Ogen als kwik, lijven als schroefdraad

In Diva Dolorosa verheft regisseur Peter Delpeut koketterie tot kunst. Italiaans melodrama in optima forma.

`Ware hartstocht is een steekvlam. Zij reikt tot de hemel, maar slechts voor een ogenblik.' De Italiaanse diva's uit de jaren '10 wisten dit maar al te goed: niet zelden werden ze door die steekvlam geveld, zoals op de voet te volgen is in de lyrische compilatiefilm Diva Dolorosa, waarin Peter Delpeut verschillende diva's laat samensmelten tot één vrouw.

De eerste vrouwelijke sterren van het witte doek waren Lyda Borelli, Francesca Bertini en Pina Menichelli; ze gebruiken hun stem niet, maar zingen aria's met hun lichaam. En hoe: kronkelend als een slang, zinderend en sidderend, met een lijf als schroefdraad en ogen als kwik. Zelfs iets simpels als wakker worden gaat gepaard met elegant draaiende handen langs het weelderige haar.

De smartelijke diva Lijdt, en dat zullen we weten ook. Zonder publiek bestaat ze niet. Langzaamaan verandert ze van een femme fatale in een femme fragile. Eerst bewondert ze zichzelf voor de spiegel, en ruikt nog even aan een roos voor ze het Odeon theater met haar aanwezigheid vereert. Daarna, gedrapeerd rond een roulettetafel, windt ze de mannen om haar vinger alsof ze de parels aan haar halssnoer zijn waar ze quasi-verveeld aan draait.

De arme man naast haar probeert tevergeefs de aandacht te trekken door zo zwoel mogelijk te kijken. Koketterie als kunst. Maar dan gaat het ineens mis. `De stormen van de ziel' – zoals het volgende hoofdstuk uit haar leven heet – steken plotseling op en ze valt ten prooi aan hysterie. Ze wordt gestraft voor haar seksuele agressie en kwijnt weg in bed, met als enige troost dat `op het kerkhof van de ziel de liefde zal bloeien'. Al het andere verdwijnt als dauw onder de zon.

Deze Italiaanse zwijgende films waren diepgeworteld in de Zwarte Romantiek, waarin schoonheid en genot niet konden bestaan zonder verdriet en pijn. Delpeut zag ook een verband met de hysterica's die de Franse zenuwarts J.M. Charcot `behandelde'. Hij fotografeerde de stuiptrekkingen en het in katzwijm vallen van zijn patiëntes, waarmee de diva's flink hun voordeel lijken te hebben gedaan.

Delpeut vergeleek de films uit die tijd eens prozaïsch met Spice Girls, The Movie: puur bedacht om het publiek te bedienen. Rolmodellen waren de diva's echter niet – ze mochten alleen bewonderd en verguisd worden, niet geïmiteerd. Daar trok het vrouwelijke publiek zich niets van aan: de haarcoupe van Borelli was hot property in die dagen.

Borelli's carrière eindigde op de vuilnisbelt: haar echtgenoot heeft alle kopieën van haar films waar hij de hand op kon leggen opgekocht en vernietigd, omdat hij haar voortaan voor zichzelf alleen wilde hebben. Delpeut heeft die verloren momenten teruggehaald, voor zolang als de projector draait. Aan het eind van Diva Dolorosa verdwijnt de vrouw in een duister bos. `En ze stond toe dat de wind in haar zeven sluiers de rapsodie van de dood zong.'

Diva Dolorosa (Peter Delpeut, 1999, Nederland), zondag, Ned.3, 16.58-18.00u.