vijf jaar uitgekeerd.

Dat betekent voor Noortje Verhart een inkomensdaling van een paar honderd gulden per maand. Als ze wil kan ze datzelfde bedrag lenen bij de IB-Groep, maar daar voelt ze weinig voor. ,,Ik denk dat ik maar wat meer ga werken'', zegt ze. ,,Hoewel lenen misschien verstandiger is, want dan kan ik al mijn tijd aan mijn studie besteden en sneller afstuderen. Maar gevoelsmatig ben ik er tegen. Ik wil geen schuld opbouwen.'' Verhart kan de beslissing om wel of niet te lenen nog een paar maanden voor zich uit schuiven. ,,Maar in september moet ik de knoop echt doorhakken, anders zit ik zonder geld.''

Studenten houden niet van lenen. Zodra ze beginnen met hun studie, ontvangen ze van de IB-Groep een basisbeurs van ƒ453,89 per maand (ƒ147,38 voor studenten die bij hun ouders wonen). Afhankelijk van het inkomen van hun ouders kunnen ze daarnaast een aanvullende beurs krijgen van maximaal ƒ466,80 (uitwonend) of ƒ431,05 (thuiswonend). Daarnaast kan elke student nog een lening afsluiten van maximaal ƒ503,76 per maand. Dit is een rentedragende lening, maar de rente is laag. Op dit moment rekent de IB-Groep 5,18 procent.

Als een student langer dan vijf jaar (bij sommige richtingen zes) over de studie doet en geen beurs meer krijgt, kunnen de bedragen van de basisbeurs en eventueel de aanvullende beurs nog twee jaar lang geleend worden bij de IB-Groep. Dat houdt in dat een student in de eerste vijf jaar van de studie maandelijks maximaal ƒ503,76 kan lenen en in de laatste twee jaar zelfs ƒ1.424,45.

Van die mogelijkheid wordt weinig gebruik gemaakt. Volgens het Ministerie van Onderwijs bouwt 11 procent van de studenten een schuld op tijdens de studie. Daarbij gaat het zelden om hoge bedragen. De afgestudeerden die in 2001 moeten beginnen met de aflossing, hebben gemiddeld een schuld van ƒ12.615,-. Het Ministerie van Onderwijs heeft onderzoek laten doen naar de achtergronden van deze `leenaversie' onder studenten. De voorwaarden waaronder bij de IB-Groep geleend kan worden, zijn immers heel aantrekkelijk. De rente is laag, het aflossen begint pas twee jaar na het afstuderen, er wordt gekeken naar draagkracht en na vijftien jaar wordt het eventuele restant van de schuld kwijtgescholden.

Uit het onderzoek blijkt echter dat studenten bang zijn voor schulden. Aan lenen denken ze pas als er geen andere alternatieven meer zijn. Liever kloppen ze aan bij hun ouders, of zoeken ze een baantje. Studenten mogen jaarlijks ƒ19.500 bijverdienen zonder dat hun studiebeurs in gevaar komt. Van die mogelijkheid maken ze wel gebruik. Zo'n 80 procent van de studenten werkt gemiddeld een dag per week.

Lenen bij de bank doen studenten evenmin. Banken verstrekken gemakkelijk leningen van ongeveer 12.000 gulden aan studenten die hun propedeuse hebben. De rente ligt meestal iets boven de 9 procent en de aflossing begint een jaar na het afstuderen. Banken durven dit wel aan, omdat ze uit ervaring weten dat de aflossing zelden tot problemen leidt.

De doelgroep is op termijn kapitaalkrachtig en zit niet te wachten op conflicten met incassobureaus en deurwaarders. Studenten zelf durven het echter niet. Niet bij de IB-Groep, waar sociaal geleend kan worden, en dus al helemaal niet bij een commerciële bank.

Opmerkelijk is dat studenten zo bang zijn om te lenen, maar dat ze met rood staan bij de bank geen enkele moeite hebben. De meeste studenten beschikken over een speciale studentenrekening, waarop ze maandelijks 2.000 gulden rood mogen staan. Bij ABN Amro staat de helft van de rekeninghouders permanent rood tegen een rente van 8,5 procent. Bij de Postbank, tegen een rente van 7,4 procent, is het iets minder dan de helft.

Uit onderzoek onder studenten blijkt dat rood staan niet wordt beschouwd als lenen. ,,Rood staan voelt anders'', zegt Noortje Verhart. Het is fijn dat het kan, want het is heel vervelend om bij het pinnen in de supermarkt te merken dat er niet genoeg op je rekening staat. Die 2.000 gulden is een mooie buffer.''

Verhart heeft het idee dat ze een debet saldo snel ongedaan kan maken, in tegenstelling tot een lening. ,,Je kunt vandaag rood staan en morgen weer niet. Als ik rood sta, ga ik iets zuiniger leven. Dat zit vooral in luxe dingen. Dan ga ik minder naar de film en ik eet veel vaker thuis.'' Maar het grootste verschil is volgens haar dat rood staan vanzelf gaat en lenen niet. ,,Een lening moet je aanvragen. Dat doe je bewust. Ik denk dat dat voor veel studenten een drempel is. Voor mij tenminste wel. Misschien ga ik daarom in september gewoon wat meer werken, want ik wil het graag zelf rooien.''