Ontkenning levert TVM zware eisen op

Het dopingproces van TVM kreeg op de slotdag een verrassende wending. Niet ploegarts Michailov, maar ploegleider Priem kreeg de zwaarste eis opgelegd. De verdachten van Festina werden vorig jaar milder behandeld.

De aanklager van de rechtbank in Reims heeft in het dopingproces van TVM hogere celstraffen en hogere geldboetes geëist dan de aanklager in Lille tegen de verdachten bij Festina. Dit verschil is opmerkelijk, aangezien de gevonden hoeveelheden doping in de auto van Festina drie jaar geleden vele malen hoger lagen dan bij TVM. De Franse ploeg kon een ziekenhuis bevoorraden, de Nederlandse ploeg een apotheek.

Tegen Festina werden relatief milde straffen geëist, aangezien de verdachten structureel gebruik van doping hebben toegegeven. Bij TVM bleven de drie verdachten hardnekkig ontkennen. Bovendien stuitte de onderzoeksrechter op tegenwerking bij het verzamelen van de stukken. In beide zaken achtte de aanklager georganiseerd gebruik van doping bewezen.

Tegen ploegleider Roussel van Festina werd vorig jaar achttien maanden geëist. Hij kreeg een voorwaardelijke straf van twaalf maanden. Verzorger Voet behield de geëiste, voorwaardelijke straf van veertien maanden. Bij TVM kreeg ploegleider Priem een strafeis van twee jaar voorwaardelijk opgelegd. Tegen ploegarts Michailov werd achttien maanden en tegen verzorger Moors tien maanden voorwaardelijk geëist.

Niet Michailov maar Priem is volgens de aanklager de hoofdverdachte. De ploegleider Priem verschuilde zich achter zijn medische onwetendheid. Hij reageerde cynisch op de eis. ,,Ze hebben altijd beweerd dat ik niet kan organiseren en nu ben ik opeens een goede organisator.''

De aanklager ondermijnde de tactiek van de verdediging. TVM had de hele dopingzaak op het conto van de Russische dokter willen schuiven. Het ongeloofwaardige verhaal van de bestemming van de ampullen EPO - een kinderziekenhuis in Moskou - klopte met de vermeende onschuld van de rest van de ploeg. Al dan niet onder druk gezet door zijn voormalige werkgever, nam Michailov de verantwoordelijkheid op zich.

Volgens ingewijden heeft niet Michailov, maar een renner van TVM de 104 ampullen EPO in een Spaanse apotheek gekocht. Na afloop van het proces bevestigde Priem deze veronderstelling, door te verklaren dat hij in de toekomst niet meer vierkant achter zijn renners zal staan.

Michailov leverde een gedateerde en gecopieerde fax als bewijs van onschuld. Hij verschilde met advocaat Van Mierlo van mening over de bemiddelende rol van ene meneer Volkov. Deze Russische arts had om de EPO gevraagd, verklaarde de ploegarts. Nee hoor, Volkov had niets met het kinderziekenhuis van doen, verklaarde de raadsman.

Terwijl Michailov als een gekooide tijger door de zaal liep en een gloedvol betoog hield over de noodzaak van herstelprodukten, keken de twee Nederlanders schuchter om zich heen. Moors vertelde over een koffer vol medicijnen waarin de renners zonder toezicht konden graaien. Hij bereidde taartjes. De rechter vroeg of hij met een traiteur van doen had.

Van Mierlo meende dat Moors nooit iets met injecties te maken had. De verklaringen van de renners, die bij afwezigheid van Michailov zelf de spuit hanteerden, waren het bewijs. De raadsman van Moors was tijdens zijn pleidooi niet op de hoogte van de geëiste straf van zijn cliënt. De aanklager had luid en duidelijk `tien maanden voorwaardelijk' uitgesproken.

Priem ontkende eerder dat hij winstpremies in de contracten van de renners had verwerkt. Hij vreesde dat de tegenpartij een verband zou leggen met een zwarte geldpot voor doping. Deze week moest hij toegeven dat er wel winstpremies werden uitgedeeld. De verklaringen van de renners waren voor één uitleg vatbaar. De advocaat van Priem hield vol dat hij niets met doping te maken had. De renners hadden dit bevestigd.

Drie getuigendeskundigen had de aanklager opgeroepen. Zij vertelden hoeveel verboden middelen TVM in 1998 tot zijn beschikking had. In de vrachtwagen waren de fietsen veruit in de minderheid. De schommelingen in de bloedwaarden van de renners suggereerden gebruik van EPO, maar een hard bewijs had de aanklager niet in handen, meende de verdediging.

Zij bagatelliseerde ook het gebruik van onder meer corticoïden, aangezien de hoeveelheden gering waren en de renners in de meeste gevallen een doktersattest konden voorleggen.