Nederland open voor Europees personeel

Nederland wordt toegankelijker voor werknemers uit de kandidaatlidstaten van de Europese Unie. Als in eigen land en binnen de lidstaten van de huidige Unie plus Noorwegen, Liechtenstein en IJsland onvoldoende personeel gevonden kan worden, dan hebben werknemers uit de kandidaatlidstaten voorrang boven werknemers uit de rest van de wereld. Dat heeft het kabinet gisteren besloten. Werkgevers krijgen op deze manier meer mogelijkheden om de krapte op de arbeidsmarkt het hoofd te kunnen bieden. Het volgt hiermee een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over arbeidsmobiliteit.

Binnen de Europese Unie zijn er verhitte discussies gevoerd over het toelaten van werknemers uit de kandidaatlidstaten. De Spanjaarden willen de garantie dat ze er financieel niet op achteruit gaan bij uitbreiding met de veelal arme Oost-Europese landen. Duitsland maakt zich nog steeds grote zorgen over een mogelijke toestroom van Poolse werknemers op de nationale arbeidsmarkt als over enkele jaren de grenzen opengaan.

De formalisering van het SER-advies door het kabinet sluit aan bij de al bestaande praktijk in Nederland. Enkele maanden geleden ontstond in de Tweede Kamer ophef over het aantrekken van verpleegsters uit Zuid-Afrika en de Filippijnen. Minister Borst (Volksgezondheid) liet toen al weten de voorkeur te geven aan werving van personeel in de Europese lidstaten of bij de nieuwe toetreders.