Kritiek op technisch onderzoek Fireworks

De advocaten van de beide directeuren van het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks hebben gisteren voor de Almelose rechtbank het technisch onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede gekraakt. ,,Het kan zo de prullenbak in'', aldus raadsman J. Plasman. ,,Geen enkele belangrijke vraag is beantwoord'', stelt zijn collega G. Meijers. Plasman en Meijers eisen aanvullend onderzoek en een reconstructie van de explosies bij het bedrijf. Het Openbaar Ministerie vindt dit onnodig. Het wil de rechtszaak in september, als de resultaten van buitenlandse onderzoeken bekend zijn, inhoudelijk voortzetten. Bakker en Pater worden verantwoordelijk gehouden voor de dood van 22 mensen tijdens de vuurwerkramp van 13 mei 2000.

Meijers en Plasman vinden het te vroeg voor een inhoudelijke behandeling. Nieuw aanvullend onderzoek moet volgens hen onder meer uitsluitsel geven over de vraag hoe het vuur zich vanuit een gesloten bunker kon verspreiden en hoeveel vuurwerk er op het bedrijf aanwezig was. Ook willen de beide advocaten dat eerst de strafzaak tegen de van brandstichting verdachte De V. wordt afgewacht. ,,Het verschil tussen een lucifer die over de schutting is gegooid en doelbewuste sabotage is te groot'', aldus Meijers. Volgens de raadsman van Fireworks-eigenaar W. Pater zijn er serieuze aanwijzingen voor sabotage. Zo heeft verdachte De V. volgens Meijers verklaard dat hij is benaderd door een man met de vraag ,,of hij voor een miljoen of twee iets plat wil leggen in Enschede''. Ook de Criminele Inlichtingendienst beschikt volgens Meijers over dergelijke informatie.

Plasman vindt dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar sporen van springstof die op het terrein van S.E. Fireworks zijn aangetroffen. Justitie houdt vol dat er geen springstof is aangetroffen, en dat de aanvankelijke aanname berust op een testfout. Plasman en Meijers willen ruim veertig getuigen laten horen door de rechtbank, onder wie de ministers Jorritsma en Pronk, burgemeester Mans van Enschede en voorzitter Van Wijkerslooth van het college van procureurs-generaal.