HET PUBLIEK

Tegen elven in de ochtend betreden ze het veld. De volhouders. De lichtmetalen klapstoeltjes half achter zich aan slepend. De koelboxen goed gevuld, de kilo's zware zaterdagkrant steekt uit de draagtas. Er wacht tot zes uur die avond een lange dag. Niets mag ze ontgaan. Iedere bal kan immers het wedstrijdbeeld veranderen. Tussendoor de krant lezen, een boterhammetje voor de lunch, een koekje bij de thee en tegen half vier - vroeger dan doordeweeks - een witte wijn of een bier. Dat is dan het moment dat de notoire feestgangers na meestentijds een zware zaterdagavond binnendruppelen. Met hun eerste biertje die dag volgen ze het slot van de wedstrijd en happen een harinkje mee. Tegen vijven klinken hun stemmen nadrukkelijk over het veld, dat het grootste gedeelte van de dag in serene rust heeft doorgebracht. Slechts onderbroken door af en toe het `how is that?' en het vredige geluid van de bal op het wilgenhouten bat. De klapstoeltjes, waarop die dag een keur aan kennis heeft gezeten, hebben dan al de zon rond het veld gevolgd en zijn inmiddels in de buurt van het clubhuis aangeland. Zij hebben die dag niets gemist. 'That is no cricket' fluisteren ze hoofdschuddend over het verbale geweld vanuit de hoek waar de bierpomp steeds langduriger open staat.

Aflevering 33 in een serie over publiek