Hoge rente, hoog risico

Beleggen in willekeurige aanbiedingen of ingaan op de eerste hypotheekofferte staat haaks op een goede persoonlijke financiële planning. De inkomsten, uitgaven en risico`s die men kan en wil nemen verdienen grondige aandacht.

Veel mensen willen graag zonder veel inspanning zo snel mogelijk rijk worden. Belastingbesparing blijft spannend en lijkt soms een doel op zich te worden. Met de invoering van het nieuwe belastingsysteem verdwijnt de aantrekkelijkheid van een flink aantal constructies, maar komen nieuwe mogelijkheden in zicht.

Menselijke emoties, zoals angst en hebzucht, veranderen niet met de invoering van een nieuw belastingsysteem. Mensen blijven gevoelig voor wervende reclame en mooie praatjes. De risico's van de financiële transacties en de vaak lange looptijden van de producten waaraan men zich verbindt, worden maar al te vaak voor lief genomen.

In het nieuwe belastingsysteem kunnen inkomsten, zoals rente, dividend en huur, in box 3 belastingvrij ontvangen worden. In plaats daarvan wordt het gemiddelde vermogen zelf met 1,2 procent belast. Nu buitelen de aanbieders over elkaar heen om producten met een hoge rente aan te bieden. Dit lijkt aardig; de rente is immers onbelast te ontvangen. Hoe hoger de rente, hoe meer onbelaste inkomsten. Niet iedereen is zich bewust van de risico's die tegenover de hoge rente staan. Als deze zeer hoog is, staat daar tegenover altijd een hoog risico. De producten worden veelal fraai verpakt aangeboden. Vaak met namen als `reverse exchangeable bonds' en `knock-in' of `knock-out reverse convertible notes'. Bij deze obligaties bepaalt de uitgevende instantie of de aflossing in aandelen of juist in geld zal plaatsvinden. De looptijd is kort, meestal twee jaar, en de hoge rente is een vergoeding voor het risico dat de belegger loopt bij de aflossing. Als aan het einde van de periode de onderliggende aandelen laag genoteerd staan zal de aflossing in aandelen geschieden. De waarde van de aandelen zal in dat geval lager zijn dan het door de belegger ingebrachte kapitaal. Een ander voorbeeld van een obligatielening met een hoge rente is de zogenaamde eeuwigdurende lening (perpetual bonds). Deze is in de praktijk niet zo eeuwigdurend als het lijkt. De aanbieder dekt zich in door zich het recht voor te behouden bijvoorbeeld na vijf jaar af te lossen. Dit zal alleen gebeuren als hij op dat moment elders goedkoper kan lenen. Als de rente op de obligatiemarkt hoger is, zal geen aflossing worden gedaan. De belegger blijft dan zonder einddatum met een lagere rente zitten dan hij anders had kunnen krijgen.

Spaarrekeningen worden aangeboden met kans op een hogere rente bij stijging van de AEX-index en de geld-terug-garantie. Inmiddels hebben vele spaarders ontdekt dat de index niet altijd stijgt. Zij hebben na een half jaar wel hun geld terug, maar geen of zeer weinig rente ontvangen.

Een ander soort risico zit in aandelenleaseplannen. Deze zijn op koerswinst gericht, maar voor de beleggingen wordt geld geleend door de belegger. Nog afgezien van het feit dat de rente van geleend geld sinds 1 januari 2001 niet meer aftrekbaar is, is het beleggen met geleend geld een extra risico.

Niet iedereen is zich hiervan bewust. De betrekkelijk kleine bedragen waarmee men aan een dergelijk plan kan deelnemen zouden een verklaring voor de populariteit kunnen zijn.

Bij aandelenlease leent de klant geld bij de aanbieder en betaalt alleen de zeer hoge rente voor de lening. De aanbieder gaat met het geleende geld beleggen. Wie ervaring met beleggen in aandelen heeft, weet dat koersen niet altijd stijgen en in ieder geval niet alle koersen. Als de koersen dalen, blijft het bedrag van de lening echter gelijk. De lening moet terugbetaald worden en de betaalde rente blijkt weggegooid geld.

