Leiderschapsziekte

AAN LORD MOUNTBATTEN, de laatste onderkoning van India, wordt het gezegde toegeschreven: ,,als je een trap wilt schoonvegen,moet je bovenaan beginnen''. Dit advies is niet voorbijgegaan aan de Franse justitie, die deze week Ronald Dumas veroordeelde wegens het aannemen van steekpenningen.

Het betreft hier een voormalig minister van Buitenlandse Zaken en voorzitter van het Constitutionele Hof. Dumas maakte carrière onder auspiciën van François Mitterrand, maar er is meer aan de hand dan een afrekening met het bewind van deze `imperialistische' president. Ook personages uit de sfeer van de zittende president Chirac, en zelfs het huidige staatshoofd zelf, zijn voorwerp van justitiële onderzoeken. ,,Ik snap het niet'', was volgens persberichten de reactie van Dumas op de uitspraak, die trouwens nog tot een beroepsprocedure kan leiden. Geheel onbegrijpelijk is de verbazing van de bejaarde staatsman niet. Hij heeft de tijd nog meegemaakt dat het Franse ministerie van Defensie bekend stond als ,,le Ministère des pots-de-vin''— het ministerie van steekpenningen. Dat sloeg op de internationale (wapen)handel, waarin men geneigd was steekpenningen op te vatten als weinig meer dan een andere lokale opslag — zoals hoge accijnzen in de staat New York of secundaire arbeidskosten in Duitsland.

De Verenigde Staten stonden vrijwel alleen toen zij in de jaren zeventig wetgeving aannamen tegen internationale omkoperij. En van die wet is gezegd dat hij ,,meer kritiek dan veroordelingen'' heeft opgeleverd. Nog geen tien jaar geleden wijdde het weekblad The Economist een analyse aan wat het betitelde als `bribonomics' met als bottom line: hoe sterker de greep van corrupte organisaties op de overheidsorganen is, des te geringer is de kans dat het slecht uitpakt voor de economie.

HET KLIMAAT is inmiddels drastisch omgeslagen. In de loop van de jaren negentig is een aantal anti-corruptieverdragen tot stand gekomen en is de organisatie Transparancy International opgericht. Deze trekt jaarlijks aandacht met de publicatie van een corruptie-index waarin landen met naam en toenaam worden geklasseerd. Op de mondiale anti-corruptieconferentie die juist deze week in Den Haag werd gehouden, spraken ministers van ,,een virus met een verwoestende uitwerking op de rechten van de mens, dat in staat is het openbaar bestuur te verlammen''. Hoe gedisciplineerd de corruptie ook is, noteerde The Economist al, zij fixeert de blik van een overheid op het zwart-geldsysteem ten koste van economisch superieure alternatieven. De Azië-crisis heeft de betekenis van deze waarschuwing onderstreept. Dit nog afgezien van het intrinsieke belang van de integriteit van maatschappelijke instellingen. De deelnemers aan het Haagse forum hebben niet geprobeerd specifieke oplossingen voor te schrijven. Maar het is wel duidelijk dat een onvervaarde justitie een spilfunctie vervult. De zaak-Dumas valt niet los te zien van de emancipatie van de Franse (onderzoeks)rechters, die nu op hun beurt voor de opgave staan de spankracht van het strafrecht niet te overvragen.

Nederland scoort in de jaarlijkse corruptie-index een fiks aantal punten lager dan een land als Frankrijk. Maar dat zegt niets over de noodzaak van waakzaamheid, net zo min als sjoemelen in de Lage Landen zich alleen zou voordoen beneden de grote rivieren. Corruptie is, volgens een typering op een recent symposium, ,,een leiderschapsziekte''.