Ouders

De Franse president Jacques Chirac heeft verleden week een toespraak gehouden voor de Franse oudervereniging Peep. Daarbij heeft hij herhaald wat zowel de vorige (Claude Allègre) als de huidige minister van Onderwijs (Jacques Lang) herhaaldelijk hebben gezegd.

Dat de woorden van Chirac desondanks veel aandacht kregen in de Franse pers was omdat zijn optreden werd gezien als aanloop naar de Franse verkiezingen. Het was meer de toespraak van de kandidaat-president dan van de president, was de algemene opinie. Het wel en wee van het Franse onderwijs wordt blijkbaar een zo belangwekkend onderwerp gevonden, dat de kandidaat-president wilde voorkomen dat de bezorgdheid daarover tot een links monopolie zou uitgroeien.

Wat maakt Frankrijk zo bezorgd? Twee zaken springen eruit. In de eerste plaats een probleem waar ook wij mee kampen, namelijk dat veel jongeren zonder enige kwalificatie het onderwijs verlaten. Een andere zorg betreft de veiligheid: alleen al in het secundair onderwijs doen zich per trimester meer dan 200.000 incidenten voor, aldus Chirac. Dit probleem heeft niet zo zeer te maken met het Franse onderwijs, zou ik zeggen, alswel met de Franse woningbouw. Zelfs gemeenten met een paar duizend inwoners kennen troosteloze uithoeken met afzichtelijke, verpauperde flats. Hoe groter de gemeenten, hoe omvangrijker deze beruchte banlieues.

De oplossing die voor alle problemen wordt aangedragen vertoont een verrassende overeenkomst met die in Nederland: decentralisatie. `De tijd is gekomen', aldus de Franse president, `om vertrouwen te stellen in degenen die het werk uitvoeren.' Kortom, geef scholen de ruimte de problemen naar eigen inzicht op te lossen.

Driehonderdduizend gezinnen zijn lid van de Peep die daarmee de op één na grootste oudervereniging van Frankrijk is. De laatste tijd ontvang ik in toenemende mate mailtjes van ouders. Dit verschijnsel is voor mij nieuw. In het verleden kwamen reacties vooral uit de hoek van mensen die beroepsmatig met het onderwijs te maken hebben. De ouders die mij schrijven maken zich zorgen over de kwaliteit van de school van hun kinderen. Ze vinden het niet vanzelfsprekend goed wat politici, bestuurders of scholen doen.

Een greep uit de klachtenbus: de ouder die zich bezorgd maakt over het feit dat de Amsterdamse wethouder Van der Aa de Cito-toets zou willen afschaffen; ouders van leerlingen die in de knel komen als gevolg van de veranderde vakkenpakketten waardoor het onmogelijk is om de doorstroming van havo naar vwo in één jaar te realiseren; de school die in de ogen van de ouders, gesteund door deskundigen, duidelijk tekort is geschoten; een omstreden advies aan het eind van de basisschool; een bestuur dat niet ingrijpt waar dat nodig wordt geacht.

Het zijn allemaal al dan niet terechte klachten waar ouders ergens mee terecht zouden moeten kunnen. Niet alleen om te klagen, maar ook om het onderwijs mede richting te geven, zoals de ouders verenigd in de Peep, die zich ervoor sterk maken dat het Franse onderwijs meer aandacht gaat besteden aan vreemde talen, omdat hun kinderen straks moeten functioneren in een gemondialiseerde samenleving. CDA-onderwijsspecialist Van de Camp hekelt bij herhaling de rol van de ouders in Four Wheel Drives die de school wel even komen vertellen hoe hun oogappel behandeld dient te worden. Nu kan ik aan mijn mailtjes niet zien van wat voor voertuigen de inzenders zich bedienen, maar wat mij opvalt is dat hun klachten op zijn minst goed doordacht lijken. De tijd lijkt me meer dan rijp voor een Nederlandse Peep.

prick@nrc.nl