Mensje van Keulen over Opera in een nieuw huis

Waar was de muziek?

De verhuizers hadden de etiketten met 'woonkamer' ook voor 'werkkamer' aangezien en daar stond nu een vracht aan dozen zodanig gestapeld dat ik er aan drie kanten niet bij kon. Uit alle macht tilde ik er een doos tussenuit: Boeken P - R. De volgende: Boeken V. Die daaronder: Apart. Wat moest er ook alweer zo nodig 'apart'? Waarom was ik niet nog een keer naar de papierbak gereden?

Ik raapte een schroefje op. Was het ergens van? Kon het weg? En die mok, waar nota bene een flinter vanaf was, waarom had ik dat ding meegenomen? En die vazen, wat moest ik met een vaas? Ik had geen zin in bloemen; als ik ergens zin in had, was het in een volmaakt leeg huis. En in muziek. Van werken zou deze dagen toch niets terecht komen, dus kon er muziek klinken. Waar was de muziek?

Waarom had ik het trouwens in mijn hoofd gehaald om te verhuizen? Het 'Alles is vreselijk' lag me voortdurend op de lippen. Vooral als er weer zo'n onzinnig detail was dat om aandacht vroeg. Weg met dat schroefje, ook meteen die mok in de vuilniszak, en de vazen moesten maar onder in een keukenkast, nee, in de tuinkast, nee, zolang in de kelder. Zolang. Wat een ergerniswekkend woord. Het meeste van wat in de kelder was gepropt, moest er 'zolang' staan. Ik gruwde al bij de gedachte dat ik er ooit niet meer zou zijn en een ander de boel moest opruimen. Reden om ogenblikkelijk de klapstoelen die hun beste tijd gehad hadden, op te ruimen. Het was mooi dat de schilders er nog gebruik van hadden gemaakt, maar nu: weg ermee. De schilders hadden trouwens de hele dag muziek op staan. Ze droegen hun radio van de hal naar de kamer, van beneden naar boven. Oude hits, nieuwe hits.

Ze zongen en floten mee en konden onderwijl heel nauwkeurig een kwast over een smalle richel uitstrijken. Werk en muziek tegelijk, om jaloers op te zijn.

Waar was de muziek?

De buurvrouw had vanmorgen Bach op.|

Of 'aan', misschien had ze de radio aan. Ik kon niet eens de prima boy vinden, de kleine transistorradio die het nog deed als je hem een tik gaf en de antenne uittrok. Had ik hem weggegooid? Was er dan helemaal geen muziek in huis te vinden?

Het duurde nog enige weken voor de nodige dozen uit hun positie bevrijd waren en in de kamer stonden als een buffet van karton.

Ik vroeg me af wat het eerst te voorschijn zou komen. De housemuziek van mijn zoon? Mijn eerste langspeelplaten, althans wat ervan over was? De singles uit die tijd - Only the lonely, One Night, Crazy love, I've been loving you too long: ik kon ze zó weer in mijn herinnering horen - had ik een jaar of wat geleden aan een dichter geschonken die een jukebox had aangeschaft en een nieuwe vriend. Niet lang daarna had de nieuwe vriend, voor hij er zelf vandoor ging, de jukebox met inhoud van de hand gedaan.

Misschien zaten in de voorste doos wel de oude, zware platen in de bruinpapieren hoezen van mijn ouders. Malaguena, Banana Boat, Kathleen Ferrier. Denkend aan Ferriers stem kreeg ik al een brok in mijn keel. Welke plaat zou ik het eerst opzetten? Waarschijnlijk niet een van die oude platen. Ik draaide ze nooit meer.

Welke muziek zou dan het huis mogen inwijden? Misschien kon ik het best een ouverture van Rossini opzetten, een zekere aanzet tot huppelen of springen was niet onwelkom. Ik zou kiezen voor iets vocaals, maar als ik koos voor Schuberts Gretchen am Spinrade of Strauss' Abendrot, deed ik onrecht aan Callas en de aria's van haar ongelukkige heldinnen. Sola, perduta, abbandonata uit Puccini's Manon Lescaut. Of Vissi d'Arte uit Tosca. Maar het eerste dat ik dan toch uit Tosca zou willen horen, zou de meedogenloze Scarpia zijn, die in de kerk met wellust aan Tosca denkt terwijl het Te Deum klinkt. Ik zou ook luid het ultieme kwaad willen horen: Mefistofeles, die Faust in Berlioz' La Damnation in een regen van bloed ter helle voert. Of Mozarts Don Giovanni. Ja, ik zou voor Don Giovanni kiezen, de schurk, de cynicus, de verleider.

Toch stelde ik het doorsnijden van het plakband om de dozen nog even uit. Er moest een verhaal geschreven en dat ging onmogelijk met muziek, ook niet 'op de achtergrond'. Ik zou niet anders kunnen dan luisteren. Ik zou mijn adem inhouden als Don Giovanni die kleine, tedere, spannende serenade Deh, vieni alla finestra zong. En als aan het slot de geest van de door hem vermoorde commandeur binnenschreed, zou ik heel even als een kind wensen dat hij berouw toonde, al lag de afloop vast en zag ik er tegelijkertijd naar uit dat hij het noodlot tartte en de ondergang verkoos. Want zoals iedere keer zou ik om de angst, trots en doem die Mozart zo weergaloos doorgrondde, huiveren en het gevoel hebben dat iets van me mee in vlammen opging. M

Mensje van Keulen is schrijver. Haar nieuwste roman De Gelukkige kwam begin dit jaar uit bij uitgeverij Atlas.

Illustratie Frank Raven