Hetzelfde geldt voor mensen die zich bijvoorbeeld voor de aankoop van een huis in de schulden steken en voor de aflossing gaan beleggen in aandelen. Men belegt hierbij in feite met geleend geld en het huis als onderpand, met de gedachte dat dit tot de laagste maandlast leidt. Met ingang van het nieuwe belastingsysteem is het minder aantrekkelijk dan voorheen een spaarhypotheek of een andere levensverzekeringshypotheek te sluiten.

Als alternatief wordt de beleggingshypotheek aangeboden. Behalve de aftrekbare hypotheekrente betaalt men een maandpremie die wordt belegd in aandelen, obligaties of beleggingsfondsen. Het beleggingsrisico is geheel voor de huizenbezitter met zijn hypothecaire lening, de voorgeschotelde rendementen bieden geen enkele zekerheid. Zeker op korte termijn kan dit zeer slecht uitpakken. Voor wie met een echtscheiding te maken krijgt op het moment dat de beurskoersen en de huizenprijzen gedaald zijn, kan dat heel vervelend zijn.

De vraag is waarom mensen die voldoende geld hebben om maandelijks te beleggen, dit geld niet gewoon gebruiken om af te lossen. Waarschijnlijk omdat de adviseur de beleggingshypotheek aanraadt, met als argumenten dat de hypotheekrente aftrekbaar is van de inkomstenbelasting en dat het hoge rendement op de beleggingen voor een lage aflossingslast kan zorgen.

De beleggingshypotheek is in ieder geval goed voor de verdiensten van de adviseur. Die ontvangt bij het afsluiten van de beleggingshypotheek minstens vijf keer zoveel provisie als bij een lineaire of annuïteitenhypotheek. Bij een lineaire hypotheek lost men maandelijks een gedeelte van de hypotheek af, waardoor de te betalen rente vermindert. Bij een annuïteitenhypotheek betaalt men gedurende de looptijd maandelijks hetzelfde bedrag; in het begin bestaat de betaling voornamelijk uit rente en aan het einde hoofdzakelijk uit aflossing. Wie aflost op zijn huis vormt bezit. Bij de beleggingshypotheek betaalt men de gehele looptijd rente en kan hopelijk aan het einde van de looptijd de hypotheek met de beleggingsopbrengst afgelost worden.

Wie voldoende middelen bezit om de aankoop van zijn huis geheel of gedeeltelijk zelf te financieren, kan daarmee de lasten beperken. Wie onvoldoende middelen bezit, kan met minder risico aflossen op de hypothecaire lening in plaats van beleggen. Belastingaftrek blijkt, ondanks het feit dat dit sinds dit jaar tegen lagere tarieven gebeurt, nog steeds een grote aantrekkingskracht uit te oefenen. Velen beschouwen het maken van winst uit beleggingen als een vanzelfsprekendheid, waarvoor onbekommerd risico gelopen wordt.

Beleggen in willekeurige aanbiedingen en de eerste de beste hypotheekofferte accepteren heeft echter niets met persoonlijke financiële planning te maken.

Wie zijn geldzaken op orde wil houden, kijkt eerst naar de inkomsten, de uitgaven en de bestaande voorzieningen. De inschatting van kosten op korte, middellange en lange termijn is belangrijk. De risico's die men kan of wil lopen zijn een belangrijk onderdeel.

Wie op korte termijn grote uitgaven verwacht kan beter voor een gewone spaarrekening kiezen. Wie voor de lange termijn reserveert kan aflossen op de hypotheek en/of een goede spreiding in een spaarrekening, obligaties en aandelen of in goed gespreide beleggingsfondsen aanbrengen. Een dergelijke aanpak bevordert het overzicht en bespaart kosten en tijd.

vijf maal zo hoog