Loonstijging als visvoer

De lonen stijgen te snel, zegt de een. Te langzaam, zegt de ander. Maar geld lost niet alles op. ,,Als je meer voer in een vijver gooit, komen er niet meer vissen.''

De verliezers van de jongste loonronde? Dat zijn wij niet, dat is de werkgelegenheid, zegt waarnemend directeur sociale zaken Jan-Willem van den Braak van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Want een gemiddelde CAO-loonstijging van 4,1 procent bij kerend economisch tij tast volgens hem de Nederlandse concurrentiepositie aan.

Het is nog niks, zegt hoogleraar innovatie-economie aan de Technische Universiteit in Delft Alfred Kleinknecht over de loonstijging. Zeker als je de inflatie van 4,9 procent in aanmerking neemt. Eigenlijk, zegt hij, zou je wat meer loonkostendruk moeten organiseren. Dan gaan werkgevers eindelijk investeren in technologische vernieuwing.

Wat ze delen is de zorg over de huidige economische situatie in Nederland. Maar verder hebben Van den Braak en Kleinknecht in hun visie weinig gemeen.

Het fiasco van de loonprijsspiraal doemt op, zegt Ter Braak. Hij vindt dat het volgend jaar, als de economische groei nog verder terugloopt, echt anders moet. ,,We moeten veel meer differentiëren in de lonen — tussen sectoren, tussen ondernemingen. En lonen moeten meer gerelateerd wordenaan de winst.''

Alfred Kleinknecht ziet ook wel in dat de verslechterende concurrentiepositie een probleem is. Maar het is het gevolg, zegt hij, van de jarenlange loonmatiging. ,,In Nederland trekken ze een blik werknemers open om economische groei te bewerkstelligen. Dat is niet efficiënt.'' Als in de Europese Unie het nationale inkomen met 1 procent stijgt, groeit de werkgelegenheid er met 0,2 procent. In Nederland stijgt de werkgelegenheid dan met 0,6 tot 0,7 procent. Dat betekent dat de arbeidsproductiviteit heel langzaam groeit, zo rekent hij voor.

Kleinknecht, van oorsprong West-Duitser, wil Nederland ,,nog net niet'' vergelijken met de voormalige DDR. Maar, zegt hij, door de loonmatiging en de extensieve groei raken we wel door ons arbeidspotentieel heen. Zo bezien is het poldermodel de verliezer van de jongste loonronde.

Winnaar is de collectieve sector. De politieagenten, de thuiszorgers, de verzorgenden, de welzijns- en de jeugdwerkers sleepten in de eerste vier maanden van dit jaar gezamenlijk een loonstijging van 4,8 procent in de wacht, 1,6 procentpunt meer dan vorig jaar. Ze laten de marktsector met een stijging van 4,0 procent achter zich. Verpleegkundigen voeren al weken actie omdat ze de geboden 9 procent loonsverhoging in twee jaar niet marktconform vinden. Maar de zorg heeft de markt al lang ingehaald. Vorig jaar stegen daar de lonen met 3,5 procent — meer dan de 3,2 procent stijging in de marktsector.

Toch mag je daaruit niet afleiden dat de collectieve sector een inhaalslag maakt, zegt arbeidsmarktdeskundige Luc Steenhorst van adviesbureau Berenschot. Want in de collectieve sector zijn de loonschalen heilig. ,,Een leraar doet er 22 jaar over voordat hij aan het eind van al zijn periodieken zit. In het bedrijfsleven daarentegen, stijgen de lonen niet alleen door de CAO, maar ook doordat mensen sneller door hun loonschalen gaan.''

Dan zijn er in het bedrijfsleven nog de werknemers die niet onder een CAO vallen — de managers, de directeuren. Die hebben ook reden tot tevredenheid. Wie meer dan een ton verdiende, is er dit jaar gemiddeld 6 procent op vooruit gegaan, zo blijkt uit de beloningsdatabank van Berenschot. Wie meer dan 2,5 ton verdiende, ging er 8 procent op vooruit, winst uit aandelen en opties niet meegerekend.

De FNV is ook tevreden. Van winnaars en verliezers wil coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid Henk van der Kolk niet spreken. ,,We hebben gekregen wat we hebben gevraagd — meer loon, meer scholing, meer zeggenschap over tijd. Dus in die zin kun je spreken van winst.''

De FNV-vakcentrale had eind november ingezet op een looneis van 4 procent. Daarbovenop zag de centrale nog 0,5 procent ruimte voor extra's. De looneis is precies gerealiseerd. Het is dus ,,onzinnig'', zegt Van der Kolk, om de hoge inflatie en de verslechterende concurrentiepositie aan de vakbeweging toe te schrijven. ,,We hebben niet méér gevraagd toen de inflatie hoger bleek uit te vallen dan gepland.''

Dus eigenlijk zijn de werkgevers er mooi mee weggekomen? Toch niet, zegt Van der Kolk. ,,De werkgevers hebben fors in de buidel moeten tasten, alle loonruimte is benut. Maar dat het nog niet tot een loon-prijsspiraal is gekomen, hebben ze aan ons te danken. Die hebben wij met ons beleid voorkomen.''

Van der Kolk wil niet zeggen wat zijn inzet zal zijn voor het komende jaar. Het Centraal Planbureau voorspelt in het Centraal Economisch Plan 2001 dat de CAO-lonen in de marktsector in 2000 met 3,75 procent zullen stijgen, iets minder dan dit jaar.

Ook Luc Steenhorst van Berenschot verwacht niet dat de loonstijging sterk zal doorzetten, de krapte op de arbeidsmarkt ten spijt. Werkgevers moeten creatief worden om mensen te binden, meent hij. Want meer geld lost niet alles op. ,,Als je meer voer in een vijver gooit, komen er niet meer vissen.''