`Het gaat mis met mamma, kom!'

Nederland telt 350.000 kinderen met ouders die verslaafd zijn aan alcohol of drugs. Het hele gezin opnemen is de beste behandelwijze, zegt Lammie Lamberts.

Opvoeden kun je leren, denkt Lammie Lamberts. Ook verslaafden kunnen het. Dat bewijst Lamberts in De Lage Kamp in Paterswolde, waar verslaafde ouders én hun kinderen behandeld worden. Het gaat om ,,de zwaarste categorie'', zegt Lamberts, hoofd van De Lage Kamp. Dat wil zeggen: ouders van wie het kind al uit huis geplaatst is of dreigt te worden geplaatst. In De Lage Kamp krijgen ze een laatste kans hun leven op orde te brengen. Twintig procent van de bewoners komt vrijwillig naar de instelling. In de overige gevallen zijn de kinderen al onder toezicht gesteld van een voogd. Lamberts: ,,Behandeling hier is een stok achter de deur. Als ze weer gaan gebruiken, weten ze dat ze hun kind kwijtraken.''

Zes jaar geleden werd de kliniek geopend in Rolde op initiatief van de dr. Kuno van Dijkstichting. Begin dit jaar verhuisde De Lage Kamp naar een groot herenhuis in Paterswolde. Lamberts (46), van huis uit pedagoog, werkte dertien jaar als gezinstherapeut in een verslavingskliniek. Daar zag ze dat de problemen begonnen als afgekickte ouders hun kinderen weer dagelijks meemaakten. ,,Alleen de ouder was behandeld, de kinderen niet.'' Zij hadden de dealers aan de deur gezien, waren soms mishandeld. ,,Ze bleven angstig. Ouders hadden geen opvoedingsvaardigheden. Een gezin samen behandelen is beter.''

Dat gebeurt in De Lage Kamp. Er wonen gemiddeld negen gezinnen met ongeveer veertien kinderen van nul tot twaalf jaar. Het meest moeders alleen, maar ook vaders en stellen. De ouders waren allemaal langdurig verslaafd aan alcohol of drugs. Meestal lang voor de geboorte van hun kind. Voor veel vrouwen was de zwangerschap een reden om te stoppen met drank of drugs. Sommigen slaagden daarin, maar vielen na de bevalling terug. Sommigen slaagden helemaal niet en waren tijdens de zwangerschap verslaafd. En dus werden hun kinderen ook verslaafd geboren.

Nederland telt negenhonderdduizend drugs- en alcoholverslaafden van tussen de achttien en veertig jaar. Samen hebben die ongeveer 350.000 kinderen. Dertig procent van de drugsverslaafde ouders voedt zijn kinderen zelf op. Zeventig procent lukt dat niet. Hun kinderen zitten veelal in pleeggezinnen.

Kinderen van verslaafde ouders zijn vaak onrustiger en reageren sterker op prikkels, lawaai bijvoorbeeld. Vaak is sprake van leerachterstanden en ontwikkelingsstoornissen. ,,Die last is voor verslaafde ouders extra groot'', weet Lamberts. Ze zijn niet in staat hun kinderen voldoende liefde, veiligheid en geborgenheid te geven. In de meeste gevallen spelen er diverse problemen in het gezin. Ze leven vaak in een sociaal isolement. Ze hebben hoge schulden. Sommigen kwamen, na geweldsdelicten en berovingen, in aanraking met justitie en politie. Ook is vaak sprake van psychiatrische en relationele problemen. In de kliniek beginnen de ouders clean aan hun verblijf. Ze moeten verplicht vrij zijn van drank en drugs. Afkicken gebeurt binnen enkele weken in een ontgiftigingskliniek.

Op de behandelafdeling in Paterswolde worden alle problemen aangepakt. Ouders en kinderen volgen gezamenlijk en afzonderlijk intensieve therapieën. De dagen kennen een vaste structuur. ,,Ouders leren hier op een volwassen manier om te gaan met hun kinderen'', zegt Lamberts.

Gemiddeld wonen ouders en kinderen acht maanden in De Lage Kamp. Langer komt ook voor. Sommige ouders gaan na hun verblijf opnieuw aan de drugs. Maar uit onderzoek van de faculteit Pedagogiek en Onderwijskunde van de Rijksuniversiteit Groningen uit 1999 blijkt dat na behandeling het gebruik van heroïne en methadon onder de ouders sterk verminderd is. Voor amfetamine, cocaïne en tripmiddelen is het zelfs tot nul gereduceerd. Drugsgerelateerde criminaliteit is afgenomen, de contacten met familie en vrienden zijn verbeterd, de psychische klachten verminderd en de verhouding met de kinderen verbeterd. De emotionele en gedragsproblemen bij de kinderen zelf zijn afgenomen. ,,Ze verschillen gemiddeld genomen niet meer van het doorsnee Nederlandse kind'', aldus de onderzoekers. Structurele opvoedingsproblemen komen niet meer voor, het gezinsklimaat komt overeen met dat van een gemiddeld Nederlands gezin.

Dat wil niet zeggen dat het voorbeeldgezinnen worden. Lamberts: ,,Ouders doen het redelijk goed, met ondersteuning en een goed netwerk om zich heen. Na vertrek uit de behandelafdeling is er langdurige, soms jarenlange, gezinsbegeleiding. De ouders hebben wekelijks een gesprek met een psychotherapeut en een aantal woont in een `beschermd wonen'-project. Vanuit De Lage Kamp worden ze een half jaar begeleid. Maar het blijven kwetsbare mensen.'' Ze geeft het voorbeeld van een ernstig aan alcohol en heroïne verslaafde moeder, met een dochtertje van elf en een zoontje van twee. ,,Het meisje had de zorg voor haar broertje volledig op zich genomen. Het was geen kind, maar een oud wijfje. Om aan geld te komen ging de moeder de prostitutie in. Haar zoontje sprak niet, gaf geen geluid.'' Na het verblijf in de kliniek kon het jongste kind weer praten. ,,De dochter kon weer kind zijn.'' Toch viel de moeder bij tijd en wijle terug. ,,Het ging met ups en downs. Haar dochtertje belde ons eens en zei: ,,'t Gaat mis met mama. Kom!''

Lamberts vindt niet dat dergelijke kinderen per definitie beter af zijn in een pleeggezin. ,,Hoe vaak hoor je dat het daar ook niet lukt. Dat ze van pleeggezin naar pleeggezin gaan. Voor veel kinderen is het traumatisch om hun ouders te verlaten. Hun loyaliteit is enorm. Kinderen hebben recht op hun eigen ouders. Ouder en kind moeten een kans krijgen het anders te doen.''

Heeft u ook ervaring met verslaving en ouderschap? Stuur uw reactie naar e-mailadres zok@nrc.nl of naar NRC Handelsblad, Ouder & Kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Uw bijdrage moet donderdag in ons bezit zijn